Koploze kikkervis gaat niet alleen de genetici wat aan

Koploze kikkervisjes vormen aanleiding voor een nieuwe controverse tussen genetici en ethici over de grenzen van de biotechnologie. Sjaak Swart ziet mogelijkheden om beide partijen nader tot elkaar te brengen....

IN FORUM van 25 oktober kregen de Nederlandse genetici, naar aanleiding van de commotie over koploze kikkervisjes, er flink van langs. Erno Eskens en René Gude, beiden werkzaam als redacteur bij Filosofie Magazine, kritiseren het 'inspraak-achterafmodel' dat de genetici zouden hanteren bij de discussie over de morele aspecten van hun onderzoek.

Dit model houdt in dat de discussie over de wenselijkheid pas mag losbarsten 'als het product van de wetenschap daadwerkelijk ter tafel ligt'.

Behalve de naamloze kikkervisjes voeren de auteurs stier Herman en schaap Dolly ten tonele als onderbouwing van deze kritiek. Het achterafmodel is inderdaad kritiseerbaar omdat het slechts tot een reagerende ethiek leidt. Het is echter onduidelijk of een anticiperende ethiek wel goed mogelijk is.

Er is hier een overeenkomst met het dilemma dat zich voordoet bij het technologie-aspecten onderzoek. Dit is onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van en voorwaarden voor nieuwe technologieën dat al sinds dertig jaar op vele plaatsen wordt uitgevoerd.

Het dilemma houdt in dat technologie in een vroege fase relatief gemakkelijk is te sturen, maar dat we nauwelijks weten hoe dat moet omdat de consequenties van de nieuwe technologie te onzeker, te vaag of te veelvormig zijn.

Bij een rijpe technologie zijn die gevolgen goed bekend, maar zijn we nauwelijks in staat haar bij te sturen vanwege haar maatschappelijke verankering. Het meest bekende voorbeeld is waarschijnlijk wel de klassieke verbrandingsmoter van de auto die we maar moeilijk kunnen vervangen door schonere alternatieven.

Bij de problematiek die de filosofen aanroeren, speelt nog een tweede kwestie. Het scala van mogelijke ontwikkelingen dat uit fundamenteel onderzoek voortkomt, is zo ontzettend groot. Daaronder zitten nogal wat griezelscenario's zoals de hoofdloze mensen in het onderhavige geval.

Verwacht mag worden dat in publieke discussies deze wellicht niet-onmogelijke, maar wel onwaarschijnlijke, horror stories de boventoon zullen voeren. Ik denk dat dat uiteindelijk leidt tot apathie van het grote publiek en tot marginalisering of zelf criminalisering van betrokken onderzoekers. De zaak Buikhuizen is van dit laatste een bekend Nederlands voorbeeld.

Vanuit dit perspectief is het niet vreemd dat Ronald Plaskerk op de Forumpagina van 29 oktober de ontwikkelingen relativeert. Toch schiet hij door met zijn constatering dat filosofen zich kennelijk vervelen.

Het behoort zeker tot de verantwoordelijkheid van onderzoekers om ontwikkelingen tijdig aan de orde te stellen. Zij hebben immers een kennisvoorsprong. Beide filosofen reduceren deze kwestie mijns inziens te veel tot een persoonlijke ethiek van publieksvoorlichting.

Ook Plasterk doet dat feitelijk wanneer hij stelt dat je vertrouwen moet hebben 'in de mening van vakmensen'. Het probleem is dat die vakmensen nogal van mening verschillen. Waarom heeft Plasterk het gezag om over de professionaliteit van kikkervis-onderzoeker Slack te oordelen, en waarom is dat andersom niet het geval? Het publiek wordt hier niet veel wijzer van.

Persoonlijke betrokkenheid is een noodzaak bij een goed debat, maar een anticiperende ethiek mag daarvan niet alleen afhankelijk zijn. Dat leidt tot de eerder genoemde nadelen.

Belangrijk is dat wetenschappers en technologen op een meer institutioneel niveau uitdrukking geven aan hun collectieve verantwoordelijkheid. Toetsingscommissies kunnen daarin een rol spelen maar hebben als nadeel dat ze opgelegd zijn en daardoor ook wrevel opwekken, zoals ook uit de bijdrage van Plasterk valt op te maken.

Een aanvullende weg zijn beroepscodes die de laatste jaren binnen een aantal natuurwetenschappelijke en technologische verenigingen tot stand zijn gekomen. Tot nu toe zijn deze gedragscodes vaak nogal individualistisch geformuleerd. Ze beogen veelal de individuele beroepsgenoot te ondersteunen bij eventuele gewetensproblemen, maar zijn zeer terughoudend in collectieve oordeelsvorming.

Voor dit laatste is samenwerking in plaats van polarisatie nodig tussen professionals, belanghebbenden, ethici en beleidsmakers in plaats elkaar onderling verwijten te maken. Ook filosofen en ethici bezitten vakkennis, en die behoort ingebracht en gerespecteerd te worden door wetenschappers en technologen.

Sjaak Swart is werkzaam bij de sectie Wetenschap & Samenleving van het Biologische Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden