Java én Junghuhn keren vulkaan Kelud de rug toe

Deze rubriek belicht alledaagse fenomenen met een kunstblik. Vandaag: de Nederlandse botanicus F. W. Junghuhn (1809-1864) over de Kelud...

‘Kicken op hete lava’, luidde zaterdag de openingskop van het Volkskrant-katern Reizen. Er stond een verhaal bij over Henk, Johan, Merel en Jan-Willem, die de vulkanische hot spots in de wereld afreizen om van dichtbij de lava te zien spetteren. Beetje lichtzinnig misschien, maar ook wel begrijpelijk, voor inwoners van een land waar het meeste vuur veilig in de cv-ketel zit.

Weliswaar dreigde begin dit jaar paniek toen de Waddenvereniging waarschuwde voor een tektonische tijdbom – door bodemdaling zou een onderaardse vulkaan tussen Harlingen en Vlieland wakker zijn geschud – maar dat bleek een 1-aprilgrap.

Toch was er een tijd dat de vulkanologie als een zaak van nationaal belang gold – toen we Indië nog hadden. De zwaarste uitbarstingen van de 19de eeuw voltrokken zich immers op Nederlands grondgebied: die van de Tambora (1815) en de Krakatau (1883). Asdeeltjes van de formidabele klap waarmee de Tambora zichzelf opblies, kleurden maanden later nog de zonsondergangen in Europa – zoals nu nog valt op te maken uit de spectaculaire avondluchten van William Turner, de schilder die vastlegde wat destijds heel Engeland met eigen ogen zag.

Sinds twee weken rommelt het opnieuw in Indonesië. Wegens de dreigende uitbarsting van de Kelud is de hoogste alarmfase afgekondigd. Honderdduizend Javanen zijn op de vlucht voor aanzwellende stankgolven en asregens.

Franz Wilhelm Junghuhn zou er niet van hebben opgekeken. Deze Nederlandse geoloog en botanicus (1809-1864) heeft de vulkanen op Java als eerste in kaart gebracht. In Java, deszelfs gedaante, bekleeding en inwendige structuur beschrijft hij 45 exemplaren, ‘welke bijna alle door mij zijn beklommen’.

En niet één vond hij zo indrukwekkend als de Kelud – die bij hem overigens de Keloet heet. Op 17 september 1844 volbracht Junghuhn de beklimming: ‘Slechts begeleid door enkele Javanen die mijn instrumenten droegen, bereikte ik om negen uur de rotstop. De toekomstige reizigers in deze streken wens ik een langer oponthoud op deze plaats toe. Maar ik aarzel niet te verklaren dat ik mij haastte om deze plaats zo spoedig mogelijk te verlaten en (...) de gehele Goenoeng Keloet de rug toe te keren. Nog geen enkele vulkaan had door zijn ontzettende woestheid zo’n angstaanjagende indruk op mij gemaakt.’

Bovenstaand relaas is afgedrukt in De onuitputtelijke natuur, een bloemlezing uit Junghuhns schitterend geschreven reisverslagen, die in 1966 door Van Oorschot werd uitgegeven. Zit het tegen, dan wordt 2007 voor Java het jaar van de Keloet. Maar ook los daarvan is zijn Nederlandse ontdekker hoognodig aan een herwaardering toe – en niet alleen onder vulkaantoeristen.Erik van den Berg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden