Vijf vragenCorona op school

Is de middelbare school een coronabrandhaard, of valt het mee?

Leerlingen van het Amstelveen College met een mondkapje. Het mondkapje moet op tijdens de wissel van de lokalen.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De onrust in het onderwijs neemt toe vanwege toenemende besmettingen rond het onderwijs. De onafhankelijke expertgroep RedTeam pleit voor een onmiddellijke sluiting van de scholen. Hoe zit de vork in de steel?

Wat is er precies aan de hand?

Amper twee maanden nadat de scholen weer zijn begonnen, neemt de ongerustheid onder het personeel toe. Op ruim de helft van de 648 middelbare scholen die ons land telt, is het coronavirus inmiddels wel ergens opgedoken, bleek vorige week uit een inventarisatie van BD Dataplan en Nieuwsuur. Op 44 scholen zijn er al meer dan tien gevallen bekend; zeven scholen sloten zelfs tijdelijk de deuren.

Reden voor bezorgde gezichten bij de onderwijsbonden. Zo moeten leraren soms nog altijd lang wachten op de uitslag van de coronatest, klagen de bonden, en pleit de kleine, wat activistischere bond Leraren In Actie (LIA) voor desnoods deeltijdlessen, zodat men beter afstand kan houden. Maar onderwijsminister Arie Slob en de koepelorganisatie voor middelbare schoolbesturen, de VO Raad, hebben weliswaar alle begrip voor de zorgen, maar zijn huiverig voor al te drieste extra coronamaatregelen.

Zijn de zorgen eigenlijk terecht?

Slob weet zich gesterkt doordat de cijfers nu niet direct wijzen op een explosief probleem. Zeker: elke week komen er enkele honderden nieuwe besmettingen aan het licht die volgens de GGD-cijfers op of rond het onderwijs moeten zijn ontstaan. Maar afgezet tegen het geheel zijn het er ook weer niet gek te veel: zo’n 4 procent van alle besmettingen waarvan de herkomst kan worden achterhaald heeft te maken met scholen.

Kinderarts Károly Illy, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde en lid van het Outbreak Management Team (OMT), wijst bovendien op de brandhaarden zelf, de ‘clusters’ van besmettingen die met elkaar te maken hebben. ‘Van alle clusters is maar 7 procent terug te voeren op het onderwijs, de basisscholen en de kinderdagverblijven meegerekend. Ook ik heb uiteraard alle begrip voor de onrust. Maar als je kijkt naar de besmettingen, is het niet zo dat het onderwijs een meer dan gemiddelde rol speelt bij besmettingen.

En de leraren?

Ook die lijken niet massaal besmet te raken, al liggen de cijfers genuanceerd. Van alle personeelsleden uit het onderwijs die zich lieten testen, testte vorige week 10,3 procent positief: ruim tweeduizend mensen in een week tijd. Dat lijkt veel, maar is ook minder dan het percentage positief getesten in andere beroepsgroepen, zoals de horeca (15,7 procent), de zorg (11,3 procent) of mensen met een contactberoep (13,3 procent).

Anderzijds: het gaat wel om grote aantallen. Omgerekend naar de hele onderwijssector gaat het om zo’n 290 gevallen per honderdduizend werknemers. Ter vergelijking: de horeca komt uit op ‘maar’ 200 positief getesten per honderdduizend medewerkers.

Wacht eens. Kinderen zijn toch niet zo besmettelijk?

Omdat kinderen over het algemeen minder symptomen hebben van het coronavirus dan volwassenen, scheiden ze minder virus af, nemen wetenschappers aan. Wie hoest en niest, loopt immers meer kans anderen aan te steken. In combinatie met de basisregel (blijf thuis bij klachten en laat je testen), zou dat de schoolbesmettingen in theorie sterk moeten dempen.

Maar hoe ouder het kind, des te meer de infectie verloopt zoals bij een volwassene. En niet iedereen hoeft verkoudheidsklachten te hebben om anderen aan te steken: ook bij minderjarigen zitten soms mensen die toevallig extreem veel virus afscheiden, noteerde een Canadees-Rotterdams onderzoek vorige week nog in een omvangrijke weging van het beschikbare onderzoek.

Neem het opmerkelijke voorval dat Amerikaanse onderzoekers eerder deze maand documenteerden. Een 13-jarig meisje zonder klachten, dat eerder met coronapatiënten in aanraking was geweest, ging drie weken op huisjesvakantie met haar familie. Daar werden prompt elf van de veertien aanwezigen besmet, al is niet met zekerheid vast te stellen of ze allemaal door het meisje werden aangestoken of dat de besmetting ook van familielid op familielid rondging. Het kán dus wel, een uitbraak door schoolkinderen.

Maar uiteindelijk, zegt Illy, is het een kwestie van kansen afwegen. ‘Het is volstrekt duidelijk dat er overal waar mensen elkaar ontmoeten een zeker risico op besmetting is. We doen er alles aan om het op scholen zo veilig mogelijk te maken, door leerlingen zoveel mogelijk uit elkaar te zetten, ze mondmaskers te laten dragen buiten de klas, en leraren zo goed mogelijk op afstand te houden’, zegt hij. ‘Maar als kinderarts vind ik het in elk geval echt te verkiezen om de scholen open te houden.’

Want wat is er eigenlijk op tegen om de scholen nog een poosje te sluiten?

Al in juni noemde het OMT het een ‘aanvaardbaar risico’ om de scholen open te houden. Want de scholen geheel of gedeeltelijk sluiten, heeft aanzienlijke ‘negatieve effecten op het welzijn en de gezondheid van de kinderen’, aldus het adviespanel.

Tijdens de eerste lockdown zagen kinderpsychiaters een forse toename van neerslachtigheid en somberheid bij kinderen, vertelt Illy. ‘Als gevolg van het sociale isolement’, signaleert hij. In Maastricht boekstaafde kinderarts Anita Vreugdenhil intussen een aantal opvallende nadelige gevolgen van de lockdown op de gezondheid: driekwart van de kinderen ging minder bewegen, een op de drie ging meer ongezonde tussendoortjes eten, een op de vijf kwam aan en bij kinderen die al overgewicht hadden was dat zelfs 40 procent.

‘Het aantal kinderen dat aan de bewegingsnorm voldeed nam af, van 64 procent een jaar eerder tot 20 procent tijdens de lockdown’, vertelt Illy. ‘Ik was er ook verbaasd over hoe sterk dat effect is.’

Verder lezen

Via peilingen laten leraren, aannemers en andere beroepsgroepen van zich horen. Hoe stevig zijn die cijfers?
Leraren, verpleegkundigen, aannemers: via enquêtes van beroepsverenigingen vernemen we voortdurend hoe zij de coronacrisis beleven. Op die peilingen is nogal wat aan te merken, waarschuwen experts. 

Wat weten we na driekwart jaar van sars-cov-2 en wat nog niet? 
De laatste inzichten over de grillen en nukken van ‘hét coronavirus’ aan de hand van zeven vragen. En: opvallende studies uit de begindagen in de categorie ‘hoe is het ermee?’.

Na een paar maanden wéér corona. Hoe kan dat?
Wetenschappers zitten in hun maag met een hardnekkig raadsel: steeds meer mensen krijgen na een paar maanden opnieuw corona. Zeldzame uitzonderingen? Of zijn we na een infectie met het virus helemaal niet zo goed beschermd als men hoopte?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden