Kandidaten in cyberspace

Iedereen in politiek Amerika weet in welk jaar de televisie haar intrede deed in de verkiezingscampagnes: in 1960, bij het tv-debat tussen Kennedy en Nixon....

Als dit de toekomst is, heeft het iets vertrouwds, iets ouderwets zelfs. Het is Bill Bradley's eerste 'elektronische verkiezingsbijeenkomst', maar moet dit cyberspace zijn? Zoals gewoonlijk zitten we met te veel mensen in een bedompt zaaltje, ditmaal in de stadsbibliotheek van Man chester. In plaats van naar de toekomst, ruikt het naar jassen die nat zijn van de sneeuw die op New Hampshire neerdaalt.

De Democratische presidentskandidaat zit klaar om voor het eerst online-vragen te beantwoorden van mensen overal uit de Verenigde Staten, maar waarom zit hij niet achter het computerscherm? Bradley hangt ontspannen op een barkruk en probeert de zaal te betoveren met zijn wenkbrauwen die iets onserieus hebben. Offline, maar het werkt wel.

Zijn verbinding met cyberspace zit een paar meter verder: een jongeman die zodra Bradley zijn mond opendoet, noest op een toetsenbord begint te hameren. Hij roffelt er ijverig op los, maar het is een verloren race. De voormalige senator is al na een paar zinnen ver achter de horizon verdwe nen en zijn brave Internet-secretaris hobbelt er zo goed en kwaad als het gaat achteraan.

Op een vraag van Internet ontvouwt Bradley uitvoerig welke inkomensgroepen in aanmerking komen voor zijn ziektenkostenverzekeringsplan, maar op Internet zien zijn antwoorden er wel heel simpel uit. 'Afhankelijk van hun inkomen kunnen mensen een beroep doen op de regeling', verkondigt Bradley saai in cyberspace.

Voor nuances is online geen ruimte, laat staan voor humor, maar toch zijn Bradley's medewerkers tevreden. Het gaat er maar om dat hun kandidaat nog een paar duizend mensen buiten het zaaltje heeft weten te bereiken. Boven dien: Bradley loopt toch maar mooi voorop in de Internet-revolutie!

Maar eerlijk gezegd blijven de andere hopefuls voor het Witte Huis nauwelijks achter. De tijd dat Clinton en Gore nog opvielen doordat ze Internet gebruikten om hun verkiezingsboodschap te verspreiden, is allang voorbij. Nu hebben alle presidentskandidaten hun eigen website. 'Geen enkele kandidaat kan het zich nog veroorloven Internet te negeren', zegt Phil Noble van Politics Online, een specialist op het gebied van Internet-campagnes.

In politiek Amerika weet iedereen het moment waarop de televisie onherroepelijk haar intrede deed in de verkiezingscampagnes: het tv-debat tussen John F. Kennedy en de Richard Nixon in 1960. Journalisten die het debat bijwoonden, hadden moeite te beoordelen wie verloren had, maar de televisiekijkers hadden daar in het geheel geen moeite mee. Ze hadden het met eigen ogen gezien: aan het bezwete hoofd van Nixon. Sindsdien is de tv niet meer weg te denken uit de campagnes.

Het beslissende moment voor Internet was de onverwachte zege van Jesse Ventura in de strijd om het gouverneurschap van Minnesota, ruim een jaar geleden. De voormalige beroepsworstelaar leek aanvankelijk geen schijn van kans te maken tegen zijn Democratische en Re publikeinse rivalen, maar hij maakte handig gebruik van Internet bij zijn guerrilla-oorlog tegen het politieke establishment.

Ook al had hij eerst geen geld om er een echt hoofdkwartier op na te houden, toch slaagde hij er met behulp van zijn lijsten met e-mailadressen in een compleet leger op de been te brengen.

De cyber-Gideonsbende van Ventura werd het grote voorbeeld voor Steve Forbes, ook een underdog, maar dan eentje met geld. De multimiljonair paste dezelfde truc als Ventura toe bij de straw poll in Iowa, de eerste krachtmeting tussen de Republikeinse presidentskandidaten.

Alle mensen op de e-maillijst van zijn staf kregen het verzoek hun vrienden en kennissen in Iowa aan te sporen naar Ames te komen om hun stem uit te brengen op Forbes. Het resultaat: Forbes eindigde als tweede.

Dat succes zal hij waarschijnlijk nooit herhalen, maar Forbes heeft ongetwijfeld wel de beste website. Je kunt op allerlei steekwoorden zoeken wat de conservatieve tycoon zoal denkt over bijvoorbeeld euthanasie of seksuele onthouding. Het antwoord: Forbes vindt dat het leven begint met de conceptie en eindigt met de natuurlijke dood en ja, hij is voor seksuele onthouding voor het huwelijk.

De bezoekers van Forbes-website kunnen zich aanmelden (www.forbes2000.com) bij het e-blokhoofd. Wie dat doet, krijgt het verzoek een persoonlijke boodschap door te sturen naar een aantal kennissen. Die worden op hun beurt weer aangespoord om het zelfde te doen, enzovoort, enzovoort.

Forbes zou Forbes niet zijn als er geen kapitalistisch tintje aan zat: wie veel sympathisanten weet binnen te halen, komt in aanmerking voor een prijs en kan opklimmen tot hoofd van een e-State (duizend vrijwilligers) of zelfs lid worden van het e-National Committee (maar dan moet je wel aan de oorsprong staan van een lijst met vijfduizend namen).

Journalisten kunnen zich aanmelden bij het elektronische press office van Forbes. Handig, lijkt het, want dan word je automatisch op de hoogte gesteld van de campagne-agenda van de kandidaat. Maar de straf is dat je vervolgens wordt overspoeld door een onstuitbare golf van e-mails waarin Forbes trots meldt dat hij de steun heeft gekregen van senator die-en-die (meestal iemand van wie het grote publiek nooit heeft gehoord) en zijn grote rivaal, George Bush, zwart maakt.

'Net als de stijl van campagnevoeren weerspiegelen de websites het karakter van de kandidaat', zegt Phil Noble. 'Die van Forbes ziet er duur uit en is ook duur. Hij heeft er allerlei snufjes op zitten, zoals een persoonlijk besturingpaneel, maar als je goed kijkt zit er weinig achter.'

Wie op de website van Bush (de Repu blikeinse favoriet) gaat kijken (www.georgewbush.com), mag meteen uitrekenen waarom hij op de gouverneur van Texas moet stemmen. 'Reken zelf uw besparingen uit onder het belastingplan van Bush', wordt de bezoeker aangemoedigd. Zolang je geen stemmen mag kopen, natuurlijk een handige methode.

Bush' voornaamste wapen is dat hij een uitgebreide Spaanstalige sectie heeft, waarop onder meer te lezen valt voor welke valores de gouverneur staat: patriotismo, optimismo en altos estandares morales. Om dat laatste nog eens te beklemtonen, krijgen de cybergasten ook wat geruststellende kiekjes uit het familie-album van de Bushes voorgeschoteld. Kortom, we zijn hier niet bij de Clintons!

Kinderen kunnen op een aparte pagina terecht waar de gouverneur hun uitlegt dat campagnevoeren voor het presidentschap net zoiets is als baseball: er zijn twee liga's (Republikeinen en Democraten), je hebt de playoffs (voorverkiezingen) en als je het goed doet, kom je in de World Series terecht: de verkiezingen van 7 november.

Om de campagnekas te spekken, heeft Bush een Internet-winkeltje waar je online 'leuke campagne-artikelen en cadeautjes' kunt kopen. Maar soms is er alleen bronwater te krijgen, in speciale flessen met het vignet bush 2000 erop à 8 dollar per zes stuks.

Vice-president Al Gore (www.algore2000.com) heeft een soort liberale kopie van de website van Bush gemaakt: ook familiekiekjes, de verzekering dat Gore solide, ouderwetse Tennessee Values belichaamt - en dus niet, zoals zijn tegenstanders graag beweren: de politieke slangenkuil van Washington - maar alleen geen winkel, en dus ook geen genezend Democratisch bronwater.

Bill Bradley's website (www.bill bradley.com) is degelijk, net als de kandidaat, soms een beetje saai, maar wel effectief. Bij iedere stap duikt een venstertje op waarin de bezoeker gevraagd wordt of hij misschien geld wil bijdragen of vrijwilliger wil worden. Of misschien wil hij er later aan worden herinnerd?

'Als het om geld inzamelen gaat, is Internet een wondermiddel', zegt Noble. De afgelopen maanden heeft Gore liefst 20 procent van de bijdragen in zijn campagnekas via het net binnengekregen. 'Dat wordt volgende keer nog veel meer', voorspelt Noble. Hij denkt dat bij de verkiezingen van 2004 ongeveer 80 procent van de campagnebijdragen via Internet zal binnenkomen.

Het voordeel voor de kandidaten is dat online geld inzamelen veel goedkoper is dan per bedelbrief. Bij een snail mail-campagne gaat van iedere dollar die binnenkomt 50 cent op aan kosten. Op Internet is dat nog maar een factie.

De Internet-revolutie zal een einde maken aan de macht van het grote geld, voorspelt campagne-adviseur Dick Morris, de man die ooit Clinton aan de macht bracht. Niet alleen de gevestigde kandidaten die het grote geld achter zich hebben staan, maar ook onbekende namen hebben nu een kans, alleen al omdat adverteren op Internet veel goedkoper is dan op de tv.

Volgens Morris zijn de Verenigde Staten nu van het vertegenwoordigende model dat James Madison voorstond, dankzij Internet op weg naar het ideaal van Jefferson: de directe democratie. 'Jeffersons aanbeveling was: iedere twintig jaar een revolutie om de vrijheidsboom nieuw leven te geven. Het ziet ernaar uit dat deze revolutie vreedzamer en constructiever zal verlopen dan de meeste andere'.

Maar hoe kan er sprake zijn van directe democratie als nog maar een kwart van de Amerikanen is aangesloten op Internet? Morris wijst erop dat dat vier jaar geleden nog maar een paar procent en dat het aantal aansluitingen de komende jaren explosief zal groeien.

Vooralsnog blijft de invloed van het Internet in de campagnes beperkt. 'Het nadeel is dat je de grote massa nog niet bereikt - dat kan via de televisie wel -, maar daar staat tegenover dat de Internet-gangers veel meer betrokken zijn en eerder zullen gaan stemmen', zegt Noble. 'Als je Internet goed gebruikt, scheelt je dat misschien vijf procent', meent hij.

Noble: 'Het maakt het campagne-voeren makkelijker, maar het is niet zo dat iedereen die een beetje handig is met Internet, nu meteen president van de Verenigde Staten kan worden. Het is geen wondermiddel. Als je geen boodschap hebt, kom je nergens.' Hij tilt niet al te zwaar aan de waarschuwingen dat de liefdesrelatie tussen politiek en Internet ten koste zal gaan van de arme Amerikanen - lees: de zwarten en de hispanics - die nu eenmaal minder computers hebben en dus minder kans hebben zich te laten gelden in cyberspace. 'Dat kon je eind jaren vijftig ook over de televisie zeggen. Toen had ook maar een kleine laag televisie, maar nu heeft iedereen het. Zo zal het ook gaan met Internet.'

De Internet-democratie heeft ook haar schaduwkanten, merken de kandidaten. Al Gore's website krijgt concurrentie van een paar nepsites die hem op de hak nemen (www.allgore.com en www.albore. com). 'Kortom, we kunnen de hele dag doorzeuren over het opvoeden van kinderen en het doden van Serviërs, maar waar het op neerkomt is dat ons milieu de hoeksteen van ons ecosysteem is en dat het goed is als eraan gedokterd wordt zoals alleen ik dat kan, de vader van Internet', preekt de nep-Gore op zijn site.

George Bush krijgt het nog erger te verduren op een website (www.gwbush.com) die Zack Exley, een jonge computerprogrammeur uit Boston, voor de neus van de gouverneur wegkaapte. 'Just say no tegen een ex-cocaïnegebruiker als president', was tot voor kort de boodschap. Maar Exley is wat voorzichtiger geworden sinds hij een brief van Bush' advocaten heeft gekregen met de opdracht zijn website te sluiten, omdat hij het vignet van de officiële campagne gebruikt.

Maar er prijkt wel nog steeds een montagefoto op waarop te zien is hoe de gouverneur lekker een snuifje coke neemt.

Ernaast staat een oproep aan het bedrijfsleven toch vooral royaal in de campagnekas te storten. 'Wat krijgt u als u bijdraagt?', staat eronder. 'Speciale belastingontheffingen en gaten in de wet. Zwakke milieu- en arbeidswetten. Heeft u een wet nodig? Dat kan besproken worden in het Oval Office!'

Bush is vastbesloten de 'vuilnisman' uit Boston aan te pakken. 'Er moeten grenzen aan de vrijheid zijn', brieste hij op een persconferentie. Maar het lijkt erop dat zijn offensief een averechts effect heeft. Exley kreeg onlangs het aanbod van het Rutherford Instituut, nota bene een groep conservatieve advocaten, hem gratis te verdedigen. De ironie wil dat dezelfde instelling Paula Jones onder haar hoede nam, toen die president Clinton wegens ongewenste intimiteiten aanklaagde. 'Het lijkt mij heel dom om te proberen die websites aan te pakken', zegt Noble. 'Als ze je werkelijk belasteren, kun je altijd naar de rechter stappen. Maar het is nu eenmaal zo: wat er offline gebeurt, gaat ook online gebeuren.'

Bovendien, thuis is Bush ook niet veilig. Onlangs zijn hackers op zijn officiële website ingebroken en hebben ze daar de rode vlag gehesen met de opgewekte voorspelling dat de 'revolutie in aantocht is'. Moeten we daar de hand van Bush' concurrenten in zien? Noble: 'Nee, dat lijkt me heel onwaarschijnlijk. Dat zouden ze niet durven. Dat zou op een soort Watergate-online neerkomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden