Koot 5 voor een dikke moeder

Het straatvoetbal is niet dood, maar leeft. Het is opnieuw geboren op de pleintjes van de grote steden. Je kunt er de dubbele Prosi zien, de Okocha, de sleep en de vette panna....

tekst Bert Wagendorp fotografie Marcel van den Bergh

Het was eigenlijk de bedoeling dat dit een heel erg nostalgisch verhaal zou worden. Een verhaal met bijvoorbeeld Gerrie Muhren, de briljante middenvelder van het oude Ajax die zijn fenomenale techniek had opgedaan op straat. Volendamse Gerrit die, leunend op een auto, mijmerend zou zeggen: 'Vroeger had alleen de dokter hier een auto. Dus toen hadden we nog de ruimte om te pingelen. Die tijd keert nooit weerom. Goh, wat jammer.'

Maar dat verhaal is mislukt.

Het is een dinsdagochtend in de Transvaalbuurt, in Amsterdam-Oost, vlakbij het Amstelstation. Op het pleintje aan de Joubertstraat en de President Brandstraat zijn een paar jongetjes aan het voetballen. Er staan twee rode ijzeren doeltjes. Aan het hoge hek dat het plein omgeeft, is een bordje bevestigd. 'Nike Playground', staat erop. 'Geopend 14-8-1996 door Edgar Davids.' Dit is het Joubertplein, beter bekend als het Nike-plein. Davids verwijst er altijd naar als het Fawakka-plein. Het is een van de tientallen pleintjes in Amsterdam waar je geweest moet zijn om het te geloven.

Dat je bijvoorbeeld best een voorzet kunt geven met je hak. Dat de onderkant van de schoen net zo belangrijk is voor de balbehandeling als de zijkanten en de wreef. Dat je tussen drie tegenstanders in nog een lobje over de keeper kunt geven.

Je leert er ook veel over de nieuwe voetbaltaal.

Een mooie bal is 'lekker'.

Een hele mooie bal is 'vet lekker'.

Geef je een slechte bal, dan roepen de anderen 'dikke moeder!' Het standaardantwoord op die verwensing luidt: 'Fok joe!' Een bal tussen de benen door is een panna. Een wel hele soepele panna is een 'vette panna'.

Het beroemdst is het Balboa-plein in Amsterdam-West, waar Ruud Gullit en Frank Rijkaard in de jaren zeventig dag en nacht aan het voetballen waren - altijd tegen elkaar, anders stond de uitkomst van het partijtje bij voorbaat vast. Tegenwoordig is Dries Boussatta van AZ de icoon van het plein. Hij komt er nog regelmatig een balletje trappen.

Maar het was op het Nike-plein waar zich nog niet zo lang geleden een hoogst opmerkelijk tafereel afspeelde.

Edgar Davids (Juventus) en Clarence Seedorf (toen nog Real Madrid, nu bij Internazionale) komen langs. Aanwe zig is ook Moussi, een vijftienjarig jongetje van Marok kaanse afkomst, die op alle Amsterdamse pleintjes geldt als een baltovenaar van legendarische afmetingen.

(Edgar Davids, zo wil het sterke gerucht, komt regelmatig bij Moussi langs om van hem de nieuwste trucs te leren - die hij vervolgens in Italië gaat instuderen. Moussi, die voluit Moustafa Rebel heet en die inmiddels uit Amsterdam is verhuisd naar Almere, is op uitnodiging van Davids zelfs al eens bij Juventus wezen trainen, weet Rashid, 14, op het Nike-plein te melden. Maar hij moest van zijn vader eerst zijn school afmaken, voor hij in Italië de vette panna gaat introduceren.)

Enfin. 'Dit is Moussi', zegt Davids op die gedenkwaardige ochtend tegen Seedorf. 'Pas op, hij gaat jou doen.' Wat betekent dat Moussi Seedorf in de luren gaat leggen. Seedorf moet een beetje lachen. Gaat dit schriele kereltje hem, de wereldvoetballer, doen?

Moussi pakt de bal, goochelt er wat mee, en doet Seedorf.

'Moussi heeft hier Davids ook een keer een panna gegeven', zegt Rashid. 'Een hele vette panna was het. Davids was kwaad. Hij ging op dat bankje daar zitten mokken.'

Straatvoetbal is pleintjesvoetbal geworden, en bloeit als nooit tevoren. Dat is sportmerken als Nike en Adidas ook opgevallen. Gedurende Euro 2000 zal het er bij de consument worden ingeramd. Straatvoetbal is hot. Niet langer worden iconen als Kluivert, Zidane en Davids gepresenteerd als de sterren van de grote stadions, maar ze worden neergezet als de sportieve anarchisten van de pleintjes, die meer geven om een goed gelukte truc dan om een strak doelpunt.

De Koninklijke Nederlandse Voet bal bond speelt ook in op de hype. Voor het vierde achtereenvolgende jaar organiseerde de KNVB dit seizoen het Ne der lands kampioenschap straatvoetbal, in totaal zo'n vijftienduizend kinderen doen eraan mee.

Op het Waagplein in Alkmaar, waar een van de districtsfinales wordt afgewerkt, legt Jelle Goes (van de afdeling talentontwikkeling van de bond) uit waarom de KNVB de straat en het plein promoot. 'Davids en Seedorf hebben het voetbal niet op de club geleerd, maar op straat. Bij veel clubs laten ze jongetjes van tien nog steeds tussen pionnen doorlopen, zonder bal. We hopen ze er met dit programma van te overtuigen dat kinderen d¡t leuk vinden. Dat je ze moet laten spelen.'

'Géén balverlies!!', schreeuwt de coach van een van de deelnemende teams. 'Bezieling!' 'Geven die bal, direct spelen!' Goes hoort het hoofdschuddend aan. 'Je moet clubs er ook van overtuigen dat spelertjes weleens beter af zijn zonder coach.'

Volgens Johan Cruijff zou het straatvoetbal beter af zijn zonder welke vorm van officiële bemoeienis ook. 'Straat voetbal heb een hele lange geschiedenis', zegt hij. 'Het is heel oud, heeft eigen tradities. Daar kun je op heel veel manieren doorheen gaan fietsen. Je kunt het proberen te organiseren, zoals de KNVB wil. Maar dat moet je natuurlijk nooit doen.'

Cruijff is een zuiver product van de straten van Betondorp. En straatvoetbal ziet hij nog steeds als de belangrijkste basis van het topvoetbal. 'Je wordt technisch beter, omdat de bal veel meer stuitert op die stenen. Je leert kijken. Op straat heb je namelijk stoepen en lantaarnpalen. Je moet dus over de bal heenkijken, om te voorkomen dat je tegen een lantaarnpaal aanloopt of struikelt over de stoep.'

Cruijff, zegt hij zelf, dankt het aan zijn opleiding op straat dat hij zich later als een balletdanser over de velden en langs tegenstanders bewoog. 'Ik moest het als klein jongetje niet van mijn fysiek hebben. Als er een grote langskwam, lag ik zo op straat. Dat deed pijn, dus een tweede keer probeerde je dat wel te voorkomen, anders kwam je onder de kneuzingen thuis. Vandaar dat mensen die als kind klein waren, later op het veld meestal over het meeste overzicht beschikken.'

Straatvoetbal, concludeert Cruijff, is verschrikkelijk belangrijk. 'Je ontwikkelt bepaalde capaciteiten die doorslaggevend zijn voor je latere carrière. Techniek, overzicht en de wil om te winnen. Want wie wil er op straat nou verliezen?'

Maar het allerbelangrijkste, denkt Nederlands grootste voetballer ooit, is dat kinderen op straat het pure plezier in het voetbal vinden. 'Voetbal moet je lachend doen, niet te serieus. Op straat zie je nog mensen lachend voetballen, en dat gebeurt op topniveau veel te weinig. Die trainers van tegenwoordig lopen als nerveuze tijgers langs de lijn. Geen lachje kan er vanaf.'

Een zonnige woensdagmiddag op het Plejadenplein, in Amsterdam-Noord. Het plein is een van de zes Amster damse voetbalpleintjes die recentelijk op kosten van Nike zijn opgeknapt en van belijning, doelen en ballen voorzien. 'We willen wat doen voor de basis', zegt Hans Faber van Nike. Zijn bedrijf is natuurlijk geen filantropische instelling: dat die basis perfect aansluit bij het imago dat Nike nastreeft, komt heel mooi uit.

'Het Amsterdamse voetbal staat voor brutaliteit, voor aanvallend spel, voor een leuke vorm van arrogantie. Daaraan voelen wij ons verwant, en die elementen vind je in extremo op de pleintjes. Bovendien communiceren we zo met onze belangrijkste doelgroep, de jeugd.'

Kim de Graaf van Nike coordineert het pleintjesproject. Ze valt daarbij van de ene verbazing in de andere. 'Op één van de pleintjes hebben ze een regel, die noemen ze Koot 5. Wie een blunder maakt, mag kiezen. Of vijf minuten worden afgerost, of vijf minuten met de broek naar beneden in het doel, terwijl de anderen vrij mogen schieten. Hard schieten.'

Nike's strategie werkt, het marktaandeel op de markt van voetbalschoenen stijgt scherp. Onder jongeren is het merk nu met 39 procent van de verkopen een stuk groter dan over-all marktleider Adidas.

Bij dat bedrijf zitten ze ondertussen niet stil. De nieuwe campagne, be staan de uit 25 commercials waarin het straat voetbal centraal staat, wordt tij dens het EK uitgezonden in 170 landen. 'Het is het anarchistische, het vrije, dat aanspreekt', zegt René Bergmans van Adidas. 'Het is ook terug naar de basis, naar de roots van het voetbal. Voor het WK van 1998 was onze reclame nog technologisch, een beetje science fiction-achtig. Nu is het puur voetbal.'

Zoals op de pleintjes van New York, Chicago en Los Angeles een subcultuur ontstond rond het basketbal, zo verwachten Adidas en Nike dat in Europa hetzelfde zal gebeuren op de voetbalpleintjes. Een jongerencultuur rond bal en trucs.

Bergmans: 'Het voetbal is, dank zij een toernooi als de Champions League en het commerciële geweld daarom heen, steeds verder van de mensen af komen te staan. Wat er op de pleintjes gebeurt is daarop misschien wel een tegenreactie.'

En daar moet op worden ingespeeld. 'Uit liefde voor het voetbal' (Bergmans) of 'om wat terug te doen voor de jeugd' (Faber). Maar natuurlijk vooral 'om schoenen te verkopen' (beiden). Nike richt tijdens Euro 2000 in het Olym pisch stadion een straatvoetbalparadijs in. Adidas trekt met een straatvoetbalcircus door het hele land. Fans die aankomen op Schiphol kunnen op het plein voor de luchthaven alvast een balletje trappen. Bergmans: 'Ge woon lekker voetballen, daar gaat het om.'

Nike is zelfs bezig met de ontwikkeling van een straatvoetbalschoen.

Die heeft Jonathan Keli overigens niet nodig. Keli (17) is een van de sterren van het Plejadenplein. Sinds een jaar speelt hij in de jeugd van Telstar, dus moet hij zijn activiteiten op het plein tje wat beperken. En daardoor, zegt Jonathan, is zijn techniek enigszins teruggelopen.

Wat kon hij dan in godsnaam voor zijn overgang naar Velsen allemaal? Keli is een schitterende danser met de bal. Sommige trucs hebben een naam: de Prosi, naar de Kroatische speler Prosinecki. Verder demonstreert Jonathan de sleep, de Del Piero (een soort driedubbele schaar die bij normale men sen de ogen bijna uit de kassen doet draaien), de Ronaldo - een relatief simpele beweging die op snelheid moet worden uitgevoerd - en de Davids: bal terughalen en over de tegenstander spelen.

Gillmar Bundel (15) - geen lid van een voetbalclub, 'misschien ga ik volgend seizoen bij AZ spelen' - kent er ook nog een paar. Hij begint eenvoudig, met de klassieke schaar. De dubbele schaar. Ook nog te volgen. Dan volgt de schaar achterwaarts. Nooit eerder gezien, de schaar achterwaarts.

Dan volgt de dubbele schaar achterwaarts. Hoe komt het dat Gillmar Bundels benen niet totaal in de war raken en hij niet hulpeloos omvalt? Hoe weet hij waar de bal is? Vanuit welke hersenkwab wordt deze waanzinnige dans bestuurd? Wie heeft hem uberhaupt bedacht?

Ter aanvulling van het repertoire van Keli laat Gillmar als toetje nog even de langzame Prosi, de snelle Prosi en de dubbele Prosi zien. Plus een soort Prosi achterwaarts.

Keli staat ondertussen wat te dansen, terwijl hij de bal curves laat maken die vanuit zuiver natuurkundig oogpunt als onmogelijk gekwalificeerd moeten worden. Het zijn bewegingen en passeertrucs zonder naam, zegt hij. Ze vallen hem zomaar in. De Okocha, naar de Nigeriaanse middenvelder, die kent hij natuurlijk wel. Met de rug naar de tegenstander de bal opwippen, hem over het eigen lichaam en dat van de tegenstander spelen, zelf om de eigen as rond de tegenstander draaien en de bal uit de lucht weer oppikken en doorlopen.

'Dat deed ie op het WK van 1998 een keer. Iedereen was enthousiast. Wij niet zo. Want dat deden wij hier op het pleintje al lang. Zo lang dat hij er eigenlijk al weer een beetje uit was, de Okocha.'

De passeerbeweging die Reals Redondo er onlangs uitgooide tegen Man chester United, die was wel nieuw. 'Daar hebben we het hier dan de hele dag over', zegt Jonathan. 'En bij Telstar ook. En maar proberen hem onder de knie te krijgen natuurlijk.'

Bij Telstar A1 speelt Keli linkshalf. Hij onthoudt zich daar van al te ingewikkelde trucs, de trainer zegt dat hij efficiënt moet spelen. De lange bal, daar is hij gek op, David Beckham is zijn grote voorbeeld. 'Ik wil later in Engeland voetballen.'

Als je trouwens echt coole trucs wilt zien, dan moet je eens naar de midvoor van Telstar A1 kijken, zegt Jonathan Keli. 'Achmed heet-ie. Je weet niet wat je ziet. Vergeleken met Achmed kan ik niks. Achmed is een goochelaar.'

Johan Cruijff heeft voor het pleintjesvoetbal een aantal regels in gedachten. 1. De keeper moet de bal op eigen helft inbrengen. 'Geen lange hijs naar de spits.' 2. Vrije trappen niet in één keer op doel. 'Voetbal moet gespeeld worden zoals het hoort. Combinaties.'

Cruijff is kennelijk nog nooit op de Amsterdamse pleintjes geweest, althans niet meer sinds 1960, anders had hij beter geweten. Want op de pleintjes geldt een veel ingewikkelder, en veel mooier systeem van regels, dat overigens niet in woorden kan worden gevangen, maar slechts kan worden afgeleid uit wat zich op de pleintjes afspeelt. Het ongeschreven regelsysteem kan worden samengevat als 'alles moet zo lekker mogelijk'.

Op de pleintjes schieten alleen onbeholpen talentlozen van grote afstand op doel. Als op de doellijn nog iemand omspeeld kan worden, dan dient dat ook te gebeuren. Een kromme bal is altijd beter dan een rechte. Er dient zo veel mogelijk alleen te worden gespeeld. Wie op doel staat, wil er zo snel mogelijk weer vanaf. De bal moet veel onder de voet doorgehaald worden. Er dient veel gelobt te worden en gestift. Als een panna mogelijk is, moet er ook een panna komen. Alles moet sierlijk, getruct, bijzonder en cool. Op de pleintjes telt efficiency noch de snelste weg naar het doel. Schoonheid is van belang, souplesse, originaliteit en techniek. En vooral trucs.

Ome Piet Sijmons (68) ziet het op het Plejadenplein met genoegen aan. 'Ik kan er geen genoeg van krijgen', zegt de oud-stratenmaker, die al 43 jaar jeugdtrainer is bij clubs als Meteoor en OSV Oostzaan. Ome Piet heeft zojuist het vernieuwde pleintje mogen openen, en daarbij de jongens op het hart gedrukt vooral niet te roken, veel te trainen en vroeg naar bed te gaan.

'Moet je daar kijken', zegt ome Piet en wijst naar een jongen die de bal aan een touwtje heeft. 'Die gasten kunnen alles met een bal.' Hij moet ze er, tijdens een wedstrijd, weleens op wijzen dat het ook wel eens handig is over te spelen. En dat er behalve getruct ook gewerkt moet worden. Maar verder is het puur genieten. 'Vergeleken met een jaar of twintig geleden kunnen die jongens zo veel meer. Ze zijn veel beter.'

Dat Ajax opleidingen is gestart in Ghana en Zuid-Afrika, ome Piet begrijpt er weinig van. 'De talenten lopen hier in het wild rond. Ajax heeft zeker geld te veel.' Dat de Nederlandse jeugd niet de goede instelling meer heeft om het te maken en liever achter computerspelletjes zit dan te voetballen, is volgens ome Piet een gotspe. 'Moet je dat jongetje daar zien. De strijdlust straalt 'm uit de ogen. En zo zijn er honderden.' Honderden jongetjes, blank, bruin en zwart, door ome Piet liever om schre ven als 'de nieuwe Amster dam mer tjes'. 'Thuis hebben ze vaak niet eens geld om lid te kunnen wor den van een club. Die mensen hebben vaak veel kinderen, en ga daar maar eens voetbalschoenen voor kopen, laat staan er contributie voor betalen.'

'Bent u een scout?', vraagt een donker jongetje. 'Nee? Er komt hier nooit een scout. Weet u waarom niet?'

Jonathan Keli gaat het maken, zegt hij. 'En als je iets echt wilt, dan lukt het ook.' Gillmar Bundel ziet het ook wel zitten, lekker voetballen en lekker rijk worden. Om hem heen veel geknik. 'Vet lekker man.'

Een eindje verderop staat een jongetje van een jaar of tien. Hij houdt de bal telkens drie keer hoog, speelt hem vervolgens over zijn hoofd, laat hem zonder te kijken neerkomen in de knieholte van zijn inmiddels achteruitgestoken been en klemt hem tussen kuit en dijbeen. Achteloos en met een lachjeellipseEen keer, twee keer, drie keer.

Gerrie Muhren zou het hem vermoedelijk niet nadoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden