NieuwsVrij onderzoek

KNAW: ‘Nederlandse wetenschappers moeten vrijer onderzoek kunnen doen’

In Nederland moet meer geld komen voor onderzoek vanuit de fundamentele nieuwsgierigheid van wetenschappers. Dat stelt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) woensdag in een rapport.

De Spinozapremie werd in 2004 toegekend aan vier Nederlandse toponderzoekers. (VLNR) De chemicus Ben Feringa, aardkundige Jaap Sinninghe Damste, sterrenkundige Michiel van der Klis en de pedagoog Rien van IJzendoorn worden onderscheiden. De premie is de grootste Nederlandse onderscheiding in de wetenschap. Beeld Nederlandse Freelancers

Volgens de KNAW is de balans zoek in de verdeling van het onderzoeksgeld. Bij beurzen verstrekt door de Europese Unie, is grofweg evenveel geld beschikbaar voor vrij, ‘nieuwsgierigheidsgedreven’ onderzoek, als voor onderzoek dat past binnen een bepaalde (nationale) strategie. In Nederland is bij onderzoeksfinancier NWO voor dat vrije onderzoek slechts eenderde van het geld beschikbaar.

Vrij onderzoek is echter van groot belang, stelt de KNAW.  Het gaat om activiteiten waarmee we ‘de grenzen van de wetenschappelijke kennis verleggen’, zonder dat dat direct economisch of maatschappelijk nut hoeft te hebben. Denk bijvoorbeeld aan het moleculaire autootje waarmee de Groningse chemicus Ben Feringa in 2016 een Nobelprijs in de wacht sleepte. In de toekomst biedt dat mogelijk een nieuwe manier om medicijnen door het menselijk lichaam te vervoeren, maar het onderzoek kwam voort uit niets anders dan fundamentele interesse in de manier waarop de wereld van moleculen werkt. Feringa zelf pleitte in het verleden daarom al eens voor een miljard euro extra investering in nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek. 

‘We zien dat de afgelopen vijftien jaar steeds meer geld gaat naar strategisch onderzoek, en niet naar vrij onderzoek’, zegt chemicus Bert Weckhuysen (Universiteit Utrecht), voorzitter van de KNAW-commissie die het rapport schreef. De commissieleden doken dieper in de kwestie naar aanleiding van Kamervragen uit 2018 over de manier waarop we onze wetenschapsfinanciering inrichten.

Nationale wetenschapsagenda

Tweederde van het geld dat NWO mag uitdelen loopt in Nederland via initiatieven zoals de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) en het Kennis- en Innovatiecontract (KIC), dat fondsen vrijmaakt voor onderzoek naar vragen die leven bij respectievelijk de Nederlandse burger en het bedrijfsleven. 

Volgens Weckhuysen betekent een evenwichtigere verdeling tussen strategisch en vrij onderzoek overigens niet dat we het geld moeten verschuiven van het een naar het ander. ‘Er moet gewoon geld bij, anders blijft het maar doorsudderen.’ In het rapport vraagt de KNAW daarom om een extra overheidsbijdrage van 500 miljoen euro voor vrij onderzoek.

Daarnaast moet er volgens de Akademie een nieuw fonds van 1 miljard euro komen onder beheer van de universiteiten, voor onderzoekers met een universitaire aanstelling. ‘Op die manier hoeven ze niet voor elk klein dingetje dat ze willen onderzoeken aan te kloppen bij NWO’, zegt Weckhuysen.

Te veel hoepels

Weckhuysen vindt dat wetenschappers momenteel door veel te veel ‘hoepels’ moeten springen om aan onderzoeksgeld te komen. ‘Stel bijvoorbeeld dat je een voorstel wilt indienen als onderdeel van het KIC’, zegt Weckhuysen. ‘Dan moet je eerst een consortium samenstellen, zoals dat heet. Dat betekent dat je moet samenwerken met onderzoekers aan andere universiteiten, vervolgens afspraken moet maken met bedrijven die bereid zijn voldoende geld bij te leggen – bedrijven die bovendien ook nog in een bepaalde sector moeten opereren, bijvoorbeeld op het gebied van energieopslag’, zegt hij.

Zoiets is volgens Weckhuysen misschien nog te doen als ervaren onderzoeker met een groot netwerk, al kost het ook dan veel tijd. ‘Maar een jonge onderzoeker met een goed, creatief idee loopt erop stuk.’ Volgens hem dragen dergelijke eisen bovendien bij aan het onder wetenschappers levende gevoel dat er vrijwel geen geld meer is voor vrij onderzoek.

‘Extra structurele investeringen’

NWO stelt in een reactie dat zij het grotendeels eens is met de adviezen van de KNAW. ‘Zoals de commissie aangeeft, is het wel noodzakelijk dat de overheid ook haar rol oppakt door te zorgen voor extra structurele investeringen in het ongebonden onderzoek’, stelt NWO-voorzitter Stan Gielen.

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) laat in een eerste reactie weten dat het ‘van groot belang is dat er genoeg ruimte is en blijft voor ongebonden onderzoek.’ Ook erkent ze dat het hoger onderwijs en het onderzoek onder druk staat en dat meer investeringen daarin noodzakelijk zijn. ‘Dit advies laat ook het belang zien van goed loopbaanbeleid door de universiteiten om zo de werkdruk en aanvraagdruk van docenten en onderzoekers aan te pakken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden