'Krities' is praktisch geworden

Wetenschapswinkels deden vroeger links onderzoek voor kansarme groepen. Dat is nu anders. Ze zijn pragmatischer geworden. Een aantal winkels is opgedoekt....

De bètawinkel van de Rijksuniversiteit Groningen onderzocht onlangs het onderwaterlawaai als gevolg van heiwerkzaamheden voor een windmolenpark op zee. De vraag kwam van de Waddenzeevereniging. ‘Het is een nieuw thema dat wordt aangedragen door een wat minder draagkrachtige maatschappelijke groepering’, zegt Karin Ree, coördinator van de bètawinkel. ‘Het onderzoek voorziet in een concrete vraag uit de maatschappij, en het leuke is dat er aan de universiteit dwarsverbanden in disciplines ontstaan. Want ik zoek een student in de mariene biologie, maar ik onderneem ook een ontdekkingsreis bij natuurkunde.’

De Groningse werkwijze is exemplarisch voor de wetenschapswinkels nieuwe stijl. Concreet, praktisch en sterk gelieerd aan de universiteit. Dat was twintig jaar geleden wel anders, weet Ree nog. Zij was toen verbonden aan de Chemiewinkel Groningen en zag haar collega’s bij de chemiewinkel in Utrecht bijkans op de barricaden staan voor een grondige sanering van het vervuilde Griftpark. ‘Alleen schoon is mooi’ was de leus. In Wageningen deden studenten ‘krities’ onderzoek voor onder meer derdewereldorganisaties. Aan de Universiteit van Amsterdam stond de chemiewinkel pal voor het terugdringen van oplosmiddelen in verf ten behoeve van ‘kansarme’ schilders.

‘Het onderzoek was in die tijd sterk ideologisch gekleurd’, herinnert Ree zich. ‘Het doel was vooral maatschappelijke problemen met behulp van wetenschappelijk onderzoek op de politieke agenda te krijgen. Solidariteit met de opdrachtgever stond centraal.’

Niet alleen is de maatschappij veranderd, waardoor de vragen praktischer zijn geworden. Ook is de ideologische bevlogenheid van de studenten en onderzoekers verminderd. Niet in de laatste plaats speelt de kaasschaaf een rol die de universiteit over alle franje heeft gehaald, waardoor de financiering van ‘linkse hobby’s’ is geminimaliseerd.

‘De universiteit is commerciëler geworden en trekt zich terug op core-business in onderzoek en onderwijs’, aldus Ree. ‘Groningen’ kon slechts overleven door de chemiewinkel, natuurkundewinkel, biologiewinkel en geneesmiddelenwinkel samen te voegen tot bètawinkel. Het aantal medewerkers is gedecimeerd. De universiteit financiert het winkelwerk en verlangt daarvoor onderwijs of stages terug.

Kennispunten
De Universiteit Utrecht fuseerde vier bètawinkels tot een ‘kennispunt’. Er zijn ook kennispunten geesteswetenschappen, sociale wetenschappen en recht, economie, bestuur en organisatie. ‘We zijn misschien minder ideologisch dan voorheen, maar het zijn toch vooral de financieel minder draagkrachtige organisaties die ons weten te vinden’, zegt Els van Ammers, coördinator sociale wetenschappen in Utrecht. Zoals: vakbonden, en onderwijs- en zorginstellingen.

Enschede en Wageningen opereren nog altijd onder de naam wetenschapswinkel. Tilburg valt onder het centrum voor kennistransfer en bestaat dertig jaar. De wetenschapswinkel heeft geesteswetenschappen, sociale wetenschappen, recht en economie gebundeld. ‘Vragen als over de statenloosheid van Roma worden door studenten opgelost, maar we doen ook langlopend onderzoek met promovendi naar bijvoorbeeld ‘schuld en schaamtebeleving van veteranen bij vredesmissies’, vertelt coördinator Iris Sliedrecht.

Tilburg klaagt niet over financiering. ‘De universiteit kent haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en investeert in kennistransfer. We doen daarom nog steeds veel wetenschappelijk onderzoek voor non-profitorganisaties’, aldus Sliedrecht, die spreekt van ‘brede maatschappelijke kennisvalorisatie’.

Aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam leidt de sociale wetenschapswinkel een wat sluimerend bestaan. In Eindhoven werken studentassistenten een beperkt aantal uren per week voor de bouwkundewinkel, de elektrowinkel, de chemiewinkel, de fysicawinkel en de technische werkwinkel gezondheidswetenschappen. De opdrachtenportefeuille is goed gevuld, aldus de TUe.

Opmerkelijk is dat het ooit florerende winkelconcept in Leiden, Delft en Nijmegen stilletjes van het toneel is verwenen. Ook de Universiteit van Amsterdam heeft de winkel gesloten. Na jarenlang soebatten is de chemiewinkel daar gefuseerd met ‘IVAM onderzoek en advies naar duurzaamheid’ in een bv met 25 mensen, die zijn eigen broek ophoudt.

Ze zijn succesvol, maar toch. ‘Gisteren zat ik nog in een acquisitiegesprek bij Philips’, zegt Pieter van Broekhuizen, voormalig directeur van de chemiewinkel. ‘Ze kijken me toch wat glazig aan als ik me introduceer als ‘IVAM UvA BV’, terwijl hun ogen glimmen als ik vertel dat het om een voortzetting van de chemiewinkel gaat.’

De thema’s van weleer zijn in goede banen geleid, zeggen Ree en Van Broekhuizen. ‘Politieke agendasetting is minder nodig’, meent ook Van Broekhuizen. Zelf legt hij zich met nanotechnologie wel toe op een nieuw maatschappelijk onderwerp. ‘De arbeidsomstandigheden in die sector zijn een onontgonnen terrein, waar vooral op Europees niveau veel te halen is’, aldus Van Broekhuizen, die op het onderwerp gaat promoveren.

De Universiteit van Amsterdam onderkent het belang van dergelijk onderzoek minder, meent Van Broekhuizen. ‘Van nanotechnologie willen ze louter de fundamenteel fysische en chemische kenmerken weten, terwijl privacy en ethiek bij medische toepassingen essentieel is.’

Waardering
Bij Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) zegt coördinator Gerard Straver waardering van de universiteit te ondervinden, mede doordat de tien tot vijftien projecten per jaar vaak fraaie publiciteit opleveren. ‘Ze zien ons niet als franje, we dragen namelijk onmiskenbaar bij aan het maatschappelijke imago van Wageningen UR’, zegt Straver. Sinds 2001 is hij de coördinator die jaarlijks honderd vragen schift, afwijst of doorstuurt.

Soms leidt een vraag tot een nieuw onderzoeksthema. ‘Zorglandbouw, waarbij mensen met een bepaalde ziekte of stoornis een tijd op een boerderij meedraaien, is een thema dat hier is begonnen’, zegt Straver. De wetenschapswinkel werpt zich ook op burgerparticipatie. ‘Wij krijgen vaak voor- en tegenstanders van een rondweg als poldermodel aan tafel. Dat levert een plan op waar ook de burgemeester blij van wordt.’

Commerciële organisaties komen er nog steeds niet in. ‘De gemeente Rotterdam die een probleem heeft met bladafval, stuur ik direct naar Alterra, waar ze gewoon een commercieel tarief moeten betalen’, aldus Straver, wiens budget van de universiteit en onderzoeksinstituten komt. Een adviesraad ziet toe op eventuele concurrentie ten opzichte van het gevestigde Wageningse onderzoek. Ingrijpen hoeven ze niet. ‘Wij zitten in een niche van onderzoek dat anders niet zouden worden verricht.’

Anders dan voorheen zijn de winkeliers niet op voorhand supersolidair met de vragenstellers. ‘Ik ga niet met ze op de barricaden staan en zet ook geen handtekening onder een petitie’, zegt Straver. ‘Ik wil onafhankelijk blijven. Geen geknuffel. Zij hebben een plan of probleem, wij zijn adviseurs.’

Dat ondervond ook de boer die kansen zag voor dromedarismelk in Nederland en vroeg: ‘Mag ik een dromedaris melken?’ Straver: ‘We hebben zijn bedrijfsvoering kritisch doorgelicht op dierenwelzijn, en geconstateerd dat het machinaal melken en de oxitocine-injecties moesten worden verbeterd.’ De boer paste daarop zijn werkwijze aan en kreeg ontheffing om zijn dromedarissen te kunnen blijven melken.

De wetenschapswinkeliers doen zelf geen onderzoek meer, maar leggen de onderzoeksvragen bij studenten en medewerkers op de universiteit. Het onderzoek lijkt er professioneler en specialistischer van geworden. ‘Je leert en bouwt voort op het verleden’, zegt Straver, wiens winkel 25 jaar bestaat. Ook de EU heeft het winkelconcept ontdekt en subsidieert 26 winkels in twintig landen met 2,7 miljoen euro.

‘Het onderzoek is misschien professioneler, maar vooral specialistischer geworden’, zegt Karin Ree. ‘Je werkt niet meer aan heel brede onderwerpen. Het belangrijkste is echter dat de moderne wetenschapswinkels nog steeds in een maatschappelijke behoefte voorzien.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden