WILD IDEEDomesticatie

Is de mens net zo tam als zijn huisdieren?

De wetenschap barst van wilde ideeën die nog onbewezen zijn. Maar hoe overtuigend zijn ze? Deze week: is de mens een tamme versie van wilde apen, zoals de hond een huisdierversie is van de wolf?

Beeld Olivier Heiligers

Wat is het idee?

Wat een schatjes zijn het toch, mensen. Althans qua uiterlijk: vergeleken bij bruter gebouwde neven zoals de chimpansee en de uitgestorven neanderthaler is ons gezicht plat en snoezig en zijn onze kaken klein. Dat betekent, volgens een sterk opkomende theorie onder wetenschappers, dat er iets geks is gebeurd met de mens: we zijn tam geworden. Gedomesticeerd, zoals het officieel heet. Net als onze huisdieren.

Voorstanders van de theorie trekken dan ook graag de vergelijking met honden. Eigenlijk zijn dat gedomesticeerde wolven. De hond is doorgefokt tot speelse allemansvriend en behoudt heel zijn leven een puppyachtig uiterlijk, vergeleken bij zijn woeste voorouder. Wetenschappers wijdden afgelopen zomer een speciale uitgave van het wetenschappelijke vakblad Frontiers in Psychology aan de theorie.

Wat is er zo wild aan?

Verrassend aan de theorie is dat-ie in één klap veel sociale en uiterlijke eigenaardigheden van de mens kan verklaren, zegt Carel van Schaik, emeritus hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Zürich. ‘Op het eerste gezicht is het verhaal bijna te mooi om waar te zijn’, zegt hij aan de telefoon. ‘Voorheen had je losse verklaringen voor onze evolutie, dit is de eerste keer dat ze samenkomen.’

Waarom zou het kunnen kloppen?

Biologen hebben sinds enkele jaren een overtuigend bewijsstuk in handen voor de domesticatietheorie, zegt Van Schaik. Gedomesticeerde dieren zoals honden en kippen ondergaan als embryo in de baarmoeder een knik in hun groei, zo blijkt. In principe verloopt alles normaal, maar een piepklein groepje lichaamsbouwcellen vertikt het om zich evenredig te verspreiden, zoals in een pot mengverf waarvan de afzonderlijke likjes kleur niet netjes zijn verdeeld omdat de pot te kort is geschud. In dieren geeft zo’n imperfecte verdeling niet alleen een opvallende lappendeken aan vachtkleur, het maakt ook gezichtsbotten kleiner – ronder en jeugdiger – en het verandert zelfs hersendelen die betrokken zijn bij angst en agressie.

Fokken op vriendelijkheid is dus fokken op groeivertraging. En jawel, ook bij mensen lijkt sprake van zo’n groeivertraging. Spaanse wetenschappers hebben vorig jaar een gen doorgelicht, BAZ1B, dat precies dit soort bouwcellen trager door het lijf verdeelt bij mensen dan bijvoorbeeld bij de neanderthaler het geval was.

Wat spreekt de theorie tegen?

De theorie roept ook vragen op. Want wie heeft de mens tam gefokt? En wanneer? Daarover zijn de onderzoekers het nog niet eens. Antropologiehoogleraar Richard Wrangham van de Harvard Universiteit vermoedt dat de eerste mensachtigen zo’n 300 duizend jaar geleden zichzelf temden door de agressiefste stamgenoten te doden.

Brian Hare, hoogleraar evolutionaire antropologie aan Duke Universiteit, denkt dat de mens niet zozeer minder agressief werd, maar minder angstig. ‘Als je je angst voor anderen verliest, opent dat deuren: je gaat meer samenwerken en je kunt vreemdelingen vertrouwen om handel mee te drijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden