Jaar van de biodiversiwat?

Biodiversiteit is een containerbegrip: alomtegenwoordig en vaag. Wat is het en waarom moeten we zoveel mogelijk ervan redden?..

Het is net zoiets als wereldvrede: biodiversiteit. Niemand weet precies wat het inhoudt, maar het is vast en zeker iets goeds. Het is in elk geval een jong begrip. Het dook op in de jaren tachtig en is niet meer weg te denken uit wetenschap, politiek en beleid. En nu is 2010 zelfs het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. De hoofdzaken op een rij.

Meer dan soortenrijkdom

Biodiversiteit is de totale verscheidenheid aan planten, dieren en micro-organismen op aarde (of in een ecosysteem). Meer dan tien miljoen soorten, niemand weet hoeveel, waarvan we het leeuwendeel niet kennen. ‘95 procent van de soorten zijn insecten, en vooral die in de tropen zijn grotendeels onbeschreven. Maar ook van de mijten in in Nederland is hooguit de helft bekend. Om maar te zwijgen van eencelligen: van de miljoenen bacteriën zijn er vijfduizend beschreven’, aldus bioloog Menno Schilthuizen van Naturalis.

Biodiversiteit is echter meer dan taxonomie. Je kunt de variatie op genetisch niveau analyseren, maar ook naar lichaamsvorm, eigenschap of functie. Biodiversiteit is bovenal functionele biodiversiteit, zegt theoretisch bioloog André de Roos (Universiteit van Amsterdam). ‘Belangrijk is niet alleen welke soort het is, maar welke rol die soort speelt in het ecosysteem.’

Meer is beter

Is méér biodiversiteit per definitie beter dan minder biodiversiteit? Om het verschil te onderzoeken zijn veldexperimenten gedaan met bodemorganismen en planten. Plantenecoloog Frank Berendse van Wageningen Universiteit onderzocht het met proefveldjes van grasland. ‘Meer biodiversiteit leidt tot hogere productiviteit, minder kwetsbaarheid voor invasieve soorten en meer ecologische stabiliteit’, zegt hij. ‘En mogelijk ook tot meer erosiebestendigheid. Dat gaan we nu onderzoeken.’

Het wordt minder

Zeg biodiversiteit en je zegt achteruitgang. De mens maakt een door hemzelf veroorzaakte extinctiegolf van ongekende omvang mee. Mogelijk verdwijnen er per jaar 100 duizend soorten, resulterend in een geschat verlies van 30 procent in 2050. Grootste bedreigingen: vernietiging van habitats, opmars van invasieve exoten, milieuvervuiling, overbevolking en overexploitatie. Volgens de Millennium Ecosystems Assessment in 2005 is 60 procent van de ecosystemen aangetast en zijn vooral de armsten in de derde wereld de dupe.

Dat uitsterven gaat vaak ongemerkt en razendsnel, zegt Schilthuizen. ‘Ik heb zelf onderzoek gedaan naar slakjes op kalksteenheuvels in Maleisië. Elke heuvel heeft zijn eigen soort. Veel heuvels worden nu afgegraven voor cement, en je ziet dat zo’n slakje dan binnen twee jaar is uitgestorven.’

Van het een komt het ander

Hoe erg is het als een soort uitsterft en de biodiversiteit dus met één soort afneemt? Hoe erg is het als we één vlinder verliezen waar er nog 20 andere zijn? Dat hangt ervan af, zegt De Roos. ‘Die ene vlinder kan wel de enige bestuiver zijn van een bepaalde plant. Met die bestuiver verlies je de plant en alle soorten die ervan afhankelijk zijn. Uitsterven van een soort leidt vaak tot secundaire extincties.’

Het verdwijnen van soorten tast ecosystemen aan. Het verdwijnen van sleutelsoorten, zoals een predator aan de top van de voedselpiramide, tast ecosystemen sterk aan. ‘Het wegvissen van de kabeljauw bij Newfoundland heeft het ecosysteem van de Grand Banks totaal verarmd. Je ziet er bijna geen vis meer, alleen nog krabben.’

Verdwijning van soorten is ook erg omdat biodiversiteit intrinsieke waarde heeft. Dat is ethiek, een kwestie van beschaving, zegt Berendse. ‘Vroeger tolereerden we kinderarbeid, nu niet meer. Nu tolereren we uitstervende soorten, maar straks hopelijk niet meer.’

Alle soorten hebben recht op bestaan, zegt Willem Ferwerda, ecoloog en directeur van natuurkoepel IUCN Nederland. Maar biodiversiteit vertegenwoordigt ook bestaand of toekomstig economisch nut. ‘Is het verdwijnen van een kikkertje erg als er nog zoveel andere zijn? Ja, als dat ene kikkertje net een aids-medicijn in zich bergt.’

Gevolgen onvoorspelbaar

De effecten van het wegvallen van soorten zijn vaak niet te voorzien. Je kunt de draagkracht van een ecosysteem niet modelleren. ‘Een ecosysteem kan veel soorten verliezen, maar op zeker moment wordt een kritische grens overschreden en klapt het ineen’, zegt directeur Louise Vet van het Nederlands Instituut voor Ecologie.

Veel energie wordt dan ook gestoken in de ontwikkeling van early warning systems, zoals het onderzoek van de Wageningse ecoloog Marten Scheffer naar tipping points. Echte voorspelbaarheid is echter utopie, zegt De Roos. ‘Dat hebben ecosystemen gemeen met andere complexe systemen, zoals het mondiale financiële stelsel.’

Voorzorg is dus geboden, temeer daar de achteruitgang in biodiversiteit niet reversibel is. Als je regenwoud platbrandt, krijg je niet zomaar regenwoud terug. En elke afname van biodiversiteit leidt tot minder evolutionair potentieel. ‘Dat komt op geologische tijdschaal wel weer goed, maar wij mensen leven niet op geologische tijdschaal’, aldus Schilthuizen.

Niet alleen aaibare soorten

De conservering van biodiversiteit is lang gedomineerd door de klassieke natuurbescherming, die zich bij voorkeur richt op de aaibaarste dieren op de Rode Lijst van bedreigde soorten van de IUCN, het enige meetinstrument. Biologen zien veel meer in het beschermen van ecosystemen, zegt Berendse, ‘al heb je soms aansprekende soorten als de ijsvogel, de panda of de tijger nodig om een ecosysteem onder de aandacht te brengen’.

Ecosystemen veranderen voortdurend, en uitsterven van soorten hoort daar soms bij. Vaak bestaan soorten uit een metapopulatie van deelpopulaties, zegt Schilthuizen. ‘Het uitsterven van een deelpopulatie is dan vaak op te vangen, mits de verversing ergens anders vandaan kan komen. Dat vergt dus wel reservoirs van biodiversiteit.’

Vandaar de roep om het beschermen van grote aaneengesloten en verbonden natuurgebieden (Natura 2000 in Europa, de Ecologische Hoofdstructuur in Nederland). Wereldwijd zijn er voorts ‘hotspots van biodiversiteit’ die extra zorg verdienen. ‘Nu is 15 tot 20 procent van de primaire systemen – de echte oernatuur – beschermd. De IUCN denkt dat om de biodiversiteit echt te beschermen 50 procent nodig is’, zegt Ferwerda.

Systeembenadering nodig

De beste aanpak is een duurzame integratie van economie en ecologie via ‘ecosysteemdiensten’. Ferwerda: ‘We moeten prijskaartjes hangen aan al die zaken, zoals water, voedsel en CO2-opslag, die we nodig hebben, maar waarvoor we nooit hebben betaald. En aan al die zaken waarvan we nog niet weten dat we er iets aan hebben, zoals nieuwe medisch nuttige stofjes. Biodiversiteit is een schatkist, je moet er zuinig mee omspringen.’

Al die ecosysteemdiensten samen zijn tien keer meer waard dan het ‘bruto mondiaal product’, zegt Vet. Het TEEB-project (The Economics of Ecosystems & Biodiversity) brengt ze nu financieel in kaart. ‘Wat levert een hectare koraalrif, regenwoud of mangrovebos op, en wat kost vervanging als we ze vernietigd hebben? Duurzaam beheer blijkt altijd rendabeler.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden