Kiezen tussen twee bekoringen

ROME had in elk geval een herkenbare stem in Amsterdam in de zeventiende eeuw: die van Vondel. In diens barokke taal triomfeerde het geloof tot in de hemelkoepel toe....

Hier rust het sterflijk deel, der wormen aas en spijze,

Gelijk een korengraan in aard en stof verrot,

Op dat het herelijk, te zijner tijd, verrijze,

Het lichaam met de ziel, door d'allemacht van God,

Verenigd, opgewekt van 'd Engelse trompette,

Zal opstaan, met een glans en klaarheid, God gelijk,

Als Jezus het met vreugd aan zijne zijde zette,

Den mens ten hemel voere omhoog, in 't eeuwig rijk.

Hier is vergankelijkheid, geslag van klok en uren;

Daar boven eeuwigheid, die alles zal verduren.

Zonder gevoel voor de scherpste tegenstellingen is de barok niet te begrijpen. Die tussen aardsheid en hemelsheid bijvoorbeeld. Ook het zestiende- en zeventiende-eeuwse Rome is zonder dat gevoel onvatbaar. In de barok richt de Kerk zich op uit de vernedering door de reformatie en zij neemt de hele aarde op in haar hemel van de eeuwige zekerheid, gebruikt de zinnen voor het winnen van de geest. De barok gaat boven de menselijke maat uit, maar hij laat ook niets onbezet en daarmee in rust; alle ruimte wordt gevuld, zoals de versregels van Vondel altijd propvol zijn en in enjambementen alle rust opheffen. Ze gaan maar door. Naast hem zijn zijn tijdgenotendichters karig, hoe rijk ze ook mogen zijn. En hetzelfde moet hebben gegolden voor de steden Rome en Amsterdam. De grootheid van het zeventiende-eeuwse Amsterdam (en ook van andere Hollandse steden) is de menselijke maat, tot in de kerken toe (de Westerkerk lijkt toch het meest op een vierhoek van aan elkaar geklonken grachtenhuizen). De vergroting kwam van de dichter Vondel, die de stad boven haar maten verhief, in poëzie die nog altijd onvergelijkbaar is, als in de beroemde regels:

Aen d'Aemstel en aan 't IJ, daar doet zich heerlijk open

Zij die, als Keizerin de kroon draagt van Europe;

Aemstelredam, die 't hoofd verheft aan 's hemels as,

En schiet, op Pluto's borst, haar wortels door 't moeras.

Dat is het zelfbewustzijn dat Amsterdammers koesterden, maar onzichtbaar hielden. Keizerin van Europa. En een boom, want zo laat zich de metaforische tekst ook lezen, met de kroon in de hemel en de wortels, de palen, tot in de onderwereld. De stad krijgt haar verbeelding in een stijl die de hare niet is.

De Italiaanse poëzie zal zonder twijfel zestiende- en zeventiende-eeuwse poëzie over Rome kennen. Ik ken alleen een sonnet van die soms barse, maar zo vermorzelde hakker, die Michelangelo als dichter is. Maar hij laat de glorie van de stad gaan en keert zich tegen de pauselijke curie. Dit is het octaaf (vertalig Frans van Dooren):

Hier smeedt men helm en zwaard uit vrome vaten

en overal is 't bloed van Christus veil;

kruishout en kroon wordt schild en lans en bijl,

en gij, O, God, blijft lijdzaam en gelaten!

Heer, blijf weg uit Rome, waar prelaten

gedreven door een nieuwe levensstijl

uw lichaam duur verkopen en uw heil

verkwanselen voor wapens en soldaten.

Daar zouden die Hollanders in het noorden, in hun gereformeerde zuiverheid van de leer, het mee eens zijn geweest. Want daar in het zuiden lag nog altijd het nieuwe Babylon. Diep in mijn hart heb ik een zwak voor die roomse corruptie in de schaduw van de barok en even diep ligt mijn lichte afkeer van de Hollandse zuinige rechtgelovigheid.

'O HEER, blijf weg uit Rome.' Dat is de essentie: Rome is hoofdstad van de Kerk en daarmee Gods hoofdstad in de wereld. Hij heeft er een plaatsbekleder aangesteld: de paus. En die maakte Rome tot een stad geregeerd en beheerst door kardinalen, bisschoppen, priesters, monniken. Ook op alle wereldse terreinen. Er is maar één gezag: het kerkelijke. En er is maar één geloof: het ware. En God heeft gewild, dat de stad die hoofdstad was van het Romeinse Rijk, hoofdstad van de Kerk werd. En onder alle structuren en onder vele pauselijke rituelen gaan de oude structuren en rituelen van de Romeinen schuil. Men kan Rome een absolute monarchie noemen, als absolute monarchie en pausdom samen geen tautologie opleveren. Welke wereldse daden er ook gesteld worden, ze zijn kerkelijk. Als Rome armenhuizen opricht, is dat charitas, onvermijdelijk. Men kan op vele charitatieve instellingen wijzen, maar dat betekent niet dat Rome zo'n sociaal gezicht had. En tegenover de charitas stonden doen en laten van de curie, waar Michelangelo zich tegen keert. Zij pleegden veelal het verraad van Gods klerken. In elk geval: God lijkt er weinig te zoeken te hebben, in hoeveel kerken hij ook woont, hoe de barok ook naar de hemel slingert, weg van het stof van de aarde. Maar in het beeld is de Kerk altijd sterker geweest dan in de beleving. Gelukkig voor ons, misschien.

Amsterdam was in de zeventiende eeuw de economische hoofdstad van de wereld. Er woonden meer mensen dan in Rome, maar minder dan in Londen en Parijs. De stad was zeer snel opgekomen; haar geschiedenis was maar klein. De hoofdstad van een republiek was, op zich, binnen Europa, even curieus als die kerkelijke staat daar in Italië. De macht was in handen van de regenten. De heersende godsdienst was die van de reformatie, in Amsterdam pas sinds 1578. Maar de katholieken werden, mits ze zich stil hielden, getolereerd, als vele andere religieuze groeperingen. Hoe groot ook de invloed van de gereformeerde kerk, de macht was een wereldse. En als die wereldse macht wees- of armenhuizen stichtte, was dat geen charitas, maar een maatschappelijke daad, wat de geholpene minder gunsteling maakte. Als in het Rome van de zeventiende eeuw vestigde zich de maatschappelijke bovenlaag in bepaalde buurten bijeen, maar werk en woning bleven voorlopig ongescheiden. Op een enkele plaats aan de grachten mogen grote huizen zijn neergezet, paleizen, als de adel in Rome bewoonde, hebben wij niet gekend. Wij kenden trouwens geen adel, alleen, later, regentengeslachten, waarvan de rol in het bestuur van de stad aanzienlijk groter was dan die van de adel in Rome, die natuurlijk wel zeer veel ouder was. Alleen een eeuwenoude geschiedenis lijkt daar een garantie voor aanzien. Maar de clerus bleef de eerste stand.

AMSTERDAM was een nieuwe stad. In Rome bleef men omgeven door de restanten van de oudste geschiedenis. Hoe werkt die voortdurende aanwezigheid in op een mentaliteit? Het was paus Sixtus V - hij regeerde maar vijf jaar, maar wat heeft hij bereikt - die de grote doorbraken maakte en de stad vernieuwde. Hij was ook een planologisch genie, hoe 'pastoraal' zijn overwegingen ook waren: de zeven pelgrimskerken werden met elkaar verbonden en zo werden de bedevaartgangers tegemoet gekomen. Hij stierf in 1590. In 1600, het heilig jaar, bleek het resultaat van zijn stadsvernieuwing: de zeven kerken werden door ontelbaren bezocht en tachtigduizend pelgrims waren getuigen van de opening van de 'heilige deur'. De nieuwe stad kende een nieuw pausschap, geestelijker, maar ook machtiger. En zeven kerken waren het centrum van een wereldkerk.

Het is natuurlijk een schitterend idee. Een vergelijkende studie over Rome en Amsterdam in de zeventiende eeuw. Het hoort tot die ideeën die bij uitwerking hun schittering beginnen te verliezen. Waar ben je aan begonnen? Wat is de zin ervan? Ik denk dat de twee redacteuren van het net verschenen Rome-Amsterdam, Two Growing Cities in Seventeenth-Century Europe, Peter van Kessel en Elisja Schulte, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut in Rome, die vragen moeten zijn gaan stellen. Zij kwamen met appels en peren te zitten, om het woord 'gebakken' bij het laatste maar te vermijden. Een zeer groot aantal specialisten en autoriteiten was aangezocht, historici, naar ik denk vooral sociaal en economische historici, en een aantal aspecten werd onder hen verdeeld. Voor een dubbele behandeling uiteraard. De Nederlandse medewerkers zijn in de meerderheid. Ik noem enkele onderwerpen: 'Grondgebied en ontwikkeling', 'De bevolking', 'Het volk en de autoriteiten', 'Voedselvoorziening', 'Misdaad en straf'. De abstractie wordt al zichtbaar. De dubbelzijdige behandeling van elk onderwerp mislukt, want de keuze van de onderwerpen en de keuze van de twee steden blijven willekeurig. Maar bijna alle bijdragen hebben dit grote mankement: ze zijn alleen boeiend voor wie van het onderwerp of de geschiedenis van de steden heel veel weet. De emeritus hoogelaar A. van Deursen schrijft, uiteraard, een voortreffelijk stuk over 'Kerk en Stadsbestuur in Amsterdam'. Hij kreeg een beperkte ruimte, zoals bijna alle medewerkers. Meer dan de vertrouwde hoofdlijnen kan hij niet aangeveven. Die laten zich, voor wie iets van de geschiedenis van Amsterdam weet, wel doortrekken. Ik vermoed dat het stuk voor een buitenlander veel te beknopt is. Over het onderwerp van het 'pendantstuk', 'Religieus leven in het Rome van de barok', geschreven door Stefano Andretta, weet ik wel iets. Veel nieuws staat er niet in dit ook te beknopte artikel. De meeste stukken hebben het voorlopige van een gespecialiseerd tijdschriftartikel, zijn eerder een bijdrage tot dan een bijdrage. Samen vormen ze geen boek.

Ik kan erg moeilijk onder de bekentenis uit, dat de meeste auteurs geen boeiende schrijvers zijn. Heel wat in dit boek is met droge inkt geschreven. Maar wat bijna alle bijdragen missen is visie en oorspronkelijkheid. En vooral: inkleding. Alles is gelezen, niets is gezien. En van buiten het vak herinnert men zich ook niets. De wetenschap lijkt te heersen als een schoolmeester. Wat een mogelijkheden biedt niet 'Het beeld van Amsterdam, in beschrijvingen uit de zeventiende-eeuw'. Maar wat maakt Eco Haitsma Muller er een braaf, ook enigszins onhelder opstel van. Wanneer het lijkt te beginnen, is het uit. En dat kan van meer stukken worden gezegd.

Een boek als dit heeft een kader nodig. Dat wil zeggen een grondige inleiding of twee dan, over Amsterdam en Rome, historisch, cultuurhistorisch, mentaliteitshistorisch. Laat de groten uit het verleden van beide landen over zichzelf of elkaar spreken. Roep de aard van de verbeelding op waarmee beiden verleden en eigen tijd hebben beschreven, geschilderd. De nogal theoretische inleidinkjes van de twee redacteuren voldoen daaraan in het geheel niet. (De opgenomen foto's van de eerste redacteur zijn al even smal.) Een diepgaande en uitgegebreide dubbele inleiding had ook aan de meeste bijdragen hun toevalligheid of willekeur kunnen ontnemen.

HET MOOISTE begin is dat van de bijdrage van Laurie Nussdorfer. In een lange alinea somt zij alle kapitale verschillen tussen Rome en Amsterdam op. En daarmee, ongewild, de zwakke idee achter het boek. Dat zij toch, in het begin van de tweede alinea vaststelt, dat een vergelijking de verhouding politiek en bevolking zinvol is, getuigt van moed. Want zij ontneemt heel scherp zichzelf en het hele boek het fundament. Men kan natuurlijk alles vergelijken, al is het maar in contrasten, maar de zin daarvan ontgaat mij.

Wat ik over Amsterdam heb gelezen, ken ik voor een groot deel uit andere boeken. Dat geldt voor iedereen die in Amsterdam is geïnteresseerd. Bij de bijdragen over Rome is dat uiteraard veel minder het geval. Voor Italianen natuurlijk weer niet, maar die lezen meestal geen Engels. Voor wie is het boek? Voor een breed publiek dat Engels leest. Voor de breedheid zijn de bijdragen dan weer te eenzijdig en te specialistisch. De uitvoering van het boek, groot formaat, rijk en vooral zeer functioneel geïllustreerd, suggereert een brede lezerskring. Ik kocht het verleid door titel en uiterlijk. Ik kon gaan kiezen tussen de twee hoofdbekoringen van mijn leven, in een schitterend cultuurspel. En over wat je bekoort, wil je alles weten. Dat is vanaf het begin van de geschiedenis de kracht van de duivel.

De keuzemogelijkheid bleef uit. Ik eindigde in een niemandsland tussen twee droge gebieden, met een enkele oase. En misschien het allerergste: zonder veel ideeën, die nieuwe uitzichten geven.

Dit is het ergste: er was zoveel te beschrijven geweest. Bijna alles is nu abstract. Men kan zich niets voorstellen (ja, bij Amsterdam, als Amsterdammer). Het boek wil inzicht geven in de interacties tussen Noord en Zuid. Helaas, de versnippering maakt dat inzicht onmogelijk. Sixtus V bouwde in enkele jaren een nieuwe stad. Kun je in vijf jaar met zoveel deskundigheid niet een schitterend boek maken? Nee dus. Het spijt me zeer.

'I hope you will enjoy reading it', schrijft burgemeester Patijn in een voorwoord.

Rome-Amsterdam, Two Growing Cities in Seventeenth Century Europe. Editors Peter van Kessel and Elisja Schulte. Amsterdam University Press, prijs f 89,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden