Klasplanten: 3D-lesmateriaal van weleer

Nuttig lesmateriaal waren de modelplanten van de broers Brendel uit de 19de eeuw. Nu zijn ze vooral erg mooi.

Beeld Adrie Mouthaan

Een collegezaal zonder internetverbinding, scherm en beamer? Tegenwoordig ondenkbaar. Maar hoe ging dat vroeger, bijvoorbeeld bij een les over voortplanting in planten? Met schoolbord en krijt kan een docent veel uitleggen, maar niet alles. Daarom stonden professoren voor de klas met gigantische posters en modellen van uitvergrote dier- en plantenonderdelen. Zo konden studenten achter in de zaal de uitleg ook volgen.

Wetenschap werd halverwege de 19de eeuw razend populair. Opleidingen schoten als paddestoelen uit de grond en de vraag naar lesmateriaal nam in rap tempo toe. Helaas, op een schoolbord en een boek na was goed lesmateriaal toen niet vanzelfsprekend: modellen, bijvoorbeeld om de driedimensionale anatomie van minuscule bloemen te laten zien, werden nog van was gemaakt - uiterst kwetsbaar en niet te betalen.

Dat kan beter, zullen de botanische modelbouwers Robert Brendel en zijn zoon Reinhold uit Breslau hebben gedacht. Zij kozen voor een frisse aanpak die massaproductie mogelijk maakte: ze verruilden was voor simpele materialen als hout, gips, textiel en papier-maché. Lekker goedkoop en duurzaam, en snel in elkaar te draaien.

De modellen moesten zo realistisch mogelijk zijn. Een groep botanisten ontwierp mallen waarmee professionele modelbouwers de modellen aan de lopende band in elkaar konden zetten. Met oog voor detail werd de natuur nageschilderd en waar nodig afgewerkt met pluizige veertjes en plukken haar. Ze waren vrij groot - zo'n 20 tot 40 centimeter hoog - en sommige kon je helemaal uit elkaar halen om de binnenste delen te bewonderen.

Betaalbaar lesmateriaal

Het werd een hit. De Brendels verkochten een breed scala aan modellen - wortels, bloemen, zaden en schimmels. Zelfs modellen van sterk uitvergrote bacteriën en gist, die toentertijd nog als miniplantjes werden gezien. Hun catalogus bevatte bijna tweehonderd soorten om uit te kiezen. Tegen het einde van de eeuw stonden de modellen door heel Europa en tot in de Verenigde Staten bekend als nuttig en betaalbaar lesmateriaal.

Veel ervan hebben de tand des tijds niet overleefd - ze zijn aangetast door vocht of ooit weggegooid. Af en toe duikt er nog een op in een antiekwinkeltje of middelbare school. Hier en daar zijn verzamelingen te vinden in universiteitscollecties.

Zo ook aan de TU Delft in de archieven van de Delft School of Microbiology. Daar konden bezoekers en studenten jarenlang een twintigtal uitvergrote bloemen bewonderen op zolder. Binnenkort verhuist de collectie naar Science Center Delft.

Voordat ze in de verhuisdozen belandden, greep fotograaf Adrie Mouthaan nog snel zijn kans. Hun schoonheid raakte hem: 'Het zijn geen simpele in elkaar geperste plastic dingen, dit is ambachtelijk werk uit een tijdperk waarin ze nog nooit van computers of 3D-printers hadden gehoord.'

Rogge

Een doorsnede van de aar van rogge, 25 keer vergroot. De pluizige delen zijn van donsveren gemaakt.

RoggeBeeld Adrie Mouthaan

Eik

De mannelijke (links) en vrouwelijke (rechts) bloeiwijze van de eik, 30 keer vergroot.

Eik.Beeld Adrie Mouthaan

Veldbeemdgras

De aar van veldbeemdgras, 40 keer vergroot. Het pluis aan de basis van de helmdraden is gemaakt van dons. Die stellen de stempels van de bloem voor, waar het stuifmeel op terecht komt bij de bevruchting.

Veldheemgras.Beeld Adrie Mouthaan

Aardappel

De bloem van een aardappelplant, 10 keer vergroot. Na de bloeiperiode ontstaan er vruchten die eruit zien als kleine, groene tomaatjes. Deze bevatten solanine en zijn giftig, net zoals alle andere delen van de plant (met uitzondering van de knollen).

Aardappel.Beeld Adrie Mouthaan

Zwarte Els

De mannelijke (links) en vrouwelijke (rechts) bloeiwijze van de zwarte els, 50 keer vergroot. Deze minuscule bloemen groeien in katjes. De wind waait het stuifmeel van de mannelijke naar de vrouwelijke katjes.

Zwarte Els.Beeld Adrie Mouthaan

Vleugeltjesbloem

Een bloem van de vleugeltjesbloem, 50 keer vergroot. In het echt zijn de bloemetjes slechts 6 á 8 millimeter groot. De plant dankt zijn naam aan de vergrote kelkbladen die aan vleugels doen denken. Dit model kan uit elkaar worden gehaald.

Vleugeltjesbloem.Beeld Adrie Mouthaan

Hazelaar

De twee bloeiwijzen van de hazelaar, 80 keer vergroot. Links de mannelijke bloeiwijze. Het knopje rechts is de vrouwelijke bloeiwijze, waar na bevruchting hazelnoten ontstaan.

Hazelaar.Beeld Adrie Mouthaan

Wilg

De mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen van de wilg, 13 keer vergroot. Het pluis is vermoedelijk van konijnenhaar gemaakt.

Wilg.Beeld Adrie Mouthaan

Gevlekte Scheerling

Een van de vele kleine bloemetjes van een gevlekte scheerling, 10 keer vergroot. Deze schermbloemige is zeer giftig en in kleine hoeveelheden al dodelijk - het sap werd in de Griekse oudheid gebruikt als executiemiddel. Niet te verwarren met zijn onschuldige broertje kervel, dat als keukenkruid wordt gebruikt.

Gevlekte Scheerling.Beeld Adrie Mouthaan
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden