Kneuterig eindexamen

VEEL te weinig geslaagden voor het vwo-eindexamen gaan een exact vak als natuur- of scheikunde studeren. Waaraan zou dat liggen?...

Bij het doorlezen van het examen van afgelopen maandag kwam bij mij eerst de verwondering, maar daarna al snel de ergernis. En ik had me nog zo voorgenomen om een positief stuk te schrijven. Wat meteen opvalt, is de gekunsteldheid waarmee getracht is de vragen te laten corresponderen met realistische praktijksituaties. Niks natuurkunde uit nieuwsgierigheid.

Natuurkunde in dienst van de dagelijkse praktijk. Dus gaat het politiek correcte examen over gezondheidszorg en milieu. Met heel weinig echte natuurkunde. Het lijkt wel of het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de kneuterige vragen heeft gemaakt, in plaats van het CITO.

Voor mij heeft natuurkunde te maken met nieuwsgierigheid en verwondering. Maar het eindexamen natuurkunde gaat over oogziektes, kanker, instortende grotten, milieuvervuiling - zoals radioactief afval - en het gat in de ozonlaag. Van eindexamens moet je geen vrolijke toestand maken.

Ik zal wat opgaven doornemen. Opgave 1. Gaat over bijziendheid en verziendheid. We zien een foto van een oog waarop een aantal sneetjes in het hoornvlies te zien zijn. Gemaakt met laserstraling, vermeldt de tekst. Maar oogartsen hebben al meteen laten weten dat dat niet het geval kan zijn en dat de vraag medisch gezien nergens op slaat.

De leerlingen krijgen nog meer ziektes voor hun kiezen. Want in opgave 3 wordt een patiënt behandeld voor schildklierkanker. Daar is een vage foto bij geplaatst die zo gebruikt kan worden voor een rorschachtest - u weet wel, die psychologische test waarbij proefpersonen onduidelijke inktvlekken moeten duiden.

Middenin het verhaal van de opgave wordt plotseling gevraagd om een kernreactie op te schrijven. Waaróm is mij totaal niet duidelijk. Het laatste onderdeel van de opgave over schildklierkanker is illustratief voor het hele examen natuurkunde. De patiënt moet plassen. 'Reken uit na hoeveel dagen deze urine op het riool geloosd mag worden.' De hele opgave over de schildklier kan het best worden samengevat met de vraag: wat is erger, kanker of radioactieve straling?

De instortende grot in Valkenburg (Opgave 5) sla ik maar over, hoewel daar ook een vraag in zit die verkeerd is geformuleerd.

De echte ellende komt in opgave 6. Daarin wordt uitgelegd hoe het RIVM de concentratie van ozon in de atmosfeer bepaalt. Door licht van een laser de atmosfeer in te sturen en daarna te detecteren hoeveel licht daarvan terugkomt. Bij die opgave wordt de leerlingen wat nieuwe natuurkunde uitgelegd, waarover daarna vragen worden gesteld. Het betreft het verschijnsel lichtverstrooiing. Dat is het proces waarbij een klein object, bijvoorbeeld een molecuul of een waterdruppeltje, de voortplantingsrichting van licht verandert. Aangezien ik me zelf alweer zo een twintig jaar met lichtverstrooiing bezighoud, voel ik me op dit gebied wel thuis. De uitleg die in de examentekst wordt gegeven, wemelt van de fouten en de rest is zeer slordig geformuleerd.

Natuurkunde, de koningin van de wetenschappen, gedegradeerd tot kneuterige alledaagsheid. Ik hoop maar dat het examen niet representatief is voor de natuurkunde die de leerlingen de afgelopen jaren op school hebben geleerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden