Je brein trainen helpt (niet)

Wat klopt er van de beloften dat het trainen van je brein de mens slimmer en langer gelukkiger kan maken?

Beeld Kazuma Eekman

Wie leert jongleren, merkt dat het na verloop van tijd beter gaat. Oefening baart kunst. Deze gedachte zou ook gelden voor ons brein. Talloze bedrijven, vaak met het woord 'brain' in de naam, bieden spellen en trainingen aan voor onze hersenen. De claims: concentratieproblemen bij kinderen verkleinen, depressies voorkomen, dementie uitstellen en de beoefenaar slimmer maken. Wat klopt daarvan?

Uitgangspunt van al deze trainingen is de gedachte dat het brein plastisch is. Een ander woord daarvoor is aanpassingsgezind. Hersenen ontwikkelen zich niet autonoom, maar in interactie met de omgeving van de bezitter. Wat we leren, doen, meemaken en voelen: al die zaken vormen ons brein.

Londense taxichauffeurs

Een graag gebruikt voorbeeld in het vakgebied om dit te illustreren is het onderzoek uit 2000 van de Britse neuroloog Eleanor Maguire naar de hersenen van Londense taxichauffeurs. Deze mannen en vrouwen rijden eerst jarenlang op brommers door de stad om het onmetelijke stratenplan van de metropool met 25 duizend straatnamen uit hun hoofd te leren voordat ze in een black cab mogen rijden. Maguire maakte MRI-scans van de hersenen van de chauffeurs en ontdekte dat hun hippocampus, waar een geheugengebied zetelt, veel groter dan gemiddeld was.

Aan haar vervolgstudie uit 2011 wordt overigens beduidend minder gerefereerd. Daaruit bleek onder meer dat hun verbetering op het ene terrein ten koste ging van andere vaardigheden, bijvoorbeeld bij het herkennen van vormen.

Beeld Kazuma Eekman

Interactie

Terug naar ons plastische brein. Het brein gedijt bij interactie, dus hoe meer wij onze hersenen toedienen in de vorm van ervaringen, activiteiten en vraagstukken, hoe meer het brein zich zal ontwikkelen, is de gedachte.

De hamvraag is of het spelen van al die breinspelletjes ervoor zorgt dat de hersenen als geheel beter gaan presteren of dat het er alleen maar voor zorgt dat je steeds handiger wordt in specifieke spelletjes.

Het antwoord kwam van de Zwitserse psychologe Susanne Jaeggi. Haar publicatie in vakblad PNAS in mei 2008 sloeg in als een bom en bracht de breintrainingsbusiness in een stroomversnelling. Het artikel van Jaeggi ging over de positieve invloed van training van het werkgeheugen op de zogenoemde vloeiende intelligentie. Die is verantwoordelijk voor ons inzicht en snel en abstract denken, en daarop zijn ook IQ-testen gericht. Haar onderzoek bewees kortom dat we onszelf wel degelijk slimmer konden trainen.

Complexe computeropdracht

Jaeggi onderwierp haar proefpersonen gedurende vier weken aan een complexe computeropdracht die inmiddels in het breinwereldje bekend staat als de n-terug-taak. Het komt erop neer dat een deelnemer tegelijkertijd uitgesproken letters hoort en op een beeldscherm een stipje ziet verschijnen in een vakkenpatroon van drie bij drie. Van zowel de letters als de stippen moet de proefpersoon aangeven of hij deze eerder een n-aantal stappen terug hoorde of op dezelfde plek zag. Scoort de proefpersoon goed, dan wordt de taak moeilijker gemaakt door het aantal stappen op te schroeven van één naar twee, drie of nog meer.

De meeste mensen gaan de eerste keren vrij snel de mist in bij deze oefening, maar de proefpersonen van Jaeggi konden na vier weken soms tot wel acht letters en blokjes terug onthouden. Bij IQ-testen scoorden sommigen van hen bovendien tot wel 5 punten hoger dan aan het begin van de training.

Scepsis

Niet alle breinonderzoekers waren overtuigd door de studie van Jaeggi. Zo gaf ze haar controlegroep geen enkele training, waardoor een placebo-effect de toename in IQ kon verklaren. De proefpersonen waren vooral goed geworden in de n-terug-taak, stelden critici, dit zei niets over een algehele intelligentieverbetering.

Ook Heleen Slagter, als psycholoog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en actief op het gebied van breinonderzoek, was van meet af sceptisch. 'Alle intelligentieonderzoekers zeiden dat dit onbestaanbaar was, toch gingen breinbedrijven ermee aan de haal.'

En vooral dát vindt Slagter kwalijk. 'Mensen betalen grof geld om hun kinderen met ADHD te helpen of om veroudering tegen te gaan. Het is belangrijk om het brein actief te houden, maar dat zit niet per se in zo'n programma.'

Het plastische brein bestaat wel degelijk, zegt Slagter, en het brein heeft ook baat bij cognitieve activiteit. 'Maar leren is vaak zeer specifiek voor de getrainde taak. Net zoals je van jongleren niet beter wordt in tennissen. Het is vooral belangrijk dat het brein op álle domeinen actief blijft.'

Er is kortom niet zoveel mis met breinspelletjes, maar ook een wandeling, gesprek of treinreis stimuleert het brein.

Laatste doodsteek

In 2013 verscheen een overzichtsstudie van Noorse onderzoekers die alle voorgaande onderzoeken over de mogelijkheid jezelf slimmer te trainen hadden doorgelicht. Er bleef weinig over van de veelbelovende conclusies.

Slagter: 'De meeste studies waren tamelijk slecht, ze maakten van te kleine of slechte controlegroepen gebruik, de conclusies waren te groot.'

Een andere scepticus, de Amerikaanse psychologiehoogleraar Randall Engle, van de universiteit van Georgia, besloot het onderzoek van Jaeggi te herhalen. Hij gebruikte twee controlegroepen en meerdere intelligentietests. Het resultaat was totaal anders. Alle proefpersonen gingen vooruit op de taken die ze hadden geoefend, maar niet op andere taken en op geen enkele IQ-test waren ze beter dan de controlegroepen.

Het was, in 2013, de laatste doodsteek van de euforie die volgde op Jaeggi's publicatie. De boodschap: je wordt alleen slimmer op die ene taak waarop je traint en nergens anders op.

Breintrainingen

Toch vinden breintrainingen gretig aftrek. Om hun ergernis hierover te uiten ondertekenden tientallen internationale hersenwetenschappers in 2014 een manifest waarin ze de conclusie nog eens herhaalden: je kunt jezelf niet slimmer trainen. Maar de bedrijven verkopen er niet minder om. Ook in de wetenschap lijkt de breintrainstrijdbijl nog niet begraven. Zo publiceerde een andere grote naam in het wereldje, Torkel Klingberg van het Karolinska Instituut, vorig jaar nog een studie over breintrainingen van Cogmed, die concentratieproblemen bij kinderen met ADHD zouden verkleinen. Cogmed is een commerciële training waarvan Klingberg zelf de grondlegger is.

Een groep wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam rekende de data van Klingberg na en concludeerde: er was geen bewijs dat de trainingen iets anders deden dan mensen het gevoel geven dat ze werken. En laat dat nou net zijn wat voorstanders als argument inzetten om te bewijzen dat ze wel werken. Alleen kan dat waarschijnlijk een stuk goedkoper, door bijvoorbeeld vanmiddag met je kind met ADHD in het park te gaan voetballen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden