'Kanker en de terreur van het positieve denken'

Waar is het gebeurd, dat de 'vieze vuile kloteziekte K', die willekeurig om zich heen sloeg, werd tot een ziekte waar je 'gelukkig zelf heel veel aan kon doen'?, vraagt Wilma de Rek zich af.

Gala voor Pink Ribbon. ANP

Afgelopen zomer overleed de Franse psychiater David Servan-Schreiber (50). Hij had kanker. David Servan-Schreiber werd in 2003 bekend door zijn boek Uw brein als medicijn, over de wijze waarop je je hersenen kunt inzetten om stress- en angststoornissen te genezen. Na dit boek schreef Servan-Schreiber, hoogleraar aan de universiteit van Pittsburgh, een nieuw boek: Antikanker, een nieuwe leefstijl. Hij putte uit eigen ervaring: rond zijn dertigste was hij geopereerd aan een kwaadaardige hersentumor, waarna hij zich met grote kracht had gestort op het vinden van methoden om kanker te voorkomen en te genezen. Ook zijn tweede boek werd een bestseller.

In juni 2011, een maand voor zijn dood, verscheen Servan-Schreibers derde boek: On peut se dire au revoir plusieurs fois. De Nederlandse vertaling komt in februari uit onder de titel Je kunt verschillende keren afscheid nemen.

Kanker ondanks voorzorgsmaatregelen
In dat boek, waarvan het blad Ode deze maand een voorpublicatie afdrukt, vraagt Servan-Schreiber zich af hoe het kan dat de kanker is teruggekomen ondanks al zijn voorzorgsmaatregelen, zijn gezonde leefstijl en zijn speciale dieet van broccoli en frambozen. 'Was het wel de moeite waard? Die duizenden wetenschappelijke artikelen die ik met een stofkam heb doorgevlooid, al die onderzoeken die ik heb doorgenomen, de vergelijking van uitkomsten, dat programma van de strijd tegen kanker dat ik zo zorgvuldig had opgezet en bijgehouden, met aanbevelingen en waarschuwingen... Dat alles om toch te eindigen met weer zo'n knol in je hersens, weer op de operatietafel, overgeleverd aan neurochirurgen en oncologen?'

Iemand die tijdens het sporten een been breekt, geneest, weer gaat sporten en dan zijn andere been breekt, zal zichzelf beschouwen als een zielig slachtoffer van domme pech, maar mensen die kanker krijgen, zich laten behandelen, gezonder gaan leven en na een tijdje opnieuw worden geconfronteerd met een tumor of uitzaaiingen, vervallen niet zelden in bittere zelfverwijten. Waren ze maar nóg gezonder gaan leven! Hadden ze maar harder gevochten, beter op hun rust gelet, niet naar die alternatieve genezers geluisterd, of juist wel naar die alternatieve genezers geluisterd! Hoe dan ook: eigen schuld, dikke bult.

Tot die conclusie komt ook David Servan-Schreiber. Het is niet zo, schrijft hij, dat de methode die hij in Antikanker beschreef niet deugde; het probleem was dat hij zich er niet aan had gehouden. 'Ik heb vaak gezegd dat alles wat ik in Antikanker aanbeveel ook in praktijk bracht. Grosso modo klopt dat ook wel, behalve op één punt. Door mezelf een afmattend en alles bij elkaar buitensporig hoog werktempo op te leggen, heb ik niet genoeg zorg besteed aan mezelf - en dat al heel wat jaren. Deze overbelasting gaat terug tot de publicatie van mijn vorige boek, Uw brein als medicijn. De belangstelling en erkentelijkheid die ik ontving maakten me zo gelukkig, dat ik me met hart en ziel heb heb gestort op de verdediging van dat gedachtegoed.

Dom te geloven
'Ik was zo dom te geloven dat ik beschermd werd door alleen maar een paar voorzorgsmaatregelen te treffen: ik lette op wat ik at, ik fietste dagelijks, ik mediteerde wat en deed elke dag wat aan yoga. Ik dacht dat dit me alle vrijheid gaf om de fundamentele behoeften van mijn organisme te ontkennen, zoals slaap, regelmaat en rust.'

Er zijn lessen te trekken uit zijn 'ongelukkige ervaring', schrijft Servan-Schreiber: 'Je mag jezelf niet uitputten, je moet je niet overwerken. Een van de belangrijkste vormen van bescherming tegen kanker bestaat eruit dat je een zekere innerlijke rust vindt.'


Innerlijke rust is goed en jezelf uitputten is ongezond, dat zal niemand ontkennen. Maar dat maakt het zelfverwijt dat uit Servan-Schreibers woorden spreekt niet minder schokkend. Alsof het inderdaad zijn eigen stomme schuld is dat hij is doodgegaan aan kanker. Alsof hij nog had kunnen leven, als hij maar een beetje harder zijn best had gedaan.

Soms halen mensen huiverend herinneringen op aan vroeger, toen kanker nog fluisterend als 'K' werd aangeduid. Doorgaans worden dan de goden geprezen en gedankt dat die donkere dagen voorbij zijn. Eén ding moet je de K-fluisteraars nageven: zij beschouwden kanker gewoon als een ziekte, een gruwelijke, smerige, vieze vuile kloteziekte die tamelijk willekeurig om zich heen sloeg en waarvan je maar beter geen slachtoffer kon worden.

De afgelopen jaren heeft die opvatting op mysterieuze wijze plaatsgemaakt voor een andere: kanker is weliswaar een vieze vuile kloteziekte, maar je kunt er zelf gelukkig heel veel aan doen! Je kunt 'vechten', je kunt 'strijden', je kunt 'de oorlog winnen'. Je kunt erbovenop komen.

Wilma de Rek is redacteur van de Volkskrant.

Lees het hele essay in de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden