Jovvo siemnaigo

Maarten: Meer dan twaalf talen hebben nog slechts één gebruiker, stelt de UNESCO in de digitale atlas van bedreigde talen....

Frank: Waarom zou een privé-taal geen regelmatigheden kennen?

Maarten: Neem het Lijflands, dat nog maar door één persoon gesproken zou worden. ‘Jovvo siemnaigo’ zou in die taal ‘smakelijk’ betekenen. Maar misschien is die laatste gebruiker van het Lijflands wel seniel. Dan zegt hij nu voor de maaltijd ‘Jovvo siemnaigo’ tegen zichzelf, terwijl hij die woorden vroeger na de maaltijd uitsprak, bij wijze van ‘moge het u wel bekomen’. Hij gelooft dan ten onrechte nog steeds de regels van het Lijflands te volgen.

Frank: Nee, het Lijflands heeft dan nieuwe regels.

Maarten: Hoe weet je dat? Misschien zegt die seniele laatste gebruiker van het Lijflands later op de avond wel ‘Jovvo siemnaigo’ tegen zichzelf als hij het licht op zijn nachtkastje uitknipt. Misschien zegt hij wel ‘Jovvo siemnaigo’ als hij de volgende ochtend ontwaakt. Juist daarom kan een privétaal niet bestaan. Wie weet of die ene gebruiker zich aan de regels houdt? Wittgenstein stelt terecht dat voor hem ‘geloven de regel te volgen hetzelfde zou zijn als de regel volgen’.

Frank: Dat argument gaat misschien op als het Lijflands puur in het hoofd van de ene laatste gebruiker bestaat. Maar dat is een logische onmogelijkheid, want dan hadden we het hier nooit over die taal kunnen hebben. Nu is een UNESCO-medewerker met een Lijflandse grammatica en een Lijflands woordenboek in het vliegtuig naar de Baltische kust gestapt, want daar woont die ene laatste gebruiker van deze taal. Misschien is de UNESCO-medewerker een talenwonder. Dan sprak hij vloeiend Lijflands op het moment dat zijn toestel aan de Baltische kust landde. In dat geval spreken al twee personen Lijflands.

Maarten: Of de UNESCO-medewerker is geen talenwonder. Dan zal hij met een zwaar accent een zin uit het Lijflandse grammaticaboek hebben voorgelezen. De laatste gebruiker zal iets hebben teruggezegd. Waarschijnlijk ‘Wat zegt u?’ De UNESCO-medewerkers zal met zijn grammatica en woordenboek de betekenis van ‘Wat zegt u?’ in het Lijflands hebben achterhaald. Daarna zal hij zijn eerste zin hebben herhaald. Niets van dit alles bewijst dat de laatste spreker Lijflands spreekt.

Frank: Het is niet alleen een logische maar ook een feitelijke onmogelijkheid dat Lijflands hoogstens in het hoofd van die laatste spreker bestaat. In de UNESCO-atlas had je namelijk kunnen lezen dat er nog slechts één persoon leeft die het Lijflands in de ogen van specialisten volledig beheerst. Voor anderen is het een tweede taal, zoals voor de specialisten die het Lijflands bestuderen.

Maarten: Stel je voor dat vier mensen een doosje hebben, schrijft Wittgenstein. Allemaal hebben ze iets in dat doosje wat ze een ‘kever’ noemen. Niemand heeft in het doosje van de ander gekeken, toch spreken ze samen over kevers. Een soortgelijke situatie heb je met het Lijflands: de UNESCO, de specialisten voor wie het een tweede taal is en die vermeende laatste echte gebruiker spreken er allemaal over. Maar hoe weten we dat ze het over hetzelfde hebben?

Frank: Dat is juist het aardige van het kevervoorbeeld. Wittgenstein gebruikt dat niet om aan te geven dat communicatie onmogelijk is. Integendeel. Hij laat er juist mee zien dat je heel goed kunt communiceren als je er niet zeker weet of je het over hetzelfde hebt.

Maarten: De bezitters van de doosjes begrijpen elkaar dankzij regels, misschien wel dankzij de regel dat ze niet praten over wat er in hun doosje zit. Als ze die afspraak loslaten, zal er een enorme spraakverwarring volgen.

Frank: Nee, het woord ‘kever’ zal misschien een nieuwe betekenis krijgen. Betekenisgeving laat zich nooit vastleggen of afsluiten.

Maarten: Jawel. We hebben regels gemaakt over wat een woord betekent. Als je zomaar nieuwe regels gaat bedenken, begrijpen wij elkaar niet meer. Wittgenstein geeft daar een inmiddels beroemd voorbeeld van. Je kunt niet ‘bububu’ zeggen en bedoelen: ‘Als het niet gaat regenen, zal ik een wandeling maken.’

Frank: Juist dankzij Wittgensteins opmerking kan dat nu dus wel, heeft literatuurwetenschapper Jonathan Culler al opgemerkt. Zeg bububu tegen een Wittgenstein-kenner en hij zal direct begrijpen dat je gaat wandelen als het niet regent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.