Reportage

Je ouders in het verpleeghuis, kan dat nog wel?

2016 was het jaar van de plascontracten, pyjamadagen en zwarte lijsten. Kunnen we onze ouderen nog wel met een gerust hart in een verpleeghuis achterlaten? Charlotte Huisman liep op zoek naar een antwoord vijf dagen en nachten mee in verpleeghuis Adegeest in Voorschoten.

Met een goede bezetting kun je zorg geven zoals je die wilt geven. Met minder mensen is het stressvol.Beeld Marcel van den Bergh

Ja, als er genoeg personeel is om ze op tijd naar het toilet te brengen

Mevrouw Van Os bekijkt op haar kamer de fotoboeken van haar grote familie, voor haar gemaakt voor haar 100ste verjaardag. Ze geniet nog elke dag, zegt ze. 'Het leven gaat heel snel, opeens ben je oud.' Nu ze niet meer kan lezen, komt eens per week een vrijwilliger haar het kerkblad voorlezen.

Is het leven menswaardig in een verpleeghuis? De excessen zijn uitgebreid in het nieuws geweest, met bijvoorbeeld verhalen over bewoners waarbij de urine langs de benen liep. In Adegeest gaan ze er prat op dat ook met de krappe bezetting de basiszorg wordt geleverd. Of een bestaan als menswaardig wordt ervaren, hangt ook af van hoe een bewoner zich voelt. Of hij wat leuks te doen heeft, of hij aandacht krijgt.

Zo zou mevrouw Van Os het fijn vinden als er sneller iemand komt als ze hulp nodig heeft. Ze valt steeds vaker. 'Soms glijdt er gewoon een voet weg, en boem, daar lig ik weer', zegt ze. Ze fluistert samenzweerderig: 'Als het me zelf lukt om weer op te staan, dan vertel ik het niemand. Maar soms moet ik op de alarmknop drukken. Dan vragen de zusters: mevrouw, wat bent u aan het doen? Dan zeg ik: ik zocht een stuiver, onder mijn bed.'

Het vorig jaar geopende gebouw van verpleeghuis Adegeest is mooier dan een gemiddeld verpleeghuis. Beneden is een gemeenschappelijke ruimte, met onder meer een restaurant met stemmig behang met bloemen en vogels. Er wonen 52 bewoners. Op de begane grond en de eerste etage zijn gesloten afdelingen, met respectievelijk 16 en 18 bewoners met de ziekte van Alzheimer. Op de tweede etage hebben 18 bewoners met ernstige lichamelijke beperkingen een kamer op de open afdeling somatiek.

Het nieuwe gebouw wordt verschillend gewaardeerd. Mevrouw De Vries, een 88-jarige bewoonster die via een buisje in haar nek ademt, is enthousiast. 'Zo mooi vind je het nergens in Nederland, met een keuken op elke afdeling en grote kamers voor de bewoners met ieder een eigen badkamer.'

Mevrouw Pieterse, een 71-jarige bewoonster met de ziekte van Parkinson, zegt dat mensen zich te veel blindstaren op hoe het eruitziet. 'Ik had liever een lelijker gebouw gehad met meer handen aan het bed.'

Zoals op de avond waarop zorgmedewerkster Kim (28) letterlijk voor twee werkt in Adegeest. Op de afdeling met achttien bewoners met lichamelijke beperkingen worden van 17.00 tot 21.00 uur gewoonlijk twee krachten ingeroosterd. Maar haar collega heeft zich ziek gemeld. En rond de feestdagen zijn er nauwelijks uitzendkrachten te krijgen. 'In je hoofd moet je rust houden en bedenken wat je gaat doen.' Kordaat begeleidt ze twee bewoners in rolstoelen met de lift naar het restaurantgedeelte. Daarna neemt ze maaltijden mee naar boven voor degenen die aan de tafel in de huiskamer van hun eigen afdeling willen dineren of in hun eigen kamer willen eten.

Later verstrekt Kim de achttien bewoners hun avondmedicijnen en begeleidt ze hen naar bed. Onderwijl reageert ze op hulpoproepen die via de persoonlijke alarmknoppen binnenkomen.

Beeld Marcel van den Bergh

De bewoners weten dat het bij deze drukte soms even kan duren voordat er een verpleegkundige komt. 'Dat je helemaal afhankelijk bent, vind ik zo moeilijk', zegt de 91-jarige mevrouw Peeters, vanuit haar rolstoel. 'Als ik moet plassen, moet ik hulp vragen. Soms moet ik zo lang wachten dat ik het niet meer kan ophouden. Dan kan ik wel huilen.'

Vanuit de deuropening kijkt mantelzorger Henri Versteeg bezorgd naar het geren van de ene zorgmedewerkster. Drie maanden woonde zijn 95-jarige moeder hier toen ze er haar heup brak. Drie dagen later, te snel naar zijn zin, ontsloeg het ziekenhuis haar weer. Deze avond is ze net teruggekeerd. 'Mijn moeder heeft veel zorg nodig. Het kan toch niet zo zijn dat ze een half uur moet wachten als ze op de knop drukt, bijvoorbeeld als ze veel pijn heeft.'

De krappe bezetting is volgens de Cliëntenraad, die het woord voert namens de bewoners, de hoofdklacht in Adegeest. De woordvoerder, mijnheer Tjalma, echtgenoot van een bewoonster, zegt: 'Vooral in de vroege avond, als de bewoners naar bed worden gebracht, is er soms zo weinig toezicht dat er risicovolle situaties kunnen ontstaan, bijvoorbeeld als een bewoner agressief wordt.'

'Als iemand zorg nodig heeft en even moet wachten, duurt iedere minuut verschrikkelijk lang', zegt manager Clarine van Wessem van Adegeest. Zij beaamt dat de krappe bezetting het grootste probleem is van het verpleeghuis. Een situatie als deze avond noemt zij niet wenselijk, maar het kan een enkele keer gebeuren. 'In noodgevallen springt personeel van andere afdelingen bij. Als we het onverantwoord vinden moet een medewerker langer blijven of eerder beginnen met een dienst.'

Beeld Marcel van den Bergh

Weinig geld

'Mensen die nu het verpleeghuis binnenkomen, hebben veel meer zorg nodig dan vroeger. Ze komen hier pas als het echt niet meer anders kan', zegt Van Wessem. Probleem is dat er niet meer geld beschikbaar is gekomen. 'Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt de mensen nu in veel lagere zorgcategorieën dan voorheen. Die categorie bepaalt het budget. Daardoor krijgen we te weinig geld voor wat we willen doen.'

Met het door deze indicaties van de bewoners bepaalde budget kan ze, rekent Van Wessem voor, per bewoner gemiddeld 2,5 uur zorg per dag bieden, de rest is toezicht. En daarmee draait het verpleeghuis al verlies; door de kleinschaligheid is de exploitatie niet rond te krijgen. 'Wij beknibbelen nu verder op ondersteunende diensten als de receptie om maar niet te korten op de handen aan het bed. Pyjamadagen komen er bij ons niet, dat is niet menswaardig.'

Soms wordt er nu te veel geëist van de medewerkers, vreest Van Wessem. 'Het ziekteverzuim is hoog, ook door een aantal chronisch zieken, waardoor we een beroep moeten doen op uitzendkrachten. Als er onverwachts een zieke is, zijn niet alle bewoners voor elf uur gewassen en uit bed. Het gevoel continu tekort te schieten, is frustrerend.'

De volgende ochtend is de bezetting wel op orde op de afdeling. Met vier ervaren krachten in de ochtendploeg weten de zorgmedewerkers voor de koffie bijna alle achttien bewoners te wekken, medicijnen te verstrekken, de noodzakelijke zorg te geven, te wassen en aan te kleden. Ondertussen hebben vrijwilligers de tafels gereed gemaakt voor het ontbijt. Een dag later zijn die vrijwilligers voor het ontbijt er niet. 'Elke dag is anders', zegt zorgmedewerkster Dorenda de Vreede. 'Met een goede bezetting kun je zorg geven zoals je die wilt geven. Met minder mensen is het stressvol. We moeten steeds meer dingen doen die niet direct ten goede komen aan de bewoners, zoals van alles afvinken van lijstjes en elke week de rolstoelen soppen.'


Ja, als de drukke familie toch ook eens een wasje doet

2. Mantelzorg

Sommige familieleden beginnen een tirade, als je hun mening vraagt over de zorg in Adegeest. Zoals de zoon van mevrouw Peeters. 'Dit gebouw ziet er schunnig duur uit. Die meiden rennen hun poten uit hun reet', zegt hij. 'Ik heb meegemaakt dat mijn moeder hoogzomer om half 12 nog op bed lag, te smachten naar een koppie water. De keuken wordt zelden gebruikt. In het oude gebouw kregen de bewoners meer aandacht. Hier moet je de zustertjes zoeken.'

Ook tijdens de lunch op de gesloten afdeling met demente bewoners klaagt een schoondochter van een bewoonster honderduit. 'De mensen worden te weinig geactiveerd', zegt ze. 'Meestal is er maar één woonzorgassistente per huiskamer tijdens het eten. Die zet gewoon een bord voor hen neer.'

Deze middag zijn er twee woonzorgassistentes aanwezig. Ze hebben een verse salade gemaakt. Brood en beleg staan uitgestald op tafel.

De schoondochter: 'Soms is het gehoorapparaat van mijn moeder niet opgeladen. Of zijn de veters van haar schoenen niet gestrikt. Of ze vergeten haar tijdens het eten een slab om te doen. Ik kom elke dag, maar de communicatie kan beter. Sommigen hier vinden mij lastig.'

Beeld Marcel van den Bergh

In de zithoek zit zorgmedewerker Robert (35) achter zijn laptop de dossiers bij te werken. 'Familieleden hebben het idee dat het personeel zich afzondert als ze de verplichte administratie doen', zegt maatschappelijk werkster Jeanette die bij hem zit. Robert zit vijftien jaar in de zorg. De houding van de familie is veranderd, zegt hij. 'Vroeger zeiden ze: wat is de beste behandeling? Nu vertellen ze ons wat wij moeten doen.'

Jeanette: 'Als de familie nu hun vader of partner hier brengt, zijn ze vaak uitgeput en overspannen omdat ze al tot de uiterste grens mantelzorg hebben verleend. Ze hebben er dan ook moeite mee de regie uit handen te geven. Er zit een groot gat tussen de verwachtingen die mensen hebben en hoe het hier is.'

Veel zorgmedewerkers vinden het jammer, dat veel mantelzorgers zo negatief zijn, maar ze tonen ook begrip. 'Ze willen dat wij een-op-een voor hun familielid zorgen, maar daarvoor is geen geld.'

Bovendien heeft de overheid met de bezuinigingen in de zorg haar kaarten gezet op de 'participatiemaatschappij'. Dat betekent concreet dat van de familieleden wordt verwacht dat zij ook de handen uit de mouwen steken.

Manager Van Wessem probeert de familie meer te betrekken bij het verpleeghuis. Maar toen zij vorige maand een familieavond organiseerde om daarover te praten, kwam maar van eenderde van de bewoners familie opdagen.

'De familie is vaak druk-druk-druk', zegt de verpleegkundige. 'Sommigen zie je nooit, zelfs met de feestdagen halen ze hun vader of moeder niet op', valt een collega haar bij. 'Niet alle familieleden zijn bereid mee te helpen. Ze kunnen bijvoorbeeld even het afwasje doen van hun moeder of de koelkast inspecteren. Dat zou je thuis toch ook doen? Terwijl veel van onze personeelsleden op hun vrije dag hierheen kwamen om Zwarte Piet te spelen voor het sinterklaasfeest.'

Beeld Marcel van den Bergh

Hoe maak je de familie op een prettige toon duidelijk het appartement van hun familielielid even op te ruimen, als ze er koffie hebben gedronken? Dat is een prangende vraag in Adegeest. Manager Van Wessum: 'Sommige familieleden laten alles uit hun handen vallen. En zorgmedewerkers vinden het lastig om daar wat van te zeggen. Ze krijgen nu een training hoe de familie op een correcte manier aan te spreken.'

Het is een van de meest gehoorde frustraties van het personeel, naast de krappe bezetting: dat veel mantelzorgers hogere verwachtingen hebben van het verpleeghuis dan zij kunnen waarmaken. Een enkele keer loopt het uit de hand. De zoon van een bewoner gedroeg zich de week ervoor bedreigend tegen de verpleegkundigen op de gesloten afdeling. Hij schreeuwde en zei tegen een verpleegkundige: 'Pas goed op je vrouw en je kind.' De politie moest erbij komen.

‘Moreel verplicht’ om te wandelen

Juridisch gezien kan een zorginstelling de familie niet dwingen mee te helpen in het verpleeghuis. Maar de politiek verwacht steeds meer van mantelzorgers en vrijwilligers. Sommige verpleeghuizen leggen familieleden een ‘morele verplichting’ op een paar uur per maand bijvoorbeeld spelletjes te doen met de bewoners of met hen te wandelen. Door bezuinigingen en de gestegen zorgbehoefte heeft het personeel zelf daarvoor minder tijd.

Adegeest ‘nodigt mantelzorgers nadrukkelijk uit’ om zich in te zetten. Bij de komst van een nieuwe bewoner vragen zorgmedewerkers de familie wat ze kunnen blijven doen, net zoals toen hun familielid nog thuis woonde. Als ze bijvoorbeeld elke vrijdag gingen wandelen of een bepaalde dag samen aten, of ze dat kunnen blijven doen. Deze afspraken worden vastgelegd. Van ongeveer eenderde van de bewoners van Adegeest zijn mantelzorgers wekelijks betrokken. Het verpleeghuis zegt nadrukkelijk er rekening mee te houden dat veel mantelzorgers zelf behoorlijk op leeftijd zijn en dat kinderen vaak ver wonen en drukke banen hebben.

De tijden zijn veranderd, stelt mijnheer Tjalma van de Cliëntenraad vast. Toen zijn vader in het oude verpleeghuis Adegeest woonde, ging zijn vrouw voor elk wissewasje naar hem toe. 'Maar mijn drie dochters en twee zoons hebben allemaal voltijdsbanen en wonen van Harlingen tot IJsselstein. Nu zijn er nog veel vrouwelijke vrijwilligers, een aantal flink op leeftijd. De volgende generatie vrouwen werkt en heeft hiervoor veel minder tijd. Ook niet voor mantelzorg, waarvan de politiek zo veel verwacht.'

Natuurlijk moet de familie helpen, vindt ook meneer De Hart (87). Maar het is te gemakkelijk om te denken dat de mantelzorgers het wel oplossen. Hij komt op de gesloten afdeling zijn echtgenote opzoeken. Aanvankelijk woonde hij met haar in een van de aanpalende appartementen, tot het niet meer ging. 'De druk op het personeel is groot', zegt meneer De Hart, die drie keer per dag langskomt.

Na de lunch lijkt de tijd stilgezet. Aan tafel kijken drie vrouwen zwijgend voor zich uit. 'Het is helemaal mis', doorbreekt een met een sombere blik de stilte. Een ander tikt met de vingers op tafel. Een woonzorgassistente serveert zelfgemaakte smoothies. 'Dit is lekker hoor, met fruit', zegt ze tegen de bewoonsters die nauwelijks opkijken.

'Deze woonzorgassistenten geven zo veel liefde', zegt De Hart. 'Ik ben het niet eens met staatssecretaris Van Rijn, die wil dat er vooral hogeropgeleid personeel gaat werken in de verpleeghuizen. Het personeel van hoog tot laag geeft ieder op zijn eigen wijze het beste.'

Mevrouw De Hart zit in een zwarte jurk met een gekleurde ketting in een fauteuil in de zithoek. Haar man neemt plaats in de fauteuil naast haar. 'Ik ben zo blij dat je er bent, ik hou van jou', zegt ze tegen hem. Als hij na een uur weer weggaat, begint mevrouw De Hart te snikken.'Wanneer ga ik naar huis, naar de kinderen?', vraagt ze. 'Help me, onze lieve heer. Ik ben helemaal alleen.'


Ja, als er niet alleen zorg is, maar ook zingen met Jan

3. Waardevolle dagbesteding

Aan de bewoners van Adegeest is te zien hoe verschillend van humeur mensen oud worden. De ene bewoner met de ziekte van Alzheimer zingt vrolijk een lied en maakt er een dansje bij, bij de ander lijkt alle levenslust verdampt.

Niet alleen de kwaliteit van de zorg, maar ook de daginvulling is onderwerp van gesprek in de verpleeghuizen. Het moet bijdragen aan een menswaardig leven. De overheid stelde er dit jaar extra geld voor beschikbaar.

In Voorschoten organiseren twee activiteitenbegeleiders regelmatig schilder- of spelletjesochtenden. Die zijn niet aan iedereen besteed. Of een bestaan menswaardig is, hangt ook af van hoe een bewoner zich voelt.

Tijdens het ontbijt op de gesloten afdeling dommelen een paar bewoners aan de eettafel alweer in. Een woonzorgassistente helpt geduldig een man die levenloos voor zich uit kijkt een boterham met muisjes te eten. Mevrouw Donker kijkt vanuit haar rolstoel afkeurend. 'Hij is net een pop, hij heeft nergens nog verstand van', zegt ze. 'Ik trouwens ook niet meer hoor. Het verstand wordt eruit geslagen, als met een hamer op een blok. Ik vind helemaal niets leuk meer.'

Toch lichten de ogen van mevrouw Donker op als mevrouw Schmidt de kamer inkomt: de twee vrouwen begroeten elkaar enthousiast. 'We zijn collega's', lacht mevrouw Schmidt. 'Zo ben je wat in het leven, zo is het voorbij. We zitten hier opgesloten. Ik zou veel vaker naar buiten willen. Ik heb heimwee naar vroeger. Gelukkig is iedereen hier allerhartelijkst tegen me.'

Wat een waardevolle dagbesteding met de bewoners doet, blijkt vrijdagmiddag. Dan zingen de bewoners met meneer Jan. Ruim op tijd zitten ze klaar in de grote centrale ruimte beneden. Op de wand worden de liedteksten geprojecteerd onder meer van Tulpen uit Amsterdam en Twee motten van Dorus. Vrijwilligers gaan rond met bitterballen en glaasjes advocaat met slagroom.

Meneer Jan doet dit al jaren zo. Maar hij is inmiddels zelf zo op leeftijd dat hij, met pijn in zijn hart, afscheid zal moeten nemen van de bewoners. Een bewoonster van achter in de zeventig heeft deze middag speciaal voor hem haar lippen gestift. 'Hier zijn geen meisjes met rode haren, alleen meisjes met grijze haren', lacht ze. 'Voor ons zingt meneer Jan soms: meisjes met rode lippen. Daarom stift ik ze.'

Meneer Groen (85), die in een aanpalend appartement woont, komt meerdere keren per dag op de gesloten afdeling, om zijn 79-jarige vrouw te bezoeken. Hij gaat naast zijn vrouw zitten en houdt haar hand vast. Het gezicht van mevrouw Groen die even daarvoor nog leeg voor zich uit keek, krijgt een vredige uitdrukking.

Afgelopen nacht nog liep mevrouw Groen in een lang roze T-shirt energiek over de gangen. Als de verpleegkundige naar haar toe komt, lacht ze betrapt, als een stout kind. Die zet de tv voor haar aan, op een eentonig telsell-kanaal. Mevrouw Groen kijkt vanuit haar bed naar het beeld. Ze ziet er allesbehalve slaperig uit.

De verpleegkundige is nauwelijks haar kamer uit of de deur gaat weer open. Mevrouw Groen kijkt voorzichtig om het hoekje of iemand haar ziet. Die nacht wordt ze nog meerdere keren op de gang betrapt. 'Wij hebben bijna zestig jaar samen geslapen', zegt meneer Groen. 'Ze kan er niet aan wennen, zo alleen in bed.'

Veel patiënten met de ziekte van Alzheimer zijn het gevoel voor tijd kwijt. Mevrouw Wieringa slaapt zo slecht dat nu voor een paardenmiddel is gekozen. Zij krijgt een Poseybed, een blokvormige tent die over het bed wordt gespannen. Doel ervan is dat de bewoner niet voortdurend zijn bed uit kan gaan en uiteindelijk rustiger gaat slapen, door het gevoel van geborgenheid dat de tent moet bieden.

Beeld Marcel van den Bergh

'Ze is de eerste nacht in paniek geraakt', vertelt verpleegkundige Marriet Wennemers na haar nachtdienst. 'Het is een zware maatregel om iemand zijn vrijheid zo te beperken, maar volgens de arts is het Poseybed de beste oplossing. Door haar doorwaakte nachten was ze overdag zo moe dat het ons nauwelijks lukte om haar te laten eten en drinken, waardoor ze verzwakte.'

Ze hoopt dat mevrouw Wieringa de volgende nachten beter reageert op het tentbed. 'Het is niet de bedoeling dat ze zich er juist rotter door voelt.' Bij haar volgende nachtdienst gaat ze meteen kijken. De tweede nacht ligt mevrouw Wieringa er al rustiger bij. Maar ze slaapt nog niet. 'Ik leg nog een dekentje over u heen, dan ligt u lekker warm', zegt de verpleegkundige. 'Maakt u zich nergens zorgen over, u ligt fijn zo.'

Tegen half drie heeft Wennemers goed nieuws voor haar collega. 'Mevrouw Wieringa slaapt als een roos.' De twee vrouwen juichen stilletjes, in het nachtelijke verpleeghuis.

Verantwoording

Charlotte Huisman kon zonder restricties in Adegeest rondlopen, dag en nacht. Een representatief verpleeghuis, aldus branche-organisatie Actiz, zij het iets kleinschaliger dan gemiddeld. Uiteraard kan de situatie anders zijn in andere verpleeghuizen. Op verzoek van betrokkenen zijn sommige namen veranderd. Sommige verzorgenden wilden alleen met hun voornaam in de krant.

Wat kost de zorg voor een oudere?

Het aantal uren zorg per bewoner hangt af van de beoordeling van diens 'zorgzwaarte', die het budget bepaalt. Een dementerende zonder ernstige gedragsproblemen zou de beoordeling ZZP5 krijgen, het verpleeghuis krijgt voor de bewoner 210 euro per dag. Daaruit moeten wonen, zorg, eten en drinken, schoonmaak en dagactiviteiten worden betaald. Omgerekend is er ongeveer 2,5 uur per dag tijd voor zorg.

Ouderen gaan alleen naar een verpleeghuis als langer thuis wonen niet meer mogelijk is. De zorg wordt daardoor zwaarder terwijl de budgetten nauwelijks zijn meegestegen. Het aantal klachten over onderbezetting stijgt, met name van bezorgde mantelzorgers.

Er zijn geen wettelijke normen voor een minimale personeelsbezetting in de verpleeghuizen. De discussie in de politiek is nu of die normen er moeten komen, bijvoorbeeld twee zorgmedewerkers op acht dementerende bewoners. De vraag is of elke bewoner zo veel zorg nodig heeft; of het financieel reëel is en of er überhaupt menskracht genoeg is die de vacatures moeten vervullen. Het Zorginstituut Nederland vindt zo'n norm geen goed idee, bleek afgelopen week uit hun conceptadvies.

VERPLEEGHUIZEN IN HET NIEUWS

Plascontracten
In een verpleeghuishuis in Hellevoetsluis zou een bewoner slechts drie keer per dag op gezette tijden naar het toilet mogen, vertelde de familie deze herfst aan RTV Rijnmond. Zo ontstond de term 'plascontract'. Er is geen plascontract dat toiletgang beperkt, zei het verpleeghuis. Veel demente bejaarden vergeten dat ze naar de wc moeten of zijn geweest. Volgens het verpleeghuis zijn de tijden juist vastgelegd om te zorgen dat de bewoners dan echt naar de wc gaan.

Zwarte lijsten
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) publiceerde deze zomer een lijst met de elf slechtstpresterende zorgorganisaties met verpleeghuizen waar de zorg ondermaats is. Belangrijkste klachten: te weinig hoogopgeleid personeel en te veel uitzendkrachten, een onveilige medicatieverstrekking en/of de onvoldoende bijgehouden bewonersdossiers. Onder toezicht van de inspectie zijn de organisaties verplicht snel orde op zaken stellen.

Pyjamadagen
In 2003 ontstaat deze term, door de praktijk in een verpleeghuis waar niet genoeg personeel was om de bewoners elke dag uit bed te helpen. Het verpleeghuis stelde hierop elke week een dag in waarop de bewoners in hun pyjama moesten lopen. Na klachten in de pers van de familie ontstond maatschappelijke ophef.

Het manifest van Hugo Borst
In oktober stelde mantelzorger en publicist Hugo Borst voor slechtpresterende verpleeghuizen een lijst met tien verbeterpunten op. Hij pleit onder meer voor het instellen van een norm voor beschikbaar personeel. De politiek moet vervolgens het budget voor de ouderenzorg hierop aanpassen. Zijn manifest voor een betere ouderenzorg wordt door alle politieke partijen gesteund.

Zorgzwaartepakket
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt hoeveel zorg een bewoner nodig heeft in categorieeën. Een bewoner in een verpleeghuis zou nu minimaal ZZP-(zorgzwaartepakket)-5 moeten hebben, dat wil zeggen dat iemand niet meer zelfstandig kan wonen. Volgens onder meer verpleeghuis Adegeest deelt het CIZ nu de bewoners lager in dan voorheen wat gevolgen heeft voor het budget.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden