Nieuws Humor in de zorg

Lachen met de dokter – humor in de zorg kan arts, patiënt én onderzoek helpen

Beeld Marco Tiberio

Geen arts of verpleegkundige leert er iets over in de opleiding, maar de laatste jaren neemt de aandacht voor humor in de zorg sterk toe. Want die kan op allerlei manieren nuttig zijn.

Zijn hele leven had hij alles voor het bedrijf gegeven, nu was hij terminaal ziek en had de zaak alleen een lullige ansichtkaart gestuurd: de patiënt die verpleegkundige Marcellino Bogers jaren geleden op zijn afdeling trof, leed zichtbaar onder dat gebrek aan waardering, maar erover praten kon hij niet. En toen werd er op een ochtend toch een bloemstuk bezorgd, een lelijke bak chrysanten. Bogers liep ermee naar het bed en zei: ‘Nou je kunt zeggen wat je wilt, maar met deze graftak zijn ze wel op tijd.’ De man begon te lachen, daarna te huilen en toen te praten.

De jonge moeders die gynaecoloog Mieke Kerkhof na een bevalling op controle krijgt, vinden het vaak een lastig onderwerp: dat het er van onderen uitziet als een slagveld, maar hoe bespreek je dat? ‘Pas op dokter’, waarschuwde er laatst één toen ze al met haar benen in de beugels lag: ‘Het is net als bij het Journaal: de beelden kunnen als schokkend worden ervaren.’

Je verwacht het niet op een plek waar ziekte en ellende de boventoon voeren, het staat in geen enkele artsenrichtlijn vermeld en het komt in medische opleidingen niet aan de orde, maar toch kan het een probaat recept zijn: eenmaal daags een dosis humor. Lange tijd werd gedacht dat de zorg en lol niet samengaan, maar de laatste jaren is er volop aandacht voor medische humor: er wordt onderzoek gedaan naar lachen als medicijn, humor als communicatiemiddel met patiënten en de rol van grappen maken bij de verwerking van een ziekte, er zijn vakbladen die alleen maar komische wetenschappelijke studies publiceren. Artsenblad Medisch Contact wijdde een half jaar geleden zelfs een heel nummer aan de lach in de zorg, een nummer waarvoor artsen tientallen hilarische anekdotes instuurden.

Bogers, die een handboek schreef over het gebruik van humor door verpleegkundigen, geeft er al een paar jaar lezingen en workshops over en hij weet nog dat hij in zijn begintijd veel tegenstand ondervond. ‘Ik kreeg te horen dat ik mijn vak niet serieus nam.’ Illustratief voor de kentering: onlangs is hij benaderd door Hilde Buiting, die eerder in het Antoni van Leeuwenhoek onderzoek deed naar de inzet van humor en het effect daarvan zag.  Zij wil samen met hem oncologen gaan trainen en een onderzoek opzetten.

Een paar jaar geleden deed een Canadese intensive care-arts in het vakblad Critical Care een oproep aan zijn collega’s om medisch studenten ‘de kunst van humor’ bij te brengen. Humor is een belangrijke strategie waarmee studenten een goede en veerkrachtige arts kunnen worden, schreef hij, een strategie die lang ongebruikt is gebleven.

‘Waarom leren we wel hoe we moeten omgaan met agressie, maar horen we in de opleiding niks over de waarde van humor?’, vraagt Bogers zich af, terwijl hij op een middag in het Meander Medisch Centrum een volle zaal met artsen en verpleegkundigen aan het lachen krijgt. ‘Ik wil u aanmoedigen tot dwaasheid’, houdt hij zijn gehoor voor, ‘het is goud in de handen van zorgverleners.’

De lach verzacht

‘Nou, dat is de laatste keer dat u uw kind in zwart-wit ziet’, zegt gynaecoloog Mieke Kerkhof vaak tegen vrouwen die vlak voor de bevalling nog een laatste echo krijgen. Simpel grapje, groot effect: ‘Even het ijs breken, vrouwen zien toch op tegen de bevalling.’ Kerkhof, werkzaam in het Jeroen Bosch-ziekenhuis, leert haar co-assistenten dat een beetje humor de lading in de spreekkamer kan verminderen. ‘Er is meer dan het stellen van de diagnose. Met een leuke grap stap je even uit je rol.’

Verpleegkundige Marcellino Bogers en gynaecoloog Mieke Kerkhof. Beeld Frank Muller (Marcellino Bogers) en Ruud van Genugten (Mieke Kerkhof)

Maakt een humorvolle arts of verpleegkundige de zorg behalve leuker ook beter? Kerkhof is daarvan overtuigd: ‘Humor verkleint de afstand en het zou goed kunnen dat patiënten je daardoor meer toevertrouwen.’ Patiënten zijn vaak bang, zegt verpleegkundige Bogers, en dan kan de lach verzachten: humor vermindert de stress, verbetert de communicatie en maakt ingewikkelde onderwerpen zoals seks en de dood opeens bespreekbaar.

Een dosis humor aan het ziekbed of in de spreekkamer kan de tevredenheid van patiënten vergroten, aldus Jama, het vakblad van de Amerikaanse artsenorganisatie, en dat heeft een positief effect op hun therapietrouw. Een patiënt is kennelijk geneigd om de adviezen van een joviale arts eerder ter harte te nemen. Begin dit jaar bleek uit onderzoek van de Amerikaanse Stanford Universiteit dat bij een leuke dokter, die goed contact heeft met patiënten, het placebo-effect van behandelingen groter is. En kinderen in het ziekenhuis worden door een grappige dokter, verpleegkundige óf cliniclown aan hun bed wat minder angstig, zo blijkt uit tal van studies – en laat ook het filmpje hieronder zien, waarin een dokter een baby aan het lachen maakt voordat hij het kind een injectie geeft.

Een gebruiksaanwijzing is er niet, schrijft Bogers in zijn boek: ‘Je hoeft heus niet de clown van de afdeling te worden maar doe of zeg dingen eens iets anders, om te beginnen, en wijs op het humoristische van sommige situaties.’ Zelfs bij terminale patiënten kan humor worden ingezet, schrijven Amerikaanse artsen in vakblad Jama, waar ze regels opstelden voor het gebruik van medische humor en ook de risico’s benoemden. Patiënten durven misschien niet te zeggen dat ze de humor van de dokter niet op prijs stellen. En ze kunnen een grap als beledigend ervaren. ‘Grapjes over het weer of over de parkeerproblemen bij het ziekenhuis zijn het meest onschadelijk.’

Natuurlijk moet je aftasten of een patiënt humor waardeert, zegt gynaecoloog Kerkhof. En grappen mogen nooit respectloos of discriminerend zijn, benadrukt Bogers bij iedere lezing die hij houdt. Dan presenteert hij ook altijd het lijstje humor-verboden: niet doen bij manische of paranoïde patiënten. Bij patiënten met kataplexie, die door een lachbui een aanval van spierverslapping kunnen krijgen. En bij patiënten die net een buikoperatie hebben gehad.

Beeld Marco Tiberio

Lachen met de deur dicht

In het ziekenhuis waar de Britse arts-in-opleiding Adam Kay zich te barsten werkt, heet de afdeling verloskunde en gynaecologie onder collega’s ‘krengen en kutten’ en wordt er hard gelachen om het meisje dat haar condooms recyclet door ze om te draaien. Het zijn grappen die normaal gesproken nooit naar buiten komen, maar Kay bezweek onder de absurde werkdruk, is inmiddels cabaretier en publiceerde het dagboek dat hij jarenlang had bijgehouden.

In een vak waar de emoties hoog kunnen oplopen, blijken harde grappen vaak een reddingsboei. Alle artsen en verpleegkundigen kennen het lachen-met-de-deur-dicht, humor die de patiënt nooit mag horen omdat die respectloos kan overkomen. Bogers vertelt over de lastige patiënten die hij nadeed in een kantoortje zonder ramen, zodat hij er daarna weer tegenaan kon. ‘Zonder die humor hield ik het niet vol.’ Gynaecoloog Kerkhof citeert graag de woorden van de Duitse filosoof Theodor Lipps over humor en tragiek, twee zusters die niet van elkaar te scheiden zijn. ‘Humor is onontbeerlijk aan de randen van ons vak’, zegt ze, ‘als het werk zwaar en emotioneel wordt.’

Vijf jaar geleden schreef ze het boek Even ontspannen mevrouw waarvoor ze in haar eigen praktijk en bij collega’s anekdotes verzamelde, maar de redacteur van de uitgeverij hield een paar grappen tegen. ‘Dit kan echt niet Mieke, zei ze. Daar ben ik van geschrokken, want ik dacht echt dat ik een toegewijde dokter was. Het is beroepsdeformatie, overal worden op de werkvloer foute grappen gemaakt om frustraties kwijt te raken.’

Toch komt ook die humor de patiënt ten goede, denkt Bogers, omdat de dokter en de verpleegkundige erdoor overeind blijven. ‘Je mag best onderling stoom afblazen, dan kun je daarna weer met respect terugkeren naar het bed van de patiënt.’

Tumorhumor

Na zes zware chemokuren die hem moe en beroerd maakten, een operatie, en nog acht lichte chemo’s als afsluiting, ging havo-scholier Jari Koen naar de theatershow van Jochem Myjer die hem trakteerde op een portie ‘tumorhumor’. Myjer genas van een tumor in zijn ruggemerg, maakte daar in zijn voorstelling grapjes over, en de jonge kankerpatiënt in de zaal lachte misschien wel het hardst.

Toen hij terugkeerde op school reageerden de docenten heel omzichtig, herinnert hij zich. Maar zijn vrienden waren minder behoedzaam. Omdat hij zijn kale hoofd bedekte met een mutsje met twee touwtjes langs de oren, werd hij ‘kaal hertje’ gedoopt, en daarna ‘kalie’, of gewoon botweg ’Jari het kankerkind’. Hij had sowieso mazzel dat hij kanker had, vonden ze, want daardoor mocht hij allemaal leuke dingen doen. Hij heeft zich er nooit een moment vervelend door gevoeld, vertelt hij. ‘Door die grappen gaven mijn vrienden me juist het gevoel dat ik erbij hoorde. Het scheelde natuurlijk wel dat ik altijd een goed vooruitzicht heb gehad. Dit is niet grappig als je weet dat je doodgaat.’

Fragment uit de show ‘Even Geduld Aub!’ waarin Jochem Myer spreekt over zijn ziekte. (Bron: impresariaat De Keet).

Kan dat wel, grappig doen over een ernstige ziekte? Times-journalist John Diamond, die twee jaar voor zijn dood een boek schreef over de keelkanker die hem trof, had zijn eigen kankergrapjesboek (‘Hee, wat ben je mager geworden. Ja kanker, geweldig dieet.’), voor hem de ultieme manier om met de absurditeit om te gaan. Vorig jaar zond NPO 3 de bekroonde Vlaamse serie Gevoel voor Tumor uit, een comedy gebaseerd op de ervaringen van een jonge programmamaker van de VRT die op zijn 23ste kanker kreeg. ‘We moeten er normaal mee omgaan’, zei hij in de VPRO-gids. ‘Er is weinig zo goed als eens hard om je eigen situatie lachen.’

Wetenschappelijk onderzoek onder (vooral) kankerpatiënten laat steeds weer zien hoe belangrijk humor is om heel even de angst op afstand te zetten: de grap is een houvast, lachen geeft een gevoel van controle, verlaagt de stress en maakt het makkelijker om met anderen over de ziekte te praten.

En jee, wat kunnen patiënten soms komisch uit de hoek komen, zegt gynaecoloog Mieke Kerkhof. En anders wel de mannen die met hun vrouw meekomen naar het spreekuur (‘Stort het maar vol dokter, er komt er geen meer bij’). Toen ze al die leuke anekdotes wilde bundelen en een oproep deed onder haar collega’s, leverde dat een stroom aan geestigheid en ontroering op.

Bij Jari Koen is de tumor boven zijn schouderblad verwijderd, de kanker is verdwenen, en nu, zes jaar later, is hij bijna afgestudeerd als fysiotherapeut. Maar van die kankerhumor komt hij niet meer af, zegt hij. Bij binnenkomst wordt hij soms nog steeds begroet met ‘hé chemo’.

Lachen is gezond, toch?

‘Een vrolijk hart bevordert de genezing’ (Spreuken 17:22): het staat in de Bijbel en op tegeltjes aan de wand en het klinkt ook zo logisch, maar klopt het eigenlijk wel? Tientallen studies zijn gepubliceerd over lachen als gratis medicijn: het zou goed zijn voor hart en bloedvaten, het immuunsysteem versterken, effectief zijn tegen pijn, depressies verminderen en zelfs een probaat middel zijn tegen obesitas. Een dagelijkse dosis humor zou de productie van het geluksstofje endorfine bevorderen en de aanmaak dimmen van stresshormonen. Maar analyses van kritische wetenschappers laten weinig overeind van het idee dat lachen gezond is. Veel onderzoek is methodologisch zwak en daardoor niet overtuigend, concludeert Sibe Doosje, universitair docent gezondheidspsychologie aan de Universiteit Utrecht, die een proefschrift schreef over humor en gezondheid.

Wie lacht, zet de borstkas uit, en stoot dan een hoeveelheid lucht uit. Daardoor gaat heel even de bloeddruk omhoog en neemt de druk op het hart toe, waarna de bloeddruk snel weer daalt. Het is maar de vraag of dat gezond is, zegt Doosje. Er zijn volgens hem slechts twee therapeutische effecten waarvoor enig bewijs bestaat. Wie lacht, voelt minder pijn. Proefpersonen die een grappig filmpje te zien krijgen, kunnen bijvoorbeeld hun hand langer in een bak met ijswater houden. Over de biologische verklaring (de aanmaak van endorfines) is hij alleen kritisch. ‘Dat verhaal kom je overal tegen, maar het is gebaseerd op aannames die niet zijn onderzocht. De aanmaak van endorfines zorgt ervoor dat je minder pijn hebt, door humor ervaar je minder pijn dus dan zul je wel meer endorfines aanmaken. Ik denk vooral dat lachen een plezierige afleiding is die de pijn tijdelijk naar de achtergrond drijft.’ Een lachbui blijkt ook (tijdelijk) de wand van slagaders uit te zetten en te versoepelen waardoor het bloed beter doorstroomt. Doosje: ‘Maar ik zou niet meteen durven beweren dat humor dus helpt tegen hart- en vaatziekten.’

Doosje denkt dat humor vooral een psychologisch effect heeft en verwijst naar Nederlands onderzoek waaruit blijkt dat lachen de spieren ontspant. ‘Vandaar dat je bij een enorme lachbui soms zelfs in je broek kunt plassen.’

Beeld Marco Tiberio

De overtuiging dat lachen gezond is, kan zich in de sterkste variant vertalen naar het idee dat optimisme en positief denken een mens langer laat leven. Het is een onderwerp waar tal van internationale studies naar zijn gedaan, waarvoor honderdduizenden mensen jarenlang zijn gevolgd en steeds weer blijkt dat het sterftecijfer onder gelukkige en optimistische mensen lager is, om wat voor doodsoorzaak het ook gaat. Wie positief in het leven staat, heeft mogelijk meer controle over het leven, rookt bijvoorbeeld minder vaak en eet gezonder en leeft daardoor langer, verduidelijkt Madelon Peters, hoogleraar experimentele gezondheidspsychologie in Maastricht.

Het zou ook kunnen dat optimistische mensen minder stress ervaren en dus minder schade aan hun lichaam ondervinden, zegt ze. Dat kan wellicht verklaren waarom mensen die bijvoorbeeld aan mindfulness doen langere telomeren hebben, de beschermende uiteinden van chromosomen die een rol spelen bij veroudering. Wetenschappers uit haar onderzoeksgroep ontdekten dat mensen die ze een tijdlang positief lieten denken bij een stressvolle taak minder van het stresshormoon cortisol aanmaakten en dat het niveau van dat hormoon na die taak sneller daalde naar normaal.

Toch moeten al die onderzoeken voorzichtig worden geïnterpreteerd, denkt Peters. Ze leveren vooral een aanwijzing dat minder stress op termijn mogelijk de gezondheid kan verbeteren. De vraag blijft of sprake is van een causaal verband, erkent ze. ‘Het kan ook andersom zijn: wie een betere gezondheid heeft, is actiever en voelt zich mogelijk gelukkiger.’

Waarom je andere beslissingen neemt als je nodig moet plassen

Niet alleen voor de geneeskundige praktijk kan een grap van belang zijn, ook in de medische wetenschap blijkt humor een bijzondere rol te vervullen. ‘In een tijd waarin de waarde van wetenschap soms in twijfel wordt getrokken, moeten we proberen aan te tonen dat die wetenschap belangrijk is en ons vooruithelpt’, zegt bioloog Kees Moeliker, ‘en humor is daarbij een geweldig doorgeefluik. Het is een manier om wetenschap toegankelijker te maken en interessanter voor een groot publiek.’

Moeliker is de Europese redactiechef van het internationale tijdschrift Annals of Improbable Research, dat schrijft over onderzoek dat eerst aan het lachen en daarna aan het denken zet. De bijwerkingen van zwaardslikken, de gezondheidsrisico’s van headbangen, waarom je andere beslissingen neemt als je nodig moet plassen en hoe het komt dat discuswerpers wel, maar kogelslingeraars niet duizelig worden bij het gooien: het aantal grappige wetenschappelijke studies is zo groot dat het blad er eens in de twee maanden moeiteloos mee kan worden gevuld. 

Moeliker krijgt wekelijks studies opgestuurd. Het tijdschrift is afhankelijk van tipgevers, zegt hij, de redactieleden kunnen onmogelijk alle vakbladen zelf lezen. Jaarlijks worden de tien beste onderzoeken beloond met een Ig Nobelprijs, de luchthartige variant van de echte onderscheiding, met in de categorie geneeskunde altijd studies die in de praktijk van waarde kunnen zijn. Moeliker noemt het prijswinnende onderzoek van Franse artsen die een methode ontwikkelden om te voorkomen dat bij kijkonderzoeken in de buik (waarbij gas in de buikholte wordt gepompt) de patiënt ontploft. ‘Je moet erom lachen, maar het is ook geruststellend.’

De Japanse arts Akira Horiuchi (in witte jas) illustreert zijn prijswinnende onderzoek, waarbij hij in zittende positie een colonoscopie (darmonderzoek) bij zichzelf uitvoert. Links kijkt Michael Morris Rosbash, die een jaar eerder de echte Nobelprijs voor geneeskunde won, lachend toe. Beeld Howard Cannon, Improbable Research

Ook het statige Britse medisch vakblad the BMJ  heeft de humor toegelaten. Sinds 1982 verandert het blad ieder jaar in de kerstperiode in een ludiek exemplaar, gevuld met louter deugdelijke doch lachwekkende studies. Over het alcoholprobleem van James Bond bijvoorbeeld, of hoe je met behulp van een verkeersdrempel een blindedarmontsteking kunt vaststellen. De jaarlijkse kersteditie fungeert als onderbreking van al dat bloedserieuze nieuws dat het hele jaar de tijdschriften vult. En dan is er nog het blog Seriously science?, opgezet door twee Amerikaanse biologen, dat vol staat met komisch wetenschappelijk onderzoek. Een van de laatste aanwinsten: onderzoek dat aantoont dat ouwemannenlucht echt bestaat.

Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam, raakte bij humoristisch onderzoek betrokken toen zich bijna 25 jaar geleden een mannetjeseend tegen zijn raam te pletter vloog, waarna het dode dier voor zijn ogen werd verkracht door een ander mannetje. ‘Ik dacht: verrek wat gebeurt daar nou?’ Hij beschreef het voorval in een vakblad als het eerste geval van homoseksuele necrofilie in het eendenrijk en won daar in 2003 een Ig Nobelprijs mee. Bij het bedrijven van wetenschap is de uitroep ‘Wat grappig’ net zo belangrijk als ‘Eureka!’, zegt hij. Omdat humor altijd prikkelt tot verder uitzoeken.

Wie een kwartier lang voluit lacht, verbrandt 40 calorieën, op een humorvolle dag  kun je zomaar 2000 extra calorieën verbruiken. Althans, dat schreef een Britse hoogleraar een paar jaar geleden in een overzichtsstudie over de effecten van een gulle lach. Hij ging zelfs zover te beweren dat lachen dus een middel tegen obesitas zou zijn, iets wat andere deskundigen als lachwekkend van de hand doen.

Zit er een limiet aan het aantal mensen dat je kunt kennen? Wat bewijst de uitslag van een schriftelijke test eigenlijk? In onze Grote Vragen Podcast beantwoorden we ‘vragen waar je nooit over na hebt gedacht maar plotseling dolgraag een antwoord op wilt hebben’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden