InterviewRianne Letschert

‘Jonge academici vrezen voor hun contract als ze hun grenzen aangeven’

Rianne Letschert is sinds september 2016 rector magnificus aan de Universiteit Maastricht. Beeld Linelle Deunk
Rianne Letschert is sinds september 2016 rector magnificus aan de Universiteit Maastricht.Beeld Linelle Deunk

Carrière maken op de universiteit moet eerlijker en veiliger, vindt de rector magnificus in Maastricht. Carrièrestappen gaan te vaak ‘automatisch’ en er is sprake van machtsmisbruik, zegt Rianne Letschert.

Het had weinig gescheeld of Rianne Letschert (44) had de wetenschap verlaten. Op het eerste gezicht ging het de hoogleraar victimologie destijds, vijf jaar geleden, voor de wind. Ze had in hoog tempo carrière weten te maken binnen de Universiteit Tilburg, met onderzoek naar slachtoffers van genocide en ander oorlogsgeweld. Ze had net een felbegeerde Vidi-beurs van nationale onderzoeksfinancier NWO binnengesleept. Acht ton om verder onderzoek mee te bekostigen.

‘Voor de buitenwereld was ik opeens de godin van de wetenschap, wat nergens op slaat. Natuurlijk was ik trots op die Vidi, maar ik had die beurs niet alleen binnengehaald. Dat doe je met een heel team, alleen kan er maar één naam op zo’n aanvraag. We hebben als universiteiten het systeem zo ingericht dat we individueel gedrag belonen en teamgedrag niet.’

Het was één aspect in het ‘doorgeslagen systeem’, dat Letschert zo dwarszat dat ze serieus overwoog te stoppen. Rond diezelfde tijd werd ze gevraagd decaan te worden in Tilburg. ‘Ik weet nog dat ik op het strand liep en dacht: of ik ga weg uit de wetenschap, of ik ga als bestuurder proberen iets te veranderen.’

Ze koos voor het laatste, maar nog voor ze aan die baan kon beginnen, werd ze gevraagd te solliciteren op de functie van rector magnificus aan de Universiteit Maastricht. Ze kreeg de baan: als eerste vrouw in Maastricht op die positie en als een van de jongste rectores magnifici ooit in Nederland.

Het is geen eindstation voor Letschert. Als rector is ze maandag nog aanwezig bij de ceremoniële opening van het academisch jaar, maar in november schuift ze door naar de functie van bestuursvoorzitter van de universiteit. Ze zal zich vanaf dan minder richten op interne aangelegenheden als onderwijs en meer op de lobby in Den Haag – een plek waar haar naam weleens valt als er wordt gespeculeerd over een volgende minister van Onderwijs.

Ook als bestuursvoorzitter heeft ze straks nog hetzelfde doel: het doorgeslagen systeem op de schop nemen. Er staat veel op het spel. Universiteiten krijgen structureel veel te weinig geld om goed onderwijs en onderzoek te kunnen leveren, bleek voor de zomer nog uit onderzoek. En terwijl studenten klagen over de anonieme diplomafabriek waar ze doorheen worden gejaagd, worstelen docenten met de torenhoge werkdruk.

Wat stond u vijf jaar geleden zo tegen dat u de wetenschap uit wilde?

‘Dat had te maken met de manier waarop je als medewerker van de universiteit wordt beoordeeld. Er wordt vooral gekeken naar hoeveel publicaties je hebt en hoeveel onderzoeksbeurzen je binnenhaalt. Op een gegeven moment moest ik tien wetenschappelijke publicaties per jaar hebben. Je wordt er strategisch van: dan gebruik ik dit stukje onderzoek in dit artikel en dat stukje in dat artikel, want dan heb ik weer een extra publicatie. Dat is niet waarvoor ik de wetenschap was ingegaan.’

Dat is bekende kritiek: het lijkt soms meer om de kwantiteit dan om de kwaliteit te gaan.

‘En het frustrerende is: al het andere wat je doet, telt niet mee in je beoordeling. Ik was bijvoorbeeld directeur van een onderzoeksinstituut. Op het hoogtepunt had ik 40 fte aan personeel onder me. Al die mensen vragen tijd en aandacht. Ik wilde daar serieus tijd in steken. Hetzelfde geldt voor onderwijs: ik heb een master opgericht op een nieuw vakgebied, victimologie. Die trok in het eerste jaar al negentig studenten. Dat is groot voor een master, daar was ik trots op. Maar dat telde niet mee.’

Ze vertelt erover in haar ruime tuin in Stiphout, het Brabantse dorp waar ze woont met haar twee kinderen. Waar sommige directeuren van een middelbare school al een persvoorlichter inschakelen voor contacten met de media, handelt de rector magnificus van de Universiteit Maastricht haar interviews zelf af. In T-shirt en op teenslippers.

Goedlachs, benaderbaar, empathisch: het is hoe ze bekend is komen te staan in Maastricht. Maar niet altijd. Zo klaagden medewerkers van de Universiteit Maastricht vorig jaar dat er nog altijd ‘veel te weinig’ aandacht is voor de werkdruk.

Uw reactie was dat docenten blij moesten zijn dat ze nog een baan hadden, schreef de universiteitskrant.

‘Dat raakte me. De context ontbrak in dat stuk. Het leek net of ik mijn mensen verwend vond. Ik heb steeds benadrukt dat ik zag hoe zwaar het thuiswerken was voor iedereen. Zelf zat ik ook thuis met twee schoolgaande kinderen, dat is supermoeilijk.

‘We zagen dat met name vrouwen achter raakten op hun werk, doordat zij toch meer tijd besteedden aan de kinderen. Ze publiceerden minder, haalden minder onderzoeksbeurzen binnen. Ik heb erop gehamerd bij leidinggevenden: houd rekening met deze omstandigheden in jullie beoordeling. Niet alleen nu, maar ook over vijf jaar. Want zo’n achterstand is niet zomaar ingelopen.

‘Maar tijdens de bijeenkomst waar ik die uitspraak deed, ging het ook over de vergoeding van koffie tijdens het thuiswerken. Op zo’n moment denk ik wel: kom op mensen, wees blij dat je nog een baan hebt. In allerlei sectoren worden mensen ontslagen en wij betalen reiskosten door, terwijl niemand meer reist naar het werk.’

De neiging om te relativeren heeft ook te maken met haar vorige baan als hoogleraar victimologie aan de Universiteit Tilburg, zegt Letschert. Ze deed jarenlang onderzoek in onder andere Rwanda, Congo en Libanon, waar ze slachtoffers van genocide, terrorisme en ander oorlogsgeweld interviewde.

‘Die ervaring neem ik mee. Aan de ene kant is dat positief. Ik zie nog beter hoe belangrijk het is dat mensen zich serieus genomen voelen. Maar ik relativeer ook meer. Daarmee moet je oppassen. Als je elk probleem hier vergelijkt met de problemen van genocideslachtoffers, sla je elke discussie dood. Tegelijkertijd: als ik naar mezelf en een groot deel van mijn omgeving kijk, al die mensen met banen aan de universiteit, dat is natuurlijk een enorm privilege. Dat is niet alleen maar kommer en kwel.’

Hetzelfde geldt voor studenten. De afgelopen anderhalf jaar hebben erin gehakt, zegt Letschert. ‘We monitoren standaard het mentale welzijn van onze studenten, de afgelopen tijd waren de uitkomsten zorgwekkend. Sinds het uitbreken van de coronacrisis zien we dat veel studenten eenzaam zijn geweest. Sommigen kampen met depressieve gevoelens, dat is zorgwekkend.’ Het werd, kortom, hoog tijd dat de anderhalve meter werd afgeschaft. ‘Maar het gaat nu ook weleens over een verloren generatie. Dat vind ik eerlijk gezegd te ver gaan. We zagen afgelopen anderhalf jaar ook dat sommige studenten juist sneller zijn gaan studeren omdat er weinig afleiding was: geen bijbaantjes, geen uitgaansleven.’

null Beeld

U spreekt zich fel uit over het belang van sociale veiligheid op de universiteit. Waarom?

‘Beginnende wetenschappers komen nu veel moeilijker aan een vaste baan dan in de tijd dat ik begon. De afhankelijkheid van degene die boven jou zit, is enorm. Je weet als jonge academicus: als ik iets te veel mijn grenzen aangeef, of m’n mond opendoe als er dingen gebeuren die niet kunnen, dan loop ik dat vaste contract mis.’

Om wat voor soort situaties gaat het?

‘Dat kan intimiderend gedrag zijn, vormen van machtsmisbruik. Ik ben zelf in Maastricht nog niet veel casuïstiek van seksueel grensoverschrijdend gedrag tegengekomen, maar dat wil niet zeggen dat het er niet is.

‘Ik heb het zelf meegemaakt als wetenschapper van begin 20, op mijn allereerste internationale congres. Een hotemetoot uit mijn vakgebied nodigde me uit om met hem alleen te gaan dineren. Ik kreeg het gevoel dat hij andere bedoelingen had, maar tegelijkertijd was het een superslimme gast. Ik wilde van hem leren.’

Hoe ging u daarmee om?

‘Ik wilde niet met hem alleen zijn, dus had ik wat collega’s meegenomen naar dat etentje. Vervolgens belde die hoogleraar me ’s avonds laat op, helemaal boos: wat had jij in je hoofd? Hoezo ben jij niet alleen gekomen? Toen ik terugkwam in Tilburg was ik bang dat die man van alles over mij zou rondbazuinen. Dus ik heb aan mijn leidinggevende gemeld wat er was gebeurd.

‘Het eerste wat hij zei was: ik ga ervan uit dat je het er niet zelf naar hebt gemaakt. Die reactie vergeet ik nooit meer. Dan denk je: ik meld dit soort dingen niet meer, ik moet er zelf mee dealen. Want hoezo zou ik het er zelf naar gemaakt hebben? Dit soort verhalen hoor ik helaas nog steeds van jonge medewerkers.’

De afgelopen jaren haalden verschillende universiteiten het nieuws met schandalen over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook kwamen er verhalen naar buiten over machtsmisbruik, waarbij hoogleraren een schrikbewind voerden waar de vaak jonge docenten met tijdelijke contracten niet tegen in durfden te gaan. Zelf heeft Letschert de afgelopen jaren een aantal keer ‘afscheid genomen’ van ‘narcistische bokito’s’.

Hoe ging dat in z’n werk?

‘Ik heb tegenwoordig een doos met tissues op mijn bureau staan. Omdat ik me al jaren uitspreek over sociale veiligheid, weten mensen me te vinden. Daar begint het vaak mee: informele signalen. Een officiële klacht indienen durven medewerkers meestal niet, uit angst dat hun leidinggevende erachter komt. Tegen de tijd dat signalen mij bereiken, is er vaak al veel aan de hand. Ik laat dan een onafhankelijk cultuuronderzoek doen naar een afdeling waar iets speelt. Dan komt er een rapport en vaak moet je daar wat mee.’

Wat dan?

‘Ik ga op zo’n moment in gesprek met degene die het betreft. In het begin verwachtte ik in mijn naïviteit dat zo’n leidinggevende dan met de kritiek aan de slag zou gaan, dat we er met de juiste hulp uit zouden komen. Maar iemand die narcistische trekken heeft, heeft geen vermogen tot zelfreflectie. Alles wat ik zwart op wit heb staan aan kritiek, wordt glashard ontkend. Dan komt er een punt waarop je afscheid moet nemen van elkaar.’

U ontslaat zo’n slecht functionerende leidinggevende?

‘Er zijn twee mogelijkheden: we kunnen goedschiks of kwaadschiks uit elkaar. We kunnen naar de rechter en dan komt alles op straat. Of we kunnen samen beslissen afscheid te nemen van elkaar. Kijk, deze mensen hebben ook gezinnen, ik zit er niet op te wachten om levens kapot te maken. Dat gebeurt wel als je naar de rechter gaat. Voor de reputatie van de universiteit zou het soms beter zijn: dan kun je laten zien dat je met de vuist op tafel slaat.’

De buitenwereld ziet dus niet dat jullie stappen zetten. Is dat niet frustrerend?

‘De afgelopen vijf jaar zijn er vier van dit soort casussen geweest die ik zelf heb afgehandeld. De mensen om wie het gaat, weten dat zo iemand niet meer terugkomt, die zijn daar blij mee. Maar ik ben niet het type bestuurder dat dingen openbaar wil uitvechten om daar symbolische waarde uit te halen. En voor de duidelijkheid: dit zijn uitzonderingen. Er zijn heel veel hele goede leidinggevenden binnen de Universiteit Maastricht.

‘Het probleem is nog wel dat carrièrestappen nu vaak te automatisch gaan. Een hoogleraar wordt ook vakgroepvoorzitter, terwijl niet iedereen kan of wil leidinggeven. We moeten onze leidinggevenden ook beter gaan begeleiden. Nu is het nog te vrijblijvend. Juist de mensen die het nodig hebben, gaan niet op cursus. Die vrijblijvendheid gaat er in de loop van dit academische jaar vanaf, wat mij betreft. Iedereen met een leidinggevende rol op vakgroepniveau moet verplicht een leiderschapsontwikkelingstraject doen.’

U wilt het doorgeslagen systeem ook verbeteren met het programma ‘Erkennen en waarderen’. Wat betekent dat concreet?

‘Het idee is dat er meerdere paden moeten komen om carrière te maken aan de universiteit. Dus niet alleen door veel onderzoek te publiceren en veel beurzen binnen te halen, maar ook bijvoorbeeld door tijd te steken in het geven van goed onderwijs. Ik doe dit niet alleen, alle belangrijke spelers doen mee: van de Nederlandse universiteiten en academische ziekenhuizen tot de grote onderzoeksfinanciers.’

Wat gaat er de komende jaren veranderen?

‘We zitten er middenin en elke universiteit doet het weer net anders. Wij vragen bijvoorbeeld sinds kort tijdens jaargesprekken niet alleen naar individuele prestaties, maar ook: wat heb je gedaan voor de groep? Ben je lid van een werkgroep geweest? Ga je ook een keer bij de faculteitsraad?

‘Het heeft gevolgen. We hebben recentelijk twee mensen met een geweldig onderzoek-cv niet tot hoogleraar gepromoveerd, omdat ze nog moesten werken aan hun leiderschapsvaardigheden. Dus stellen we die stap omhoog uit. Dan krijg je boze reacties, en dat begrijp ik. Maar wij willen dat je als hoogleraar niet alleen een geweldige onderzoeker bent, maar dat je je ook verantwoordelijk voelt voor grote groepen medewerkers en studenten.’

Om werkdruk aan de universiteit is veel te doen. Vindt u dat u zelf het goede voorbeeld moet geven?

‘Ja, dat zou wel moeten. Ik heb veel mensen met jonge kinderen om me heen die veel te hard werken. Dan denk ik weleens: ben ik dan hun voorbeeld? Ik werk ook veel te hard. Ik heb natuurlijk wel een extreem anderhalf jaar achter de rug. Eerst kregen we als Universiteit Maastricht te maken met een cyberaanval. Direct daarna kwam corona. Inmiddels weet ik niet eens meer wat een normale werkweek is.

‘Dat is ook een probleem waarvoor ik naar Den Haag kijk. We kunnen als universiteit zelf veel doen als het gaat om erkennen en waarderen, maar we gaan het niet redden als er niet meer geld bij komt. Dit voorjaar bleek uit onafhankelijk onderzoek dat het hoger onderwijs jaarlijks structureel een miljard euro tekortkomt.’

Maar universiteiten komen toch al jaren gewoon rond?

‘Ja, omdat al onze mensen structureel overwerken. Als ik een ‘witte staking’ zou uitroepen, een staking waarbij we met z’n allen alleen de uren maken waarvoor we worden betaald, dan lopen studenten gigantische vertraging op.’

Waarom doet u dat dan niet?

‘Als we bij de kabinetsformatie dat miljard er niet bij krijgen, sluit ik me aan bij WO in actie (de groep academici die al langer actievoeren voor meer geld, red.) Het lastige is: je belast de studenten ermee.’

Maar u doet ze nu ook geen plezier, want ze krijgen niet het onderwijs waarop ze recht hebben.

‘Ja, precies. Dat is de tweestrijd in mijn hoofd.’

U wordt gezien als een geschikte kandidaat voor de post van minister van Onderwijs. Is dat uw ambitie?

‘Mijn ambitie is niet om een bepaalde titel of pet te krijgen. Ik wil graag een rol waarin ik iets kan bijdragen. Een ministerschap kan daar best in passen. Maar niet op dit moment, want ik mag nog voldoende doen in Maastricht. Ook privé is de situatie er niet naar. Ik heb kinderen. Ik wil later niet terugkijken en denken: die heb ik niet meer gezien. Tegelijkertijd: ik ben 44. Ik ben natuurlijk een oud wijf, maar eigenlijk ook best jong.’

Dus wie weet, in de toekomst?

‘We zien het wel. Ik wil de toekomst niet helemaal uitstippelen, dan kun je alleen maar teleurgesteld raken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden