Kan dieet echt depressie wegnemen?

Deze Leidse wetenschappers betwijfelen de bevindingen van hun Australische collega's

Een diëtist bezoeken kan depressie aanzienlijk verlichten, concluderen Australische wetenschappers. Een hoopvol bericht, maar Leidse onderzoekers trekken het ernstig in twijfel.

Laat patiënten met een depressie zeven keer naar de diëtist gaan om gezonder te leren eten en al na een paar maanden gaat het veel beter met ze. Klinkt tamelijk ongeloofwaardig, vinden twee Leidse wetenschappers. Al bijna een jaar zijn ze bezig om vakblad BMC Medicine ertoe te bewegen een veelbesproken Australische studie te corrigeren omdat de onderzoekers de resultaten zouden hebben gestuurd. Maar het vakblad vindt een correctie niet nodig.

'Ik zou het heel graag zien hoor, dat een depressie over gaat door een paar keer een diëtist te bezoeken', zegt universitair docent klinische psychologie Marc Molendijk. 'Maar deze studie levert daarvoor niet het bewijs. De onderzoekers hebben wetenschappelijke grenzen overschreden om aan hun resultaten te komen.'

Het is al de derde keer dit jaar dat wetenschappers uit Nederland voor detective spelen en een gerenommeerd buitenlands onderzoek aan de kaak stellen. Deze zomer haalde een Leidse promovendus samen met twee buitenlandse critici de publicaties van een Amerikaanse voedingshoogleraar onderuit. Eerder kwam een Groningse hoogleraar met een vernietigende analyse van de cijfers uit een gerenommeerd Brits onderzoek naar het chronisch vermoeidheidssyndroom. Molendijk, die zelf onderzoek doet naar depressie, beet zich in de Australische studie vast toen hij uit interesse op de website van de onderzoekers belandde. 'Ik was verbijsterd door wat ik daar las.' In zijn afdelingshoofd, hoogleraar klinische psychologie Willem van der Does, vond hij een kritische medestander.

Je zou kunnen zeggen dat de uitkomst al vaststond bij het begin van het onderzoek

Marc Molendijk, universitair docent klinische psychologie

Diëtist

De Australische wetenschappers publiceerden begin dit jaar in vakblad BMC Medicine een onderzoek dat was opgezet volgens de gouden standaard: 67 patiënten werden in twee groepen verdeeld van wie de helft naar de diëtist ging en de helft ondersteunende gesprekken voerde. Eerdere studies hadden hooguit een verband aangetoond tussen voeding en gemoedstoestand maar het Australische onderzoek bewees voor het eerst een rechtstreeks effect van een gezond dieet. Na drie maanden scoorden de deelnemers uit de dieetgroep bij een depressietest ruim 11 punten minder, tegenover ruim 4 punten in de controlegroep. Een derde van de mensen die gezonder gingen eten, raakte zelfs van de depressie af. Waarmee de diëtist veel beter scoort, analyseert Molendijk, dan de standaardbehandelingen, gedragstherapie en antidepressiva.

Zo'n voedingsonderzoek kan uiteraard niet worden geblindeerd, erkent hij: de deelnemers die een dieetadvies krijgen weten dat, zullen daar verwachtingen aan ontlenen en zich mogelijk gaan gedragen naar die verwachtingen. Dat kan invloed hebben op de test die zij moeten invullen over hun gemoedstoestand, zeker omdat de uitkomsten subjectief zijn (een depressie kan immers alleen worden vastgesteld door wat patiënten er zelf over zeggen). Het is dus zaak om dat effect te minimaliseren, zegt Molendijk, en daar zit hem de kern van de Leidse kritiek. Volgens de twee wetenschappers hebben de Australische onderzoekers bewust de verwachtingen gemanipuleerd, terwijl zij juist het omgekeerde beweren.

Radio-interview

In hun studie schrijven ze dat ze hun onderzoekshypothese geheim hebben gehouden om zo beïnvloeding te voorkomen. Ze hadden de deelnemers verteld dat ze onderzoek deden naar 'het effect van een educatief programma op het gebied van voeding om mogelijke symptomen van een depressie te verlichten'. In werkelijkheid, zegt Molendijk, gaf de onderzoeksleider een radio-interview ('hoe keuzes in je voedingspatroon je mentale gezondheid kunnen beïnvloeden') en een interview aan de plaatselijke krant (met de kop 'Depressie Dieet Hoop'). Daarin vertelde ze dat 'overtuigend is bewezen' dat gezonde voeding het risico op een depressie verkleint en dat junkfood dat risico vergroot. Ze deed daarbij een oproep om deelnemers te werven. De wetenschappers maakten bovendien een website over hun onderzoek met links naar interviews waarin onder meer werd uitgelegd wat de diëtist voor patiënten zou betekenen. Inclusief een foto van een lachende banaan ('bananen kunnen je helpen lachen omdat ze tryptofaan bevatten, een stofje dat je stemming stabiliseert'). Molendijk: 'Je zou kunnen zeggen dat de uitkomst al vaststond bij het begin van het onderzoek, want zo praatten ze erover.'

Conclusie: wat er in de studie staat over de werving van deelnemers strookt niet met wat er werkelijk is gebeurd, dus het artikel moet worden aangepast. 'Laat de onderzoekers eerlijk aangeven wat ze hebben gedaan en toegeven dat ze daarmee mogelijk de resultaten hebben beïnvloed.' Een maand na publicatie van de studie benaderden Molendijk en Van der Does BMC Medicine. Na een mailwisseling van negen maanden heeft het blad laten weten geen reden te zien voor een correctie.

Kritische brief

Onderzoeksleider Felice Jacka, hoogleraar voeding en psychiatrie aan de Deakin Universiteit in Melbourne, schrijft in een reactie dat ze de beschuldigingen 'met kracht verwerpt'. De afgelopen jaren is veel internationaal onderzoek gedaan naar het verband tussen voeding en depressie en daar is uitvoerige media-aandacht voor geweest, aldus Jacka. Het idee dat gezonde voeding van belang kan zijn voor je gemoedstoestand was allang bij het publiek bekend, ver voordat zij erover sprak en de website in de lucht kwam. Die informatie, merkt ze fijntjes op, kan ook de deelnemers aan de controlegroep hebben beïnvloed. Van het scheppen van selectieve verwachting kan dus geen sprake zijn geweest, aldus Jacka; misschien hebben de deelnemers die niet naar de diëtist gingen op eigen initiatief hun leefstijl aangepast. En daarmee mogelijk het verschil tussen de twee groepen juist verkleind.

'Ons onderzoek is de eerste in zijn soort en kent inderdaad beperkingen', schrijft de Australische hoogleraar. 'Dit is een eerste stap.' Vreemd, zeggen de twee Leidse critici, dat zij met geen woord rept over de dubieuze manier waarop deelnemers zijn geworven.

Niemand is tegen gezonde voeding. Maar een depressie is zo'n ernstige ziekte, dat gaat niet zomaar over na een bezoekje aan de diëtist

Marc Molendijk, universitair docent

Een woordvoerder van BMC Medicine laat weten dat de zaak 'grondig is onderzocht'. Een deskundige uit de redactieraad van het vakblad is om zijn mening gevraagd alsmede de ethische commissies van de twee betrokken universiteiten. De commissies hebben laten weten dat de studie is gedaan volgens het protocol dat zij hebben goedgekeurd. Het blad heeft de Leidse onderzoekers laten weten dat het voor de redactie te ver voert om uit te zoeken of de werving van de deelnemers op de juiste manier is verlopen. De twee mogen een kritische brief schrijven, die het blad wellicht zal plaatsen.

Maar zo'n brief is een zwaktebod, reageert Molendijk teleurgesteld. 'Het blad neemt zijn wetenschappelijke verantwoordelijkheid niet. Deze studie geeft geen goede boodschap af. Niemand is tegen gezonde voeding. Maar een depressie is zo'n ernstige ziekte, dat gaat niet zomaar over na een bezoekje aan de diëtist.'