Kenniscafé: Waar zijn de geleerde vrouwen?

In het Volkskrant KennisCafé van vanavond staat de vraag centraal waarom er juist in Nederland zo weinig vrouwen doordringen tot de top van de wetenschap. Met Mineke Bosch, Trude Maas en Els Goumy.

In haar oratie, begin oktober, had ze voor de zekerheid de overbekende schaargrafiek nog maar een keer opgenomen. Daarin staat het aandeel vrouwen en mannen uitgezet tegen de geijkte sporten op de academische ladder. Van eerstejaars student tot hoogleraar.

In eerste instantie komen er meer meisjes dan jongens binnen in de wetenschappelijke opleidingen. Dat blijft de eerste paar jaren zo, sterker: meisjes doen het beter dan jongens, die sneller afhaken.

Maar daarna gebeurt er iets raars. Zodra er moet worden gesolliciteerd naar baantjes als aio, postdoc, universitair docent of hoogleraar, begint het aantal vrouwen te dalen. Hoe hoger de positie, hoe lager het aandeel vrouwen, laten de statistieken onweerlegbaar zien.

De schaargrafiek berust weliswaar op gegevens tot 2003. Maar Mineke Bosch, hoogleraar genderstudies aan de Universiteit Maastricht heeft geen reden om aan te nemen dat er in de tussenliggende jaren iets is veranderd, zegt ze.

Komende woensdag is Bosch een van de gasten in het Volkskrant Kenniscafé, dat deze maand is gewijd aan de schamele positie van vrouwen in de wetenschap – wat tevens de leeropdracht van haar leerstoel is.

‘Vrouwen komen er nog steeds nauwelijks doorheen’, zegt Bosch. ‘En in Nederland is het nog erger dan elders. In de Europese statistieken bungelen we ergens helemaal onderaan.’

Bosch, historicus, promoveerde in 1994 op een studie over de vrouwenbeweging in Nederland. Daarna werd ze gevraagd als beleidsmedewerker emancipatie in Maastricht. Met de beste bedoelingen, natuurlijk, want de universiteit wilde meer vrouwen. Maar het was een twijfelachtige eer, vond ze. ‘In die baan heette je een emancipatiewerkster. Alleen dat woord al, alsof je met een hoofddoek om kwam schoonmaken.’

Maar het was ernstiger, zegt ze. ‘We werden geacht ons bezig te houden met zaken als kinderopvang en zorgverlof. Terwijl daar volgens mij helemaal het probleem niet zit. Dat zijn allemaal secundaire arbeidsvoorwaarden, die je aan het eind regelt, niet aan het begin. De kern van het probleem zit echt in de wetenschap zelf.’

Volgens Bosch ligt de achterstelling van vrouwen binnen de wetenschap vooral aan de wetenschappers zelf. Daar bestaat een cultuur waarin vrouwen onbewust niet helemaal serieus worden genomen. Uit talloze biografische studies blijkt dat vrouwen geregeld net zo betrokken zijn bij grote ontdekkingen als mannen, maar de mannen komen uiteindelijk in de geschiedenisboekjes. De hele herinneringscultuur in de wetenschap, van biografieën, in memoriams, beelden en schilderijen is op mannen gericht. ‘Zelfs Marie Curie werd toch als een doener gezien, en haar man Pierre als de denker.’

‘Laatst las ik in de NRC zelfs een verhaal over een vrouw die betrokken was bij de ontdekking van een pulsar of iets dergelijks. In de laatste kolom van het verhaal was ze opeens toch ‘hij’ geworden. Het gaat ongemerkt.’

Vraag kinderen geleerden te tekenen en tien tegen één dat het een Einstein-achtige man is. ‘En als het een vrouw is, zie je bijna hoe haar hoofd overloopt.’

Geen wonder, aldus Bosch, dat vrouwen vaker de handdoek in de ring gooien dan mannen. Geen wonder dat mannen denken dat wetenschap toch vooral van de mannen is.

Daarnaast, zegt ze, is de positie van vrouwen binnen de wetenschap een echt taboe-onderwerp. ‘De meeste academici denken dat zij als nette moderne mensen toch zeker niet discrimineren. Ik merk het in mijn praktijk: onze benadering van het probleem wordt eigenlijk maar gezeur gevonden. Zijn we daar nou nog overheen, is een beetje de suggestie? Soms krijg je de indruk dat ze denken dat het vast een persoonlijke frustratie is.’

De cijfers spreken echter heel andere taal, weet Bosch, die zich zelf jaren heeft ingezet om harde statistieken van de positie van vrouwen in de wetenschap te verzamelen, onder meer in opdracht van de Europese Commissie.

Bosch: ‘Het zelfbeeld van de wetenschap is dat van objectieve, onbemiddelde waarheid, een cultuur waarin de personen er in feite niet toe doen. Hoe zouden vrouwen dan achtergesteld kunnen zijn? Maar in de praktijk zijn de mensen natuurlijk heel belangrijk, met hun oordelen en vooroordelen. Mannen hebben de neiging mannen aan te nemen, zo simpel is het.

‘Vrouwen moeten veel harder werken om even serieus te worden genomen. Dat geldt voor publicaties, voor onderzoeksvoorstellen, voor sollicitaties. Zie de statistieken, zou ik zeggen.’

Rest de vraag waarom het in Nederland nog een slag slechter gesteld is met de deelname van vrouwen in de wetenschappen.

Dat, denkt Bosch, heeft zeker maatschappelijk culturele wortels. De verzuiling van de samenleving langs levensbeschouwelijke lijnen maakte lang de strijd tussen kandidaten van zuilen belangrijker dan tussen mannen en vrouwen. Daarnaast kan het volgens haar geen toeval zijn dat Nederland kampioen deeltijdwerk is.

Bosch: ‘We hebben een traditioneel burgerlijke gezinscultuur die ook diep in alle wetgeving zit. We hebben het ons als schatrijk koloniaal land, veel meer dan andere landen konden, gepermitteerd om vrouwen thuis te houden. Vrouwen van nu dragen daarvan nog steeds de last.’

Woensdag 19 december in Café Hofman om 20.00 uur het Volkskrant Kenniscafé, met als onderwerp: 'Hooggeleerde vrouwen?' Toegang gratis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden