Kenniscafé-column: hoe frustrerend zijn stamcellen?

Hoe fnuikend, vroeg Maarten Keulemans zich maandag in het Kenniscafé af, is het om jaar na jaar te moeten horen hoe in het lab gekneusde ratten weer opkrabbelen dankzij stamcellen, terwijl jij maar in die rolstoel zit?

Keulemans: ‘Een goede anderhalve eeuw geleden leefde er in het zuiden van de Verenigde Staten een neger die Dinkie heette. Een achternaam of geboortedatum had hij niet. Dinkie was immers slechts een slaaf, op een grote tabaksplantage in Missouri.

Maar er was nog iets. Tot ver in de omtrek genoot Dinkie roem als toverdokter. Bij ziekte of ongemak kon je naar de plantage gaan waar Dinkie woonde. Na een dag zwoegen op het land ontving de dokter je dan in zijn hutje in het slavenkwartier. Hij zou in een oude, onverstaanbare taal tegen je praten, je aanraken, klei op je wonde smeren en je een zakje met geneeskrachtige toverspullen meegeven. Zó populair was Dinkie, dat zelfs christelijke blanken van heinde en verre kwamen om stiekem bij Dinkie te rade te gaan.

Het was eigenlijk net stamceltherapie.

Neem het relaas van de Haarlemse doelman Boy Jochemsz. Enkele jaren geleden raakte Jochemsz bij een auto-ongeluk verlamd. Dus kwam er een benefietwedstrijd waar men vijftigduizend euro inzamelde voor een ‘speciale operatie’ in Portugal. Iets met stamcellen, had men begrepen. Hup Boy, naar Portugal, en volgend seizoen weer in het doel.

We weten allemaal wel hoe dat verder gaat. In Portugal zal Boy worden ontvangen door een dokter die in een onverstaanbare taal tegen hem zal praten, hem zal aanraken, stamcellen op zijn wonde zal smeren en hem een zakje met geneeskrachtige spullen zal meegeven. Van stamcellen kun je alles kneden – zelfs de gedaante van de genezing is geen probleem.

Ziedaar het trieste niemandsland tussen hoop en genezing. Het stamcelonderzoek heeft het allemaal ergens wel in zich, maar voorlopig is de weinig opbeurende werkelijkheid toch vooral dat de echte successen uitblijven.

O zeker, er is een kans van ongeveer 75 procent dat Boy Jochemsz iets van zijn behandeling zal merken. Tintelingen, een warm gevoel in zijn ledematen. Patiënten die de behandeling ondergingen, merkten in het gunstigste geval zaken als enige mobiliteit in hun vingers en tenen. Maar even een balletje hooghouden, vergeet het maar.

Is dat nu een overwinning? Of is het eerder een tantaluskwelling, een pesterige verwijzing naar hoe het had kunnen zijn? Hoe frustrerend zou het zijn om een allereerste beginnetje van genezing te voelen, dat na een paar maanden weer wegebt? Hoe fnuikend is het om jaar na jaar te moeten horen hoe in het lab de ene na de andere gekneusde rat weer opkrabbelt dankzij stamcellen, terwijl jij maar in die rolstoel zit?

Hoe zouden zich trouwens de stumperds voelen die, zoals de meesten, géén vijftig ruggen ter beschikking hebben om hun eigen kapotte rug te repareren?

Zal Gods klei zijn belofte ooit waarmaken? Terwijl Dinkie de toverende slaaf in de weer was met klei en kippenbloed en andere voodoospulletjes, experimenteerde in Europa de Britse Quaker Joseph Lister met het reinigen van chirurgische instrumenten. De Hongaarse verloskundige Ignaz Semmelweis ontdekte dat veel minder van zijn patiënten stierven aan kraamkoorts als hij zijn handen waste. En in Frankrijk dacht een zekere Louis Pasteur na over de bacteriële theorie van ziekte.

Dinkie en zijn klanten hadden geen flauw idee. Zo zie je maar. Het kan altijd anders lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden