Janus Leijnse, Syriëganger avant la lettre

Het Nationaal Archief ontsluit vandaag documenten die 25, 40 of 75 jaar vertrouwelijk waren. Zoals de dossiers van de Spanjestrijders in de jaren dertig. Werd Janus (18) geronseld?

Janus Leijnse, zittend, als Franse militair, datum onbekend.

In 1937 zijn de ouders van Janus Pieter Leijnse uit Middelburg radeloos van verdriet. Hun 18-jarige zoon is verdwenen na een knetterende ruzie. Janus zou zich 'onhebbelijk' hebben gedragen tegenover een meisje - zijn moeder dreigde zelfs de politie erbij te halen. Zijn ouders vrezen dat de jonge veehandelaar is vertrokken naar de Spaanse Burgeroorlog. 'Ik ben te slecht om hier nog langer te blijven, ik vertrek daarom', meldt het briefje dat Janus op 26 juli 1937 achterlaat. 'Schreeuw maar niet over mij, maar denk nog eens aan mij.'

Op 15 augustus volgt een brief die de bange vermoedens bevestigen. 'Ik ben op het oogenblik in Spanje aangekomen en ingedeeld bij de internationale Brigade. Wij krijgen hier een goede opleiding (...). Er zijn nog vele Hollanders hier. Volgende week gaan wij denkelijk naar 't Front. Doe geen moeite om mij terug te halen want dat gaat toch niet (...) Jullie kunnen alleen aan mij denken.'

Zo begint het verhaal van een van de honderden Nederlandse vrijwilligers in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Anarchisten, marxisten, communisten en andere sympathisanten staan aan de zijde van de Spaanse Volksfrontregering, die zich verzet tegen de militaire coup. Ze werken op de ambulance of in munitiefabrieken of vechten aan het front. Maar waarom ging Janus naar Spanje?

Vanaf vandaag, 75 jaar na dato, zijn 283 (straf)dossiers van oud-Spanjestrijders en ronselaars zonder beperkingen op te vragen bij het Nationaal Archief in Den Haag. Ze bevatten processen-verbaal, krantenknipsels en correspondentie tussen de ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken. De Spanjestrijders riskeren hun nationaliteit te verliezen omdat ze 'zonder verlof van H.M. de koningin in vreemden staats- of krijgsdienst' zijn getreden.

Hun verhalen doen denken aan de Syriëgangers van nu. In totaal zijn er zo'n 270 uitgereisd naar de Syrische burgeroorlog, van wie 44 zijn omgekomen en 40 teruggekeerd. Geschat wordt dat nog 190 jihadisten in Syrië of Irak zijn. Ook nu zijn achtergebleven ouders radeloos, ook nu zijn ronselaars actief. Wellicht dat het Nationaal Archief over tientallen jaren de Syrië-dossiers openbaart, zoals vandaag met de oud-Spanjestrijders het geval is.

Janus Leijnse op een ongedateerde familiefoto.

'Het is niet onwaarschijnlijk dat het hier een geval van ronselarij betreft', schrijft op 26 augustus 1937 de secretaris-generaal van het departement van Justitie over Janus Leijnse. Hij bezorgt Buitenlandse Zaken het rapport van rijksrechercheur Van der Schuur. Deze heeft van de ouders begrepen dat Janus 'dikwijls' contact had met een in Middelburg wonende communist. Omdat de pogingen van Janus' vader om zijn zoon te traceren op niets zijn uitgelopen, gaat de rechercheur op pad. Hij achterhaalt dat Janus via Vlissingen en Breskens naar Oostburg is gereisd. Daar heeft hij 50 gulden geleend 'van een zekeren Riemkens, zeggende dat hij te Maldegem, België, kalveren in ontvangst moest nemen en hij daarvoor geen geld genoeg bij zich had. Hij had bij zijn vertrek maar één gulden op zak.'

Met taxi's reist Janus naar Gent en Kortrijk. Hotel Du Jambon in Kortrijk weigert hem een kamer, omdat hij geen paspoort heeft. 'Mogelijk is hij toen naar de Fransche grens gegaan', rapporteert de rijksrechercheur, die zelf bij Moeskroen ervaart dat hij zonder de 'vereischte papieren' de grens kan passeren. 'Zoals mij door den commissaris van politie te Moeskroen werd medegedeeld, worden er herhaaldelijk personen door ronselaars via Moeskroen, Rijsel, Parijs naar Spanje gebracht en deze achtte het lang niet onwaarschijnlijk, dat dit met Leijnse ook het geval is geweest.'

Inmiddels is de Spaanse brief van Janus in Middelburg gearriveerd. Daaruit blijkt nog een drijfveer voor zijn overhaaste vlucht. 'Ik had van tante Jo F.65 geleend en ik kon die niet terugbetalen. Daarom ben ik er vandoor gegaan.' Op de brief zit een postzegel uit Parijs, maar er is eerder een andere zegel op geplakt. De rechercheur vermoedt dat 'Leijnse de brief in Spanje aan een ronselaar heeft gegeven, die de inhoud eerst zelf heeft gelezen'. Hij omschrijft het 'kereltje' als een 'klein en tenger, doch gevoelig persoontje die zich graag moediger gedraagt alsdat hij inderdaad is.'

Toch zijn in Nederland geen contacten terug te vinden van Janus met ronselaars. Volgens de rijksrechercheur is hij de enige Spanjestrijder uit Zeeland. De ouders zijn ten einde raad, rapporteert de rechercheur. De moeder 'krijgt thans de zwaarste medicijnen die daarvoor bestaan en nog brengt zij de nachten bijna slapeloos door'. Hij vreest dat zij 'de hand wel eens aan zichzelf kan slaan'. De vader 'zit als een gebroken man thuis'.

Afschrift van de brief uit Spanje, zomer 1937.

De situatie is dramatisch aan het front. Veel vrijwilligers uit Nederland, Frankrijk en Duitsland willen terug naar huis, maar mogen niet weg. Verhalen gaan rond van strijders die invalide zijn geraakt en terug in eigen land tot persona non grata zijn verklaard.

De Nederlandse autoriteiten tonen evenmin clementie. 'Ik had de gewoonte aan de deserteurs, die hulp voor repatrieering vroegen, deze pertinent te weigeren', schrijft de consul te Valencia in 1939. Hij maakt ze duidelijk 'dat het zoo maar niet ging om, nadat zij het niet zoo plezierig hadden gevonden in Spanje als zij het zich hadden voorgesteld, kalm weer op kosten der Nederlandsche Regering te worden teruggezonden.' Al benadrukt de consul dat hij 'in geen enkel geval' met zekerheid kan vaststellen of ze naar Spanje zijn gekomen voor 'burgerwerk' of om te vechten.

In augustus 1937 is de consul wel begaan met het lot van Janus. 'Zijn ouders en vooral zijn moeder zijn in hoge mate overspannen en de wanhoop nabij', heeft Buitenlandse Zaken hem bericht. 'De ouders zijn bereid desnoods enige duizenden guldens ter beschikking te stellen, indien men slechts hun zoon vrijlaat.' Begin september meldt de consul dat de jongen is gezien als ambulancechauffeur. 'Dit bericht kan dienen zijn moeder, tenminste tot op zekere hoogte, gerust te stellen.'

In het Nationaal Archief heeft Janus Leijnse geen eigen blauwe, zuurvrije archiefmap. Zijn omzwervingen zitten vervlochten in het dossier van Jan van den Bos uit Middelharnis, werkloze tuinman te Amsterdam. Deze Van den Bos vertrekt, 26 jaar oud, naar Spanje. Hoewel hij later stug zal volhouden dat hij er regulier werk zocht, doet zijn reis anders vermoeden. Hij neemt de trein naar Parijs - vage vrienden en kennissen betalen zijn reiskosten. De Franse hoofdstad is voor Spanjestrijders het centrale verzamelpunt - soms krijgen ze van een stroman een nummer en een codewoord ('Hans') dat ze in een hotel moeten meedelen. Van daaruit gaat de reis verder. Van den Bos reist met een konvooi met veertig vrijwilligers richting Spanje, krijgt in Madrigueras een militair uniform en vindt werk in 'naar ik vermoedde' een munitiefabriek in Albacete, verklaart Van den Bos later op het hoofdbureau van de centrale recherche in Amsterdam. In Albacete wordt hij tegen zijn zin naar het front gezonden. Hij meldt zich met een smoesje ziek en wordt opgenomen in het hospitaal van Alcaniz.

In zijn verklaringen duikt Janus Leijnse op. Van den Bos vertelt hoe ze samen van het front weten te vluchten naar Valencia. Het Nederlandse consulaat helpt ze vervolgens naar Barcelona. Via Marseille en Parijs keert Van den Bos, een illusie armer, terug naar Nederland. Hij raakt zijn Nederlandse nationaliteit kwijt en krijgt deze in 1955 weer terug. Jan van den Bos is in 1977 overleden.

Krantenknipsel uit 1937.

En Janus Leijnse? Hij arriveert op maandag 4 oktober 1937 om 14.23 uur op het station in Roosendaal. Een rechercheur wacht hem daar op voor een verhoor. Janus ziet er volgens het proces-verbaal 'zeer mager, vermoeid en zenuwachtig uit'. Hij biecht op dat de ellende is begonnen met de 65 gulden die hij heeft geleend van tante Jo. Omdat hij het geld heeft verbrast en ruzie heeft gekregen met zijn moeder, besluit hij te vluchten, zonder bestemming voor ogen.

'Tenslotte had ik maar besloten om naar Spanje te gaan. In de courant had ik wel eens gelezen, dat men zich daar kon wenden tot het bureau van de communisten te Parijs en daar zorgde men dan wel voor verder transport.'

Hij beseft dat hij naar het front kan worden gezonden, maar hoopt dat de oorlog bijna voorbij is en dat er dan werk voor hem is in Spanje. 'Dat de toestand aldaar wel onhoudbaar voor mij zou kunnen zijn, heb ik nimmer gedacht.'

Janus bevestigt de naspeuringen die rijksrechercheur Van der Schuur eind augustus heeft gedaan: het geld dat hij leent van de zakenvriend van zijn vader, de taxi's door België, het hotel in Kortrijk dat hem weigert. In Parijs raakt hij via een kruier op het station verzeild op het hoofdbureau van de communisten. Met andere Spanjegangers reist hij per trein en taxi richting Perpignan. Te voet steken ze de grens over. Na een opleiding van vier dagen wordt hij naar het front gestuurd.

'Het laatst lag ik aan het Aragonfront met het doel om Saragossa te bezetten', bekent hij, veilig terug in Roosendaal. 'Op dit front werd ik, nu ongeveer acht dagen geleden, ongesteld en kreeg ik de zogenaamde frontschurft tengevolge waarvan ik op advies van een dokter, met wien ik goed kon opschieten, in een hospitaal moest worden opgenomen.'

Openbaarheidsdag Nationaal Archief

Vandaag is het Openbaarheidsdag in het Nationaal Archief in Den Haag. Elk jaar komen tienduizenden vertrouwelijke en geheime documenten na 25, 40 of 75 jaar zonder verdere beperkingen beschikbaar voor historici, journalisten en andere belangstellenden. Alleen al de inventarislijst telt 711 pagina's. Dit jaar betreft het onder meer de notulen van de ministerraad uit 1991 en 1992 en de dagboeken van minister Marga Klompé over de nacht van Schmelzer (1966) waarin het kabinet-Cals is gevallen.

Zie www.gahetna.nl.

Beknopte biografieën van Spanjegangers zijn te vinden op www.spanjestrijders.nl van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG).

Hij en Jan van den Bos zien 'een kansje om te ontvluchten'; ze bereiken te voet en met legerauto's Valencia. De consul helpt Janus om via Barcelona en Parijs naar Nederland te komen. Ene Simon van der Vlugt uit Overschie, een vriend van Janus' vader, blijkt op het consulaat aanwezig - op zoek naar de vermiste Zeeuwse veehandelaar.

Geronseld is hij niet, stelt Janus in zijn verhoor. 'Er is niemand die mij ertoe heeft aangespoord om naar Spanje te gaan. Ik heb hierover nimmer met iemand gesproken. Als ik die 65 gulden aan tante Jo had kunnen teruggeven, en dat geval met dat meisje achterwege was gebleven, had ik er nimmer aan gedacht om naar Spanje te gaan.'

Hoe is het Janus Leijnse verder vergaan? De telefoongids leidt in Middelburg naar Bert Leynse, een van zijn drie zonen. De puntjes op de ij zijn in de achternaam verloren gegaan. 'Ik weet weinig van dat Spaanse avontuur, maar pa werd altijd de Spanjool genoemd', zegt Leynse (74). Hij is verrast over de documenten die in het Nationaal Archief bewaard zijn gebleven. 'Pa was een op en top zakenman. Hij heeft geweldige ups en downs meegemaakt. Je had in het Zeeuwse twee Leijnsens, de groenteboeren en de veehandelaren. Pa heeft nog vanuit Middelburg per boot wekelijks paarden naar Rotterdam gebracht.' Later verdiende hij zijn geld met de handel in oud ijzer.

Janus Leijnse was geen gemakkelijke man, noch voor zichzelf, noch voor anderen. Altijd heeft Bert Leynse gedacht dat zijn vader ook in het Franse Vreemdelingenlegioen heeft gediend - een foto zou getuigen van die episode. Voor de zekerheid doet Leynse navraag bij een oom. 'Een geweldige misser! Het blijkt een foto van een toneelstuk in Middelburg.'

Janus Pieter Leijnse is in 1977 overleden, 56 jaar oud. 'Pa is aan longkanker overleden. Dat bleek nadat hij met zijn auto in de sloot reed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden