Ingrijpen bij hartritmestoornis lang niet altijd nodig

De eerste 48 uur afwachten in plaats van direct ingrijpen is bij boezemfibrilleren net zo veilig en effectief, stellen Nederlandse onderzoekers. Het zou de drukke harthulpafdelingen van ziekenhuizen ontzien.

Een ECG-strook met het hartritme van een patiënt op de hartbewaking rolt uit de defibrillator. Beeld Frank Muller

‘Even wachten’ is het nieuwe devies voor veel patiënten bij wie de pompfunctie van het hart niet goed werkt door boezemfibrilleren. Waar artsen het hartritme nu vaak onmiddellijk proberen te herstellen, met een elektrische schrok of medicijnen via een infuus, blijkt de eerste 48 uur afwachten net zo effectief en veilig. Dat stelt een team van Nederlandse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift New England Journal of Medicine.

In totaal hebben ongeveer 300 duizend Nederlanders last van boezemfibrilleren, voornamelijk ouderen. Hierbij is de hartslag onregelmatig en vaak te hoog. Bij heftige klachten verwijzen huisartsen de patiënten door naar de cardiologische noodhulpafdelingen waar standaard wordt ingegrepen. Een kostbare en tijdrovende gang van zaken, terwijl het tot nu toe niet duidelijk was of de standaard elektrische of medicinale ingrepen wel volstrekt nodig zijn.

Om dit te onderzoeken deelden de onderzoekers de circa 440 deelnemende patiënten in twee groepen in. De helft kreeg een ‘wait and see’-behandeling voor hun boezemfibrilleren. Bij ongeveer 70 procent van deze patiënten verdwenen de klachten spontaan binnen 48 uur. Wanneer de klachten in de eerste groep niet verdwenen, grepen de artsen alsnog in.

De andere groep kreeg wel een hartingreep. Maar ook bij deze patiënten verdwenen de klachten bij een klein deel al spontaan vóór de ingreep. Uiteindelijk herstelde in beide groepen – spontaan of door een ingreep – ongeveer 95 procent. Een maand later had, wederom in beide groepen, ongeveer eenderde weer last van boezemfibrillatie. Wachten bleek dus even effectief en bovendien net zo veilig als ingrijpen.

‘Even wachten’ biedt een heleboel voordelen. Het is goedkoper voor ziekenhuizen en het ontziet de drukke harthulpafdelingen. Ook kunnen artsen door te wachten beter vaststellen of er sprake is van een stoornis die spontaan ontstaat of de chronische variant. ‘Het is bovendien beter voor de patiënt’, zegt hoofdonderzoeker Harry Crijns, hoogleraar cardiologie bij het Maastricht UMC. ‘Zo is wachten voor patiënten veel minder ingrijpend. En kunnen zij daarnaast ervaren dat een ritmestoornis vanzelf over gaat, want vaak komt zo’n aanval weer terug. Dat stelt hen dan gerust.’

Praktisch probleem

‘Een prachtige studie die een praktisch probleem oplost op de eerste hulp in ziekenhuizen’, zegt Joris de Groot, hoogleraar klinische elektrofysiologie van het hart aan het Amsterdam UMC. ‘De onderzoekers laten ook zien dat het veilig is om even te wachten. Als je de ingreep kunt uitstellen, heeft dat voordelen voor de logistiek op de eerste hulp.’

Toch kunnen artsen lang niet iedereen met de boezemfibrillatie in de wacht zetten. Patiënten die bij aanvang in het ziekenhuis al langer dan 36 uur met hun klachten rondliepen, namen geen deel aan het onderzoek. Bij deze laatste groep gaat – net als bij de chronische variant – de ritmestoornis vaak niet vanzelf over.

‘Bovendien komen patiënten naar het ziekenhuis omdat ze van hun klachten af willen zijn. Als de arts afwacht, hebben patiënten ook langer last van die klachten. Die afweging moet de arts samen met de patiënt maken’, zegt De Groot.

Volgens Crijns heeft de patiënt bij het afwachten geen last van klachten, omdat hij of zij hartslagvertragende medicijnen krijgt. Medicatie is volgens hem dan ook heel belangrijk. Om die reden moeten patiënten met heftige klachten daar niet mee blijven rondlopen. Zonder de juiste medicijnen kunnen de hartritmestoringen bijvoorbeeld stolsel laten ontstaan dat in de hersenen een infarct kan veroorzaken.

En als het eigenlijk beter is om te wachten, waarom grijpen artsen dan nu vaak meteen in? ‘Dat is de grote vraag’, zegt Crijns. ‘Artsen hebben standaardprotocollen die ooit ontstaan zijn. Deze kunnen soms kostenefficiënter. Onze verwachting is dat dit de zorg naar inschatting jaarlijks zo’n 50 miljoen euro kan schelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden