Kranten benadelen vrouwelijke politiek leiders door de manier waarop ze over hen schrijven, blijkt uit dit onderzoek

Of ze over leiderskwaliteiten beschikken, heeft geen prioriteit in berichtgeving

Een vrouw in de politiek krijgt in de pers vragen over haar thuissituatie. Of ze over leiderskwaliteiten beschikt, heeft in kranten vaak geen prioriteit.

Marianne Thieme, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren. Foto anp

Vrouwelijke politiek leiders worden benadeeld door de manier waarop de kranten over ze schrijven. Ze worden veel minder beoordeeld op de leiderschapskwaliteiten die de kiezer van belang vindt bij het uitbrengen van zijn stem. Dat blijkt uit promotie-onderzoek van politiek wetenschapper Loes Aaldering van de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Vrouwelijke politiek leiders worden anders geportretteerd in de media dan mannen. Dat wisten we toch al?

'Wat we al wisten is dat 'gewone' sekse stereotypen een rol spelen bij de berichtgeving over vrouwelijke politici. Denk aan vragen over hun rol als moeder of oma, hun uiterlijk of de taakverdeling thuis. Wat ik heb gedaan is kijken of vrouwelijk politiek leiders in de krant worden beoordeeld op leiderschapskwaliteiten die ertoe doen bij verkiezingen. Dat gebeurt bij vrouwen veel minder dan bij mannen. Dat werkt in het nadeel van vrouwen.'

Welke leiderschapskenmerken zijn belangrijk voor de leider van een politieke partij om stemmen te trekken?

'Uit de internationale literatuur weten we dat de kiezer het belangrijk vindt dat zo'n leider kundig is, daadkrachtig, integer, communicatief vaardig en consistent. Van mannen wordt in de krant veel vaker geëvalueerd of ze daaraan voldoen. De krant is minder geïnteresseerd of vrouwelijke politici goed scoren op leiderschapskwaliteiten.'

Hoe komen vrouwen dan wel in de krant?

Dat heb ik niet onderzocht. Ik heb 250 duizend krantenartikelen tussen 2006 en 2012 met een computerprogramma geanalyseerd om te zien hoe vaak leiderschapskwaliteiten ter sprake kwamen die belangrijk zijn in de verkiezingsstrijd. In artikelen over vrouwelijke politici is dat flink minder het geval.'

Lilian Marijnissen spreekt het partijcongres van de SP toe. Opmerkelijk kregen haar leiderschapskwaliteiten wel aandacht in de pers toen zij in december Emile Roemer opvolgde. Foto anp

U hebt uw onderzoek herhaald bij mannelijke en vrouwelijke ministers. Waarom?

'Om zeker te zijn dat hier echt sprake is van een gendereffect. Er waren in de periode 2006-2012 zes vrouwelijke partijleiders, dat is natuurlijk een beperkte onderzoekspopulatie. Daarom heb ik het onderzoek ook bij ministers gedaan, buiten verkiezingstijd. Ook daar zag je dat voor de kiezer relevante kwaliteiten van vrouwelijke politici minder aandacht krijgen.'

'Maar het gaat gelukkig soms ook wél goed. Toen Emile Roemer onlangs plaatsmaakte voor Lilian Marijnissen als leider van de SP zag je dat kranten van beide politici de leiderschapskwaliteiten in kaart brachten. Van Roemer werd in de NRC gezegd dat hij 'geliefd' was, maar dat hij zijn 'gezag' had verloren. Geliefd zijn gaat over communicatie, gezag gaat over kundigheid. Marijnissen werd een 'groot politiek talent' genoemd. Ook een teken van bekwaamheid.'

Loes Aaldering: 'Kranten zijn minder geïnteresseerd of vrouwelijke politici goed scoren op leiderschap'

Hoe kan u aantonen dat een positief artikel over de daadkracht van een politiek leider electorale gevolgen heeft?

'Door de 200 duizend onderzochte artikelen te koppelen aan een opiniepanel van EenVandaag. Van deze mensen weten we welke kranten ze lezen en is bekend wat ze op 110 momenten gestemd zouden hebben als er die dag verkiezingen waren geweest. En dan zie je de effecten. Als een partijleider wordt afgeschilderd als kundig, daadkrachtig en integer lokt hij kiezers weg bij andere (enigszins verwante) partijen. Het effect is bescheiden. Want de meeste kiezers wisselen nìet van partij. Ideologie en issues zijn belangrijker dan de persoon van de leider. Maar zo'n positief verhaal kan de kiezer doen verleiden de overstap te maken.'

Als de leiderschapskwaliteiten van vrouwen minder aan bod komen, lopen ze ook minder kans om afgebrand te worden als incapabel, slap en onbetrouwbaar.

'Dat klopt. Maar in campagnetijd heeft zo'n negatief artikel nauwelijks electorale gevolgen, in tegenstelling tot gunstige stukken. We weten niet hoe dat komt. Misschien omdat in verkiezingstijd de kritiek vaak niet van de journalist komt, maar van de politieke opponent. Het kan ook zijn dat lezers zo'n artikel vooral als een teken zien dat de politicus ertoe doet, want hij krijgt veel aandacht in de krant. We weten het niet.'

Is de afwijkende berichtgeving over vrouwelijke politica slecht voor de kwaliteit van de democratie?

'Ja. Het draagt bij aan de ondervertegenwoordiging van vrouwen.'