ColumnIonica Smeets

Kinderen stellen heel veel vragen. Ik had nog geen twee zinnen uitgesproken of er vlogen al vijf vingers in de lucht

null Beeld

Het was buiten 26 graden en ik trok voor het eerst in anderhalf jaar weer mijn wollen toga aan en zette de bijpassende baret op. In het kader van Meet the Professor gaf ik een gastles in groep zes van de basisschool. De kinderen vroegen of ik het leuker vond om op een universiteit les te geven of zo in een klas. Daar denk ik nu al een paar dagen over na. Daarom deze week: zeven belangrijke verschillen tussen zo’n gastles op de basisschool en mijn normale colleges op de universiteit.

1) Een gastles is net een soort logeerpartij bij opa en oma waarbij je vooral leuke dingen doet. Bij mijn eigen colleges denk ik goed na over de leerdoelen en hoe ik zorg dat de studenten die bereiken. Bij een gastles denk ik vooral na over wat leuk is om te doen. Zo liet ik groep zes de meest misleidende grafiek tekenen die ze konden bedenken en genoot ik enorm van de manieren waarop kinderen illustreerden dat zij echt heel weinig tijd besteedden aan gamen. Hun juf mocht de dag daarna weer netjes verder met de leerdoelen.

2) Bij mijn colleges staat er nooit iemand op om even een loszittende tand eruit te trekken.

3) Kinderen stellen heel, heel veel vragen. Ik had nog geen twee zinnen uitgesproken of er vlogen al vijf vingers in de lucht. Ze vroegen schaamteloos hoe oud ik was, waarom ik zo weinig op mijn foto leek en of ik beroemd was. Mijn studenten stellen meestal toch iets traditionelere vragen zoals: ‘Moeten we dit ook weten voor het tentamen?’

4) Ik geef trouwens nooit college in een toga.

5) Kinderen vertellen spontaan over iets dat aansluit bij je verhaal, maar eigenlijk niet gaat over wat je vertelt. Dan laat je bijvoorbeeld een grafiek zien waarin Nederlanders gemiddeld langer zijn dan Amerikanen en dan roept een kind enthousiast dat zijn vader weleens in Amerika is geweest en begint een heel verhaal over Amerika. Bij nader inzien lijkt dit best veel op wetenschappers die bij een conferentie hun vraag beginnen met: ‘Eigenlijk heb ik meer een opmerking dan een vraag…’

6) Mijn studenten denken vaak heel constructief mee tijdens colleges en noemen regelmatig filmpjes of artikelen die ik het jaar daarna zou kunnen gebruiken bij mijn vak. In goede discussies vergeet iedereen wie de student is en wie de professor. Dat lukt bij 10-jarigen toch iets minder.

7) Een groep zes is echt een klas, waarin veel kinderen elkaar al jaren kennen. Je merkt het aan hoe ze met elkaar praten, aan hoe ze lachen als de coolste jongen van de klas een flauw grapje maakt, aan hoe ze bemoedigend stil zijn als een wat verlegen kind voorzichtig een antwoord formuleert. Met studenten is dat toch anders, dat zijn grotere groepen en zelden clubjes die jarenlang bij elkaar blijven. Bovendien zie je als docent je studenten niet zo vaak, waardoor je lang niet iedereen echt persoonlijk kent. De band van een basisschooldocent met een klas, daar kan ik wel jaloers op zijn. Gelukkig besef ik heel goed dat gastlessen net als logeerpartijtjes vooral leuk zijn omdat ze juist anders zijn dan het dagelijks leven. Ik bof maar: ik hoef helemaal niet te kiezen tussen mijn colleges aan de universiteit en gastlessen op de basisschool. Ik doe het gewoon lekker allebei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden