KennisColumn: Bokito for bondscoach!

Iedereen die ouder is dan vijftig jaar en - net als ik - zijn of haar jeugd heeft doorgebracht in Hilversum of omgeving, heeft de kans gehad te hebben leren zwemmen bij Jan Stender....

Jan Stender gaf dikwijls zwemles in de daarbij gebruikelijke dracht: een zwembroek. Daardoor was voor ons kinderen het grootste deel van zijn lichaam onbedekt zichtbaar en dat leverde geen geringe aanblik.

Stender was namelijk overmatig behaard. Een dichte vacht van donker haar bedekte buik, rug, schouders en armen. Slechts vaag was hier en daar nog wat huid te zien tussen al dat weelderigs. Fluisterend zeiden we tegen elkaar: ‘Hij lijkt wel een aap!’

Als ‘Klaas’ Stender heeft Jan onze vaderlandse literatuur gehaald. Wij danken dat aan de eeuwig depressieve dichter Hans Dorrestijn, die ook een jongen uit het Gooi is en die in de chloordampen van de Kapelstraat heeft leren zwemmen.

Het inspireerde hem tot het gedicht ‘De bloeddorstige badmeester’, dat in 1983 in een gelijknamige bundel verzen is gepubliceerd. De ondertitel van de bundel: ‘en andere griezels voor kinderen’. Ik citeer één strofe uit dit nogal bloederige vers:

Heen en weer liep Stender daar /

over de rand van het bad /

Een badmeester zwaar begroeid met haar /

die iets gorilla-achtigs had

We zien hier de mens als aap, een doodgewone zwemleraar die onze aapachtige herkomst in de geest omhoog haalt en daardoor in een gorilla transformeert. In Dorrestijns nare droom werd de goede man vervolgens een soort Roald Dahliaanse bloedbottelaar, een bottenkraker, een kindermoordenaar, en de jonge dichter wist maar ternauwernood te ontsnappen aan de klauwen van deze gorilla.

Dat nu kon Yvonne de H. hem niet nadoen. Zij ontsnapte niet aan de greep van Bokito, die zich net zo min als Stender door een paar meter water liet afschrikken. U begrijpt: de parallellen zijn te opvallend om te negeren: groot, harig, machtig en sterk. Hier echter is het omgekeerde te zien: de aap als mens.

Met zijn voor onmogelijk gehouden reuzensprong over de gracht nam Bokito de overgang van aap naar mens en transformeerde hij zich letterlijk tussen de mensen. Zij schrokken zich een aap.

Er is de laatste maand een complete bibliotheek aan analyses, opinies, lulkoek, achtergronden, meningen en vooroordelen bij elkaar geschreven naar aanleiding van die dramatisch afgelopen ontsnapping van de Rotterdamse zilverrug. Bokito en zijn Yvonne – en dat is één van de aardigste observaties - zijn in de pers en daardoor ook in de publieke opinie als een jojo heen en weer geanalyseerd.

Eerst waren het een gevaarlijke griezel en een toevallig slachtoffer van bestiale agressie. Toen werden het een zielige en getergde aap en een zwaar gestoorde gorilla-stalkster.

En toen kwamen Frans de Waal en Jan van Hooff de zaak in proportie zetten en bleken beide hoofdrolspelers gewoon te doen wat ze horen te doen: de één een macho alfa-mannetje en de ander een door macht en kracht geïmponeerd vrouwtje. En daar hoeven we niet van op te kijken, want onze hele maatschappij zit barstensvol macho alfa-mannetjes en snel geïmponeerde vrouwtjes en voor de collateral damage daarvan hebben we de blijf-van-mijn-lijf-huizen.

Vervolgens suggereerden Jan van Hooff - nogal impliciet - en Simon Rozendaal - Elsevier-journalist en geen wetenschapper en daardoor wat meer uitgesproken - dat Yvonne beter niet had kunnen tegenstribbelen. Okay, schreef Rozendaal op zijn weblog, dan word je door een gorilla verkracht. So what?

Het valt niet te ontkennen, honderd beten en een blijvend gehandicapte verbrijzelde arm zijn vermoedelijk vervelender dan een ook letterlijk korte penetratie door een gorilla (tenslotte de soort met het kleinste pikkie van alle Hominoiden). Deze laatste daad zou in de toekomst hooguit goed zijn voor een stoer verhaal bij de vriendinnen van de Tupperwaremiddag.

Het echte slachtoffer was dan bovendien het bèta-mannetje geweest: meneer de H., die nu alleen de opbrengst van de schadeclaim mag delen met zijn letseladvocaat, maar die in het geval van een door zijn lieve Yvonne onder zijn ogen lijdzaam ondergane verkrachting vermoedelijk voor de rest van zijn leven impotent zou zijn geweest. Tjonge, wat een speculaties allemaal.

En dan is er die vrouw die nog nageniet: Stine Jensen, die haar volkomen vergeten proefschrift met de titel ‘Waarom vrouwen van apen houden’ uit 2002 plotseling in herdrukte vorm op grote stapels in de boekwinkel ziet liggen.

Snel heeft ze een korte inleiding gemaakt over onze liefde voor Bokito, King Kong, de dominomus en de paarden van Marrum, de uitgever zette onze stoere zilverrug met indringend oogcontact op de omslag en voor euro 12,50 kan heel Nederland zich laven aan de psychologie achter de liefde van Barbie voor de bonobo. Of van Jane Goodall voor de chimpanzee, Dian Fossey voor de gorilla en Biruté Galdikas voor de orang utan.

Allemaal mensenvrouwtjes die de grenzen van het apige verkenden. Of de grenzen van het menselijke? In elk geval bleven deze tot diep in het oerwoud doorgedrongen vrouwtjes in hun benadering van de aap minder fysiek afstandelijk dan de in dierentuinen observerende mannetjes zoals Frans de Waal of Jan van Hooff. Ze probeerden meer of minder aap met de apen te zijn. Je kunt ook zeggen dat ze op zoek waren naar de mens in de aap.

Net zoals de Waal op zoek is naar de aap in de mens, naar de alfa-mannetjes in het directieteam, naar de slijmende losers van het middle management en de willige vrouwtjes van het secretariaat. Het gaat hem goed af, in elk geval is hij door Time Magazine nu zelf tot een regerend alfa-mannetje uitgeroepen.

Terug naar Jan Stender, de harige zilverrug van het zwembad, het voormalige alfa-mannetje van de Koninklijke Nederlandse Zwembond. Hij had destijds een complete harem aan zwemsters om zich heen verzameld: Nel van Vliet (Olympisch goud 1948), Geertje Wielema (Olympisch zilver 1952), Marianne Heemskerk (Olympisch zilver 1960), en nog een heleboel meer. Zijn spartelende dames hebben tientallen wereldrecords voor hem gezwommen.

Het recept voor een succesvolle toekomst van de vrouwenzwemsport is hierbij dus gegeven: stel een grote harige trainer aan en laat hem met ontbloot bovenlijf zijn werk doen. En Peking 2008 zal één groot medaillefeest worden.

Bang voor water is hij niet, dus: Bokito for bondscoach!

Jelle Reumer is zoogdierpaleontoloog en schrijver, en vaste columnist van het Volkskrant KennisCafé

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden