Klimaat beïnvloedt de taal - hoe droger, hoe monotoner

De leefomgeving zou niets te maken hebben met de talen die mensen spreken. Maar waarom klinkt de taal in een droog gebied dan vaak zo monotoon?

In gebieden met een erg lage luchtvochtigheid, zoals woestijnregio's, klinkt in de taal duidelijk minder variatie in tonen dan in vochtiger omgevingen.Beeld ap

Talen in zeer droge gebieden kennen in hun toonhoogten minder hoge en lage uitschieters dan die in streken met een vochtig klimaat. In erg droge gebieden klinken de talen daardoor verhoudingsgewijs monotoon.

Dat schrijven taalonderzoekers na bestudering van de klanken in 3.700 talen deze week in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift PNAS.

Van oudsher gaan taalkundigen ervan uit dat taal immuun is voor de leefomgeving van de sprekers. Omdat de mens echter al zijn gedragingen aanpast aan de plek waar hij leeft, proberen onderzoekers te ontdekken of natuurlijke omstandigheden misschien toch invloed hebben op taal en spraak.

Verbanden tussen klimaat en taal

Seán Roberts van het Max Planck Insituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen, Caleb Everett van de University of Miami en Damián Blasi van het Max Planck Instituut in Leipzig hebben gezocht naar de mogelijke invloed van het klimaat op de taal.

De afgelopen eeuw verzamelden onderzoekers wereldwijd kenmerken van duizenden talen, vaak aangevuld met geluidsopnamen. Nu al die gegevens digitaal beschikbaar zijn, kunnen onderzoekers er relatief makkelijk vragen op loslaten. Roberts, Everett en Blasi hebben uit al die bestanden de toonhoogten van de klanken gedestilleerd.

Zij vinden duidelijke verbanden tussen klimaten en talen. In gebieden met een erg lage luchtvochtigheid, zoals woestijnregio's, maar ook hoog in de bergen, klinkt in de taal duidelijk minder variatie in tonen dan in vochtiger omgevingen.

Dit is vooral goed te zien in regio's waarin toontalen voorkomen: talen waarin de gekozen toonhoogte van de klinkers bepalend is voor de betekenis van een woord, zoals in veel gebieden in Azië. Zulke talen klinken vlakker in gebieden met een lage luchtvochtigheid. Ook talen in droge streken bezuiden de Afrikaanse Sahara kennen weinig verschillen in de gebruikte tonen.

Uitermate nuttig onderzoek

Volgens Roberts heeft het afvlakken van tonen bij structurele droogte een lichamelijke oorzaak. 'Stembanden en strottenhoofd verliezen bij grote droogte een deel van hun flexibiliteit, waardoor ingewikkelde klanken moeilijker uit te spreken zijn. Je ziet datzelfde gebeuren bij zangers wanneer ze moeten zingen in een erg droge ruimte: die moeten zich extreem inspannen om toch bij hoge en lage noten te kunnen.'

Foneticus Hugo Quené van de Universiteit Utrecht, die niet betrokken was bij de studie in PNAS, acht dit internationale onderzoek uitermate nuttig: 'Sterk is de fysiologische onderbouwing: de onderzoekers tonen aan dat de verschillen goed verklaard worden door invloed van droogte op het strottenhoofd van de spreker.'

Roberts denkt dat talen op die manier door extreme weersomstandigheden zijn geëvolueerd in een periode van zo'n 200 duizend jaar. 'Klanken die te lastig waren om uit te spreken, verdwenen uit de taal.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden