columncasper albers

Jan, Peter, Hans, Henk: de meestvoorkomende voornamen bij deze raadsverkiezingen waren korte mannennamen

null Beeld
Casper Albers

Door de oorlog kregen ze dit jaar minder aandacht dan andere jaren, maar er waren deze week gemeenteraadsverkiezingen. In aanloop naar de verkiezingen zag je in de media de kopstukken van de landelijke partijen de aandacht naar zich toe trekken. Rutte bij Jinek, alle lijsttrekkers bij het Radio 1-verkiezingsdebat, Baudet bij RT. Heel nuttig was dit niet, want op een enkele populist na was geen van de 225 Eerste en Tweede Kamerleden kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Over vier jaar zal het niet anders zijn. Iedereen kan in regionale media – krant, televisiezender, websites – informatie over de eigen verkiezingen vinden, maar toch maken NOS, RTL en de landelijke partijen er een happening van met debatten tussen niet-kandidaten. De oplossing is simpel: spreid de 352 gemeenteraadsverkiezingen. Ik mocht vorige keer, samen met de inwoners van een klein aantal andere herindelingsgemeenten, apart stemmen. Het bleef heerlijk rustig. Houd elk kwartaal verkiezingen in 22 gemeenten, en het landelijke mediacircus is voorbij.

Soms ging het in de verkiezingscampagne wel over gemeentelijke thema’s. Dat is an sich nog geen recept voor succes. Zo hingen in Hengelo posters van Forum voor Democratie met de oproep ‘stem Femke weg’. Helaas voor de postermaker: de Hengelose kiezer bepaalt niet wie de burgemeester van Amsterdam is.

Wat wel op de poster had kunnen staan, is ‘stem Jan weg’. Die zit namelijk wel in de Hengelose gemeenteraad. Twee keer zelfs. Landelijk waren er liefst 1377 Jannen kandidaat voor de raad, gevolgd door 773 Peters en 751 Hansen. De rest van de top-10 van meestvoorkomende namen van gemeenteraadskandidaten bestond ook uit mannen. Net als de rest van de top-50. De eerste vrouw, Karin, staat pas op plek 52.

Hoewel mannen oververtegenwoordigd zijn in de raad – amper eenderde is vrouw volgens onderzoek van stichting Stem op een Vrouw – is die 52ste plek verrassend laag. Behalve door de genderongelijkheid komt dit ook doordat bij mannen minder variatie in voornamen zit. Het gemiddelde raadslid is ruim 50 jaar oud. Kijken we naar de meestgegeven babynamen uit 1970, dan zien we dat 63 procent van de de jongens een ‘top-100-naam’ heeft gekregen tegenover slechts 55 procent van de meisjes. Zo’n 7 procent van de jongens had zelfs een naam die vaak tot roepnaam Jan leidt (Johannes, Jan, Johan). Dat percentage is ruim het dubbele van de populairste meisjesnaam, Maria.

Vrouwennamen zijn dus diverser dan mannennamen. De meestvoorkomende vrouwennaam komt, zowel absoluut als relatief, minder vaak voor dan de meestvoorkomende mannennaam. Als we willen dat er meer vrouwen in de raad komen is de oplossing simpel: stem op een vrouw.

Willen we echter dat de top-10 met meestvoorkomende raadsnamen voor de helft uit vrouwen bestaat, dan zouden de gemeenteraden voor ongeveer tweederde met vrouwen gevuld moeten worden. Iets om te overdenken voor de verkiezingen van 2026.

Casper Albers is hoogleraar statistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden