Maakbare wereld Superwijnkoeler

Koud wijntje of heerlijke nacho's op het strand? Maak zelf een koeler of oven

U gaat naar het strand en u neemt een rol ducttape mee. Een goed begin, want er valt in de wereld heel wat naar uw hand te zetten. Ook als u op het warme zand zit.

Superwijnkoeler

Ik ga naar het strand en ik neem mee: een emmer, een schep en een fles droge witte wijn. Warme droge witte wijn, want ik ga natuurlijk niet met een koelbox slepen. Koelboxen zijn groot en onhandig. En ze zijn lelijk. Vergeet het maar.

Maar ja, die warme wijn. Je kunt de koelbox principieel afwijzen, maar dan moet je iets verzinnen om de wijn koel te krijgen. Gelukkig had ik dus al een emmer bij me, en een schep. De rest van de benodigdheden is te vinden op een gemiddeld terras of desnoods bij de McDonalds op de boulevard: ijsblokjes en zout.

Begin met het graven van een kuil voor je emmer. Verzamel dan uit lege glazen en drinkbekers op nabijgelegen terrassen zoveel mogelijk ijsblokjes. Zet de fles in de emmer en voeg de ijsblokjes toe.

Je zou nu kunnen stoppen. Een ijsemmer is een beproefde manier om een fles wijn koud te krijgen. De methode heeft wel een probleem. In twee woorden: duurt lang. Het hele proces valt aanzienlijk te versnellen met zout. Bij een verhouding drie delen fijngemalen ijsblokjes op één deel keukenzout zakt de thermometer van 0 naar -21 graden. Als je het met een beetje beleid doet (de wijn moet niet bevriezen) is dat de snelste manier om de fles koel te krijgen.

Als je niet aan ijsblokjes kunt komen, kun je het ook proberen met water, salmiakzout (ammoniumchloride) en soda (natriumcarbonaat). Vul de emmer liefst met zoet water, zet de fles erin en voeg een paar stevige scheppen van het zoutmengsel toe. (Dit is een mooi moment om even te gaan zwemmen; bij het oplossen van ammoniumchloride met soda ontstaat ammoniak, en dat stinkt. En het is bovendien slecht voor je.)

Het klassieke receptenboekje Mengen en Roeren van L.P. Edel (Deventer, 1936) biedt nog een recept voor een zogeheten koudmakend mengsel: ammoniumsulfocyanaat, ammoniumchloride en water. ‘De temperatuur daalt van +15° C tot -19 graden Celsius’, aldus Edel. Effectief, maar niet verstandig. Als ammoniumsulfocyanaat (tegenwoordig: ammoniumthiocynaat) in aanraking komt met zuur, kan het blauwzuurgas vormen. Dat maakt je ook koud, maar wel definitief.

Nu we toch op vakantie gaan: Mengen en roeren is onderhoudende strandlectuur. Onmisbare bagage voor iedereen die tijdens de vakantie acuut behoefte denkt te krijgen aan recepten voor mierengif, Zwitserse absinth, zelfgemaakte lucifers of ‘luchtontsmettingsmiddel voor schouwburgen e.d.’

Ernst Arbouw maakt een wijnkoeler. Beeld Chris Rovroy
Beeld Chris Rovroy

Stranddouche

Na een dag aan zee zit er voor mijn gevoel altijd meer zand op mij dan er überhaupt op het strand lag. Het water inspringen heeft meestal weinig zin. Tegen de tijd dat je bij je handdoek bent zit je al weer onder. Wat je goed zou kunnen gebruiken is een lekkere douche.

Nu kun je natuurlijk een emmer water over je hoofd heen gooien, maar emmers vol water zijn zwaar en bovendien krijg je dan in één keer een paar liter water te verwerken.

Maar hoe krijg je water omhoog zonder te tillen? Met een pomp natuurlijk. Een luchtbedpomp is een goed begin, maar die heeft nog wat hulp nodig. Een van de problemen die we moeten oplossen is dat water één richting op moet namelijke omhoog en vooral niet terug.

In de electronica zou je voor zoiets een diode gebruiken. Met wat simpele voorwerpen kunnen we zelf een “water diode” maken.

Men neme een stukje pvc buis en een stuiterbal. De stuiterbal moet iets kleiner zijn dan de diameter van de buis. Aan de ingang stoppen we een rubberen ring die de stuiterbal tegen kan houden. Aan de uitgangszijde van de buis doen we een schroef door de buis. Als er nu water de buis instroomt via de ingang stroom dit langs de bal. Maar als het water terug stroomt drukt het de stuiterbal tegen de rubber ring en sluit de buis af en houdt het water en de lucht tegen. Dit principe wordt ook wel een ‘bubble pump’ genoemd.

Ik heb twee van deze eenrichtingsverkeer dingen gemaakt, een voor de water ingang en een voor de luchtmatraspomp ingang. De twee stukken verbind ik met een pvc T-stuk. Aan de uitgang kunnen we een slang verbinden, waar ik een bovenkant van een 1/2 liter colafles als koppelstuk gebruik. Dit geeft wel weer nieuwe uitdagingen. De slang is veel dunner dan de pvc-buis. Dit betekent dat het water meer weerstand ondervindt. Een beetje als een snelweg waar er opeens een baan minder is. Lucht kiest de makkelijkste weg en dat is waarschijnlijk niet de slang. Ducttape is erg belangrijk in dit project.

Hoe goed werkt deze douche? Om water te pompen moeten de water ingang en de T-splitsing onder water zijn. Elke keer als je pompt komt er een flinke scheut water uit de slang. Dat zou genoeg zijn om je af te spoelen. Leuker wordt het zonder slang. Dan hebben we een stroom water waar een supersoaker nog een puntje aan kan zuigen. Tip: neem iemand mee die voor je kan pompen.

Cor van Essen maakt een stranddouche. Beeld Chris Rovroy
Beeld Chris Rovroy

Strandpolder

Mooi hoor, zo’n strand met dat verre uitzicht en het rustgevende water. Ik heb er echter één probleem mee. Je staat per definitie boven zeeniveau. Als kind uit de polder ben ik opgegroeid onder NAP. Haal mij uit de polder en mijn oren gaan suizen van het drukverschil.

Het klinkt als een paradox: onder zeeniveau aan zee. Maar volgens mij kan het. Polders bestaan in essentie uit drie onderdelen. De polder zelf: de kuil, de plas of het meer waar je land van wil maken. Dan de boezem: een kanaal waarmee je het water uit de polder naar de zee brengt. Ten slotte een gemaal dat het water uit de polder naar de boezem pompt.

In de praktijk van het Nederlandse watersysteem wordt het al snel complex met sloten waardoor het water door de polder naar het gemaal stroomt en met boezemgemalen die het water uit de boezem naar zee pompen. Op het strand hoeft het niet zo complex.

Ergens tussen vloed en eb begin ik een kuil van 2 meter lang bij 2meter breed en 40 centimeter diep te graven. Al tijdens het graven loopt de kuil vol met grondwater. Dit water komt uit de grond omhoog: kwel. Ook in grote Nederlandse polders is kwel een bekend fenomeen. De Haarlemmermeer ligt zo’n 5 meter onder zeeniveau en dus drukt het grondwater met 5 meter waterdruk omhoog. Dat het er niet uitspuit ligt aan de laag dikke klei in de grond van de polder die het water moeilijk doorlaat. Op het strand heb ik niet het voordeel van klei. Op het strand ligt goed doorlatend zand. Ik zal continu moeten pompen.

Als gemaal kies ik een Bilge-pomp. Deze pompjes worden gebruikt om bootjes droog te houden en werken op 12 volt, de elektrische spanning die van een buitenboordmotor, maar ook van een auto-accu komt. Ik heb geen auto en geen auto-accu, maar als maker heb ik wel een accu-boor. Op de 14 volt van mijn booraccu doet de pomp het ook prima. Ik sluit de boor direct aan op de accu met wat knijpers en geniet als het water uit mijn polder begint te stromen.

Snel leg ik het laatste deel aan: de boezem. Normaal is dat een ringvaart rond de hele polder maar hier volstaat een recht kanaal direct naar zee. Het droogleggen van de Haarlemmermeer duurde vier jaar. Mijn poldertje gaat wat sneller. Na dertig minuten kan ik mijn strandstoel in mijn polder neerzetten. Eindelijk rustig genieten aan zee, onder zeeniveau.

Voor dit project is advies ingewonnen bij docent polders Olivier Hoes van de TU Delft en bij Yvonne Smit, promovenda zandtransport op het strand aan de Universiteit Utrecht.

Rolf Hut maakt een polder. Beeld Chris Rovroy
Beeld Chris Rovroy

Zonneoven

Stel je voor: je zit aan het einde van een zomerdag op het strand. De zon gaat onder in de zee, de hemel kleurt oranje. Het koelt snel af, maar je wil nog niet naar huis. Het was zo’n leuke dag. Je hebt een zandkasteel gebouwd mét polder; koude drankjes gedronken; gezwommen, en daarna uitgebreid gedoucht. Je kan werkelijk niets bedenken dat deze dag nóg fijner kan maken.

Dan stoot je buurvrouw je aan. ‘Hé, wil je nacho’s?’

Het afgelopen uur, toen de zon nog fel scheen, heeft ze een zak tortillachips omgetoverd tot de ultieme nacho-traktatie, met een dikke laag gesmolten kaas, warme salsa en hete jalapeñopepers.

Alles wat je nodig hebt om dit droomscenario tot waarheid te maken, is een doos, stanleymes, aluminiumfolie, ducttape, een glasplaat en isolatiemateriaal. Daarmee bouw je in een handomdraai een zonneoven.

De basis kan een simpele doos zijn waarvan je de flappen af hebt gesneden, maar als je hogere temperaturen wil bereiken, loont het de doos te isoleren. Dat doe je door twee dozen in elkaar te plaatsen, een kleinere in een grotere. Tussen de twee plaats je isolatiemateriaal zoals piepschuim of oude kranten. Vervolgens plaats je eten in de oven en leg je er een glasplaat op. Die zijn niet lastig te vinden: iedereen heeft wel een oud fotolijstje in huis. Tape de glasplaat vast.

Zo’n met glas bedekte doos kan al behoorlijk warm worden – denk maar aan een auto op een zonnige parkeerplaats. Maar voor de optimale bakpraktijken willen we temperatuur zo hoog mogelijk laten oplopen. Daartoe vergroten we de hoeveelheid zonlicht die de glazen plaat raakt. De flappen van de doos komen goed van pas: bouw reflectoren door ze te beplakken met aluminiumfolie, en tape ze langs de zijkanten van de glasplaat. Zet ze schuin met behulp van stokjes. Voor minimaal zonlichtverlies, maak je de flappen even hoog als de lengte of breedte van de oven. Richt de oven naar de zon, zet de flappen zo dat het zonlicht maximaal de doos in reflecteert, en ga in je strandstoel liggen. De nacho’s zijn zó klaar.

Mijn testoven liep als een, nou ja... zonnetje. Na anderhalf uur was de oventemperatuur zo’n 100 graden Celsius. Meer dan genoeg om nacho’s te bakken, hotdogs te verwarmen of marshmellows te roosteren. Maar bij zo’n temperatuur kun je ook een visje bakken, of (als je een paar uur de tijd hebt) een lamsbout. Dus move over Jamie Oliver, de hipste chefs vind je vanaf nu op het strand.

Ans Hekkenberg maakt een zonneoven. Beeld Chris Rovroy
Beeld Chris Rovroy
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden