Is promoveren wel een slimme carrièrestap?

Een zware, niet al te best betaalde baan met weinig zekerheid

Nederland telt twee keer zo veel promovendi als twintig jaar geleden. Waarom je je wel of niet minstens vier jaar lang, tegen niet al beste betaling, zou vastbijten in een promotieonderzoek.

Promovendi en masterstudenten aan het werk op de Universiteit van Amsterdam. Foto Gabriel Eisenmeier

Om maar te beginnen met het slechte nieuws: wie gaat promoveren, is vrijwel nooit verzekerd van een carrière in de wetenschap. Elk najaar beginnen een paar duizend afgestudeerden aan een drie- of vierjarig promotietraject. Sinds 2000 is het jaarlijks aantal dissertaties in Nederland verdubbeld tot bijna vijfduizend. Slechts ongeveer een kwart van die promovendi vindt daarna een baan op de universiteit. De rest vindt dus werk buiten de wetenschap.

Niet elke promovendus ambieert een academische loopbaan. Sommigen hebben nog geen carrièreplan, anderen hopen juist dat een doctorstitel betere kansen biedt in het bedrijfsleven. Lang niet alle promovendi voltooien hun proefschrift. Wie wil promoveren moet zich vier jaar vastleggen in een zware, niet al te best betaalde baan. Is het dat wel waard? Wanneer is promoveren een slimme carrièrestap en wanneer niet?


3x wanneer promoveren wél een goed plan is

1. Als je het wilt maken in de bètasector of de medische wereld

In sommige sectoren is promoveren verplichte kost. Wie medisch specialist wil worden, maakt in bepaalde specialisaties weinig kans zonder doctorstitel. Ook in bètatakken als scheikunde en informatica hebben gepromoveerden betere kansen in het bedrijfsleven, omdat daar veel onderzoeks- en ontwikkelingswerk wordt gedaan. Maar dit geldt niet voor alle beroepen, benadrukt Lucas Roorda (29), die bezig is met de afronding van zijn proefschrift rechten. 'Weinig mensen gaan promoveren met de gedachte: ik word een betere advocaat. Het kan zelfs tegen je werken: veel grote kantoren willen liever net afgestudeerde talenten dan gepromoveerden.'

2. Als je het liefst nog maanden was doorgegaan met je masterscriptie

De meeste studenten zullen opgelucht een fles bubbels opentrekken als ze hun scriptie hebben ingeleverd. Maar wie het stiekem jammer vindt dat zijn meesterproef is volbracht, zou weleens een geschikte promovendus kunnen zijn, zegt Rolf van Wegberg, voorzitter van belangenvereniging Promovendi Netwerk Nederland (PNN). 'Je moet lange tijd gefascineerd blijven door een onderwerp en je erin kunnen vastbijten.' Lucas Roorda beaamt dat: 'Is je masteronderzoek compleet uit de hand gelopen doordat je steeds nieuwsgierig bleef, dan ben je geschikt voor de wetenschap.'

Onder EU-gemiddelde

Hoewel het aantal promovendi in Nederland de laatste jaren sterk stijgt, zijn er relatief weinig gepromoveerden vergeleken bij andere EU-landen. Van de Nederlandse beroepsbevolking zijn per duizend mensen 6,6 gepromoveerd. In de hele Europese Unie zijn dat er gemiddeld 7,5 en in Scandinavië zelfs 12.

3. Als je onder druk kunt werken en het niet erg vindt ook 's avonds en in het weekend met je vak bezig te zijn

Het werk van een promovendus is nooit af. Er valt altijd méér te onderzoeken. Ondertussen sta je onder veel druk, waarschuwt oud-promovenda pedagogiek Eline Möller (29). 'De hoogleraar vraagt of je meer onderwijs wilt geven en of je tóch dat extra paper wilt schrijven. Nee zeggen is lastig, want je wilt jezelf bewijzen. Tegelijkertijd moet je binnen de contractduur het proefschrift afronden, anders moet je het afmaken in je eigen tijd.' Reken erop dat je vaak buiten kantooruren werkt, zegt Roorda. 'Sterker nog, je moet ermee kunnen leven dat je vrijwel altijd aan je vak denkt. Dat je 's morgens aan het ontbijt zit en een zin leest die een associatie oproept, waardoor je denkt: wacht, dát is het! Vind je dat leuk, dan kan promoveren iets voor je zijn.'


3x wanneer je beter een andere baan kunt zoeken

1. Als je graag dicht bij de 'gewone' arbeidsmarkt blijft

Een promovendus wordt opgeleid tot onderzoeker. Daardoor kunnen promovendi het idee krijgen dat onderzoek doen hun enige vaardigheid is. 'Ik hoor collega's die wat anders zouden willen, maar twijfelen aan hun kwaliteiten, zo van: wat moet ik, ik heb nergens ervaring mee', zegt postdoc-onderzoeker Eline Möller. Omdat promovendi tegenwoordig vaker aan de slag moeten buiten de universiteit, is belangenvereniging PNN in 2013 een proef begonnen waarbij promovendi zes maanden bij een bedrijf werken. 'Dan kunnen ze aan hun netwerk en praktijkvaardigheden werken, terwijl zo'n bedrijf kan profiteren van de kennis van de onderzoeker', aldus PNN-voorzitter Van Wegberg. Wie blij wordt van een baan die direct concreet resultaat oplevert, kan die doctorstitel beter uit zijn hoofd zetten. Roorda: 'Je bent als promovendus zo anderhalf jaar verder voordat je je eerste paper publiceert.'

2. Als je blij wordt van zekerheid en stabiliteit

Vaste contracten in de wetenschap zijn schaars. Promovendi hebben daarom een onzeker carrièreperspectief en moeten bijvoorbeeld bereid zijn naar het buitenland te verhuizen voor hun werk. Postdoc Eline Möller heeft bijna drie jaar na de verdediging van haar proefschrift nog geen zicht op een vaste positie. 'Mijn vrienden hebben allemaal vaste banen, ik ben bijna dertig en heb nog steeds geen vast contract. Die onzekerheid is soms erg vervelend.' Wie na zijn promotie besluit toch in het bedrijfsleven te willen werken, ontdekt soms dat zijn doctorstitel eerder een nadeel dan een voordeel is, waarschuwt oud-promovendus Rolf Bruijn (34). 'Mbo- en hbo-managers begrijpen vaak niet wat een promovendus doet en vinden je dan ongeschikt vanwege je gebrek aan praktijkervaring.'

3. Als je direct na je studie lekker wilt verdienen

Voor het geld hoef je het niet te doen, dat promoveren. 'Promovendi hangen een beetje tussen studenten en werknemers in, maar dat verschuift de laatste jaren steeds meer naar het eerste', zegt PNN-voorzitter Van Wegberg. Volgens de cao van Nederlandse universiteiten verdienen promovendi in hun eerste jaar gemiddeld 2.222 euro bruto. Daar komen nog wel vakantiegeld en eindejaarsuitkering bij. Wegberg: 'Helaas zien we universiteiten vaker zogenaamde student-promovendi aannemen, die veel minder goede arbeidsvoorwaarden hebben.' Op termijn verdienen gepromoveerden wel meer dan werknemers met een mastertitel, blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) in 2014. Vooral bij vrouwen is het verschil significant.