Kralen en spiegeltjes in Noord

OP BLADZIJDE 14 van Zo dicht bij Amsterdam bekent Jan Donkers dat hij zijn leven lang 'de meest haatdragende Noord-renegaat van heel Amsterdam' was....

De Stad, die lag uiteraard aan deze kant van het IJ. Wat zich benoorden ervan uitstrekte, met een bevolking van ruim tachtigduizend, was niet meer dan 'een stedenbouwkundige fout', zoals in 1935 de hoofdstedelijke Dienst Publieke Werken oordeelde. 'Amsterdam is omsingeld', meldden de Nederlandse Spoorwegen per krantenadvertentie in mei 1993. Op een kaartje was te zien hoe de nieuwe ringspoorbaan de hoofdstad omkranste: van het Centraal Station via Sloterdijk, Duivendrecht en zelfs Weesp terug naar het CS. Wat boven het IJ lag, Amsterdam-Noord dus, stond wel op het kaartje, maar deed niet mee.

Voor het eerst bespeurde Donkers die dag - tot zijn eigen verbazing - iets van verontwaardiging over dat negeren van Noord. 'Een gevoel dat vrij nieuw voor me was', hoewel hij het ook al drie jaar eerder had bemerkt toen minister Maij-Weggen de ringweg om Amsterdam opende. 'Diezelfde dag had ik gepoogd met de auto naar het huis van mijn ouders te rijden, maar was nog voor ik de Zeeburgertunnel bereikte al weer via Oost omgeleid. Blijkbaar hoefde Noord dus nog niet bereikbaar te zijn om een Amsterdamse ringweg officieel voor geopend te verklaren.'

Jan Donkers werd in Amsterdam-Noord geboren, in de Bloemenbuurt, in de Resedastraat. Om de hoek, aan het roemruchte Mosveld, lag het terrein van de Volewijckers. Bijna de hele familie, zowel van vaders- als van moederskant, woonde op loopafstand. In het Waterland, even verderop, groeide hij op. 'Hier fietsten we Tour de France-etappes na. Hier testten we al na twee nachten vorst het ijs op de slootjes. (. . .) We woonden in Amsterdam, en toch aan de rand van het boerenland.' Aan de nabije horizon lagen Durgerdam, Zunderdorp en Ransdorp. Maar na die zorgeloze jaren kwam de middelbare school en daarmee het besef dat Noord een stiefkind was en dat het IJ de barrière was die hem, Jan Donkers, achterlijk hield. 'Het zal ergens in die jaren zijn geweest dat ik het nogal pathetische besluit nam dat ik weg moest uit Noord, wilde ik ooit nog ergens serieus genomen worden.'

Want Niet Noord was waar de politie je bij een middernachtelijk ommetje vroeg of je wel wist hoe laat het was. Waar, zodra je in café Het Sluisje aan de Nieuwendammerdijk iets in je agenda noteerde, honend werd gevraagd of je je soms Carmiggelt waande. 'Waar je al zo gek deed als je gewoon deed dat je zelfs dát dan maar het liefst binnenskamers deed.'

'Moeten we ook kralen en spiegeltjes meebrengen?', vroeg de preses van het Amsterdamse dispuut Ping Wong toen de student sociologie Donkers zijn dispuutgenoten de route naar de Purmerweg in Noord probeerde uit te leggen. Zo gauw Donkers de kans kreeg, verhuisde hij 'als rancuneuze renegaat' naar Kattenburg.

Vele jaren later moet hij toegeven Noord ten onrechte te hebben aangewreven dat het zijn puberdromen niet vervulde. Dat was toen hij zich realiseerde alle karakteristieken van Noord (nuchterheid, dorpsheid, arbeidzaamheid) in zijn botten te hebben. 'Dit was waar ik vandaan kwam en waar ik in heel essentiële zin nog steeds thuishoorde. (. . .) Ontkennen hielp niet meer. Nu niet en nooit niet.' Kortom: de verzoening en daarna de liefde en dan zelfs de trots.

Misschien heeft Donkers altijd al die liefde voor zijn geboorteplek met zich meegedragen, maar was er een uitlaatklep nodig om ze aan de oppervlakte te laten komen. Iets dus als Zo dicht bij Amsterdam, een aangename mengeling van reisreportage, autobiografie, interview en sociologische schets plus een klein beetje fictie, en ook goed verteerbaar voor wie niet vertrouwd is met Amsterdam-Noord. Uiteraard laat zich vooral de journalist Jan Donkers gelden wanneer het om de herijking van Noord gaat. Door oude en nieuwe bewoners op te zoeken ontstaat geleidelijk een scherp beeld van hoe dit stadsdeel was (vooral gemoedelijk, landelijk en werkzaam) en hoe het tegenwoordig is (allochtoon, nog steeds wat landelijk en zelfs soms pittoresk).

Maar één keer waagt hij zich aan dichterlijke vrijheid, wanneer hij door de ogen van een nieuwkomer Noord probeert te bekijken. Het levert een hilarisch hoofdstuk op waarin hij een gefingeerde Malinees, onbekend met Amsterdam, na aankomst op het CS met de pont naar Noord laat varen in de veronderstelling dat daar De Stad ligt. 'Dit is De Pont Naar Amsterdam' Om aan gene zijde naambordjes tegen te komen met Ruggiu, Elkazouki en Baali. Veel mensen heten ook 'Bel stuk', ontdekt hij, en zelfs eentje 'Bel stuk. Met de brievenbus klepperen'. '

Amsterdam-Noord, dat was de company town met Ketjen (aan wiens zwaveluitstoot Donkers de kaalhoofdigheid in Noord wijt), NDSM, Stork, Hollandia, dat was ook Asterdorp, een ommuurde wijk voor asociale gezinnen, dat was later het bekroonde plan-Van Gool en dat is sinds de zomer van 1995 op zondag het Nieuwendammerbootje van de De Ruyterkade naar café Het Sluisje. Jan Donkers nam een buitenlandse vriendin mee op het bootje, wier mond openviel toen ze de Nieuwendammerdijk zag, 'wonderschoon van eenvoud en landelijk evenwicht'. 'Alles is vergeven', bekent de schrijver, en vanuit het diepst van zijn hart: 'Wat mooi, dat we dit in Amsterdam hebben.'

Frans van Schoonderwalt

Jan Donkers: Zo dicht bij Amsterdam.

Atlas; 169 pagina's; ¿ 36,90.

ISBN 90 254 0997 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden