Reportage

Is de strijd tegen het verpleegkundigentekort wel te winnen?

Door personeelstekorten kunnen ziekenhuizen stijgende opnamecijfers niet aan. Het Maastricht UMC+ ging afgelopen jaar de strijd aan door grote aantallen ic-verpleegkundigen versneld op te leiden. Maar is er wel op te boksen tegen het tekort?

Voor de jeugdige studenten kan de ic heftig zijn. ‘Ze moeten eelt op de ziel krijgen.’ Beeld Marcel van den Bergh
Voor de jeugdige studenten kan de ic heftig zijn. ‘Ze moeten eelt op de ziel krijgen.’Beeld Marcel van den Bergh

Vorige week zaterdag nog rende ze tijdens haar nachtdienst met een reanimatiekar door de gangen van het Maastricht UMC+. Op zulke momenten weet Luna Lexis wat haar te doen staat: ze laat alles vallen en verlaat met haar collega’s de intensive care om zo snel mogelijk bij de patiënt met hartstilstand te zijn. ‘Zoiets kan overal gebeuren, van de afdeling tot het autodek.’

Ze spreekt er gemakkelijk over, maar het was nog maar haar tweede reanimatie binnen de ziekenhuismuren. Hoewel Lexis inmiddels alle lades van de reanimatiekar uit haar hoofd kent – ‘hier zie je alle tubes voor beademing van de patiënt, en dit hieronder is een botboor, voor als het echt misgaat met aders’ – komt ze met haar 22 jaar als studente ic-verpleegkunde nog maar net kijken in het Maastrichtse ziekenhuis.

Dat ze desondanks al meedraait is maar goed ook. Door vergrijzing en groeiende complexiteit van de zorg kampen Nederlandse ziekenhuizen al jaren met tekorten aan (ic-)verpleegkundigen, een situatie die door de coronacrisis bloot kwam te liggen. En ook nu het aantal covidpatiënten toeneemt, is de bottleneck in veel ziekenhuizen weer het personeelstekort.

Acute zorg

Er stromen te weinig nieuwe studenten in de opleiding tot ic-verpleegkundige. Volgens het Capaciteitsorgaan, dat de personeelsbehoefte in de zorg berekent, zou er zeker eenderde meer aan opleidingsplekken bij moeten. In het Maastricht UMC nemen ze die oproep serieus: het afgelopen jaar gingen ze van zo’n 15 naar ruim 50 studenten ic-verpleegkunde. Waar ze zich eerder twee jaar lang specialiseerden, krijgen studenten nu eerst in zes maanden een basiscursus acute zorg. Van zuurstofapparaten, tot infusen: een deel van het echte werk kunnen ze overnemen.

Op die manier maakt het ziekenhuis gebruik van kennis en kunde die de studenten al hebben, zegt Michel van Zandvoort, directeur van de academie in het UMC. Allemaal hebben ze minstens vier jaar hbo- of mbo-opleiding verpleegkunde achter de rug. ‘Met hun versnelde opleiding kunnen ze eigenlijk al overal in het ziekenhuis gespecialiseerde taken uitvoeren.’

Mede vanwege de coronacrisis besloot het Maastrichtse ziekenhuis de nieuwe werkwijze versneld in te voeren, als één van de eersten in Nederland. ‘Zo hadden we meer handen aan het bed en konden we meebewegen met coronapieken’, zegt Van Zandvoort. Op de werkvloer merken ze het effect. Van verschillende afdelingen komt regelmatig de vraag of er nog studenten over zijn voor een dienst.

Voor de jeugdige studenten kan de ic heftig zijn. Zeker als ze meer verantwoordelijkheid krijgen. Zo droeg Lexis lang zorg voor een leeftijdgenoot die door een verkeersongeluk ernstig hersenletsel had opgelopen. ‘Hoewel hij gelukkig overleefde was het zwaar, je leeft mee met patiënt en familie.’ Maar het is de beste manier om het vak te leren, meent Van Zandvoort. ‘Ze moeten eelt op de ziel krijgen. Ook het akelige, zoals sterven, hoort erbij. Dat zien ze niet in het leslokaal, dat moeten ze in de praktijk meemaken.’

Onervaren

Aan het succes zit ook een keerzijde: het grote aantal (onervaren) studenten trekt een zware wissel op het zittend personeel. Verpleegkundigen die al overwerkt zijn door de zware maanden coronazorg zien zich geconfronteerd met een blik aan nieuwe aspirant-collega’s. ‘Dan is het niet altijd fijn als je een onervaren verpleegkundige bij je hebt die je aan het handje moet meenemen’, zegt Van Zandvoort. ‘Maar ze weten: zo zijn ze zelf ook begonnen.’

Met de schaalvergroting lopen de kosten bovendien op. Per ic-verpleegkundige in opleiding krijgt het ziekenhuis zo’n 80 duizend euro aan vergoeding, maar de opleiding kost het dubbele. Dat moet het ziekenhuis zelf betalen. Tijdens de coronacrisis was dat geen probleem, zegt Van Zandvoort. ‘We kregen geld van het Rijk om extra op te leiden. Maar nu dat op is moeten we het elders in het ziekenhuis zoeken. Als er niks bijkomt, leveren we in op andere zorg.’

Opboksen

Ondanks alle inspanningen dreigt deze herfst de zorg toch weer vast te lopen door het personeelstekort. En ook op lange termijn blijft het een uitdaging aan de vraag te voldoen. Opleiden is een kwestie van lange adem, weten ze ook in het Elisabeth-TweeStedenziekenhuis in Tilburg. Daar besloten ze het zes jaar geleden al over een andere boeg te gooien. Ze creëerden flink meer stageplekken.

Dat betaalt zich nu uit, ziet Wilma Jackson, hoofd-opleidingen. ‘Een deel van de mensen die hier stage lopen zien we terug in specialistische opleidingen. Zo hebben we verpleegkundigen op de spoedeisende hulp opgeleid’, zegt Jackson. ‘Er zijn er nu zelfs te veel. Maar we hebben besloten ze te houden. We kunnen ze tijdens de pandemie goed inzetten op drukke plekken, zoals ic’s.’

Ook in Maastricht zullen ze nog even door moeten met opleiden. ‘Dit hoge aantal willen we langer volhouden’, zegt Van Zandvoort. ‘Dat wordt een uitdaging. We kunnen iedereen gebruiken.’

De kans is aanzienlijk dat aspirant ic-verpleegkundige Lexis deze herfst heftige uren op de covidafdeling draait. Maar ze is inmiddels wel wat gewend. Zoals die reanimatie. ‘Die patiënt heeft het gelukkig overleefd. Tijdens de nabespreking zeiden andere verpleegkundigen dat ik het de volgende keer zelfs zonder begeleiding aan kan’, zegt Lexis. ‘Deze situaties motiveren me. Ik ben er nog zekerder van dat hier mijn toekomst ligt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden