Wetenschap Genetica

In uw dna gloeit de geschiedenis nog na

Beeld Astrid Anna van Rooij

Hoeveel beweging er in Nederland ook was, en hoe klein het land ook is, toch zijn er in het (mannen-)dna nog regionale verschillen te vinden, ontdekten Leidse onderzoekers. Al is het oppassen daar conclusies aan te verbinden. 

Het is, hoe je het ook bekijkt, een wonderlijk gezicht. Voor onze ogen trekt de geschiedenis van de Nederlandse bevolking voorbij, live en in felle kleuren:

Groepen trekken van zuid naar noord, golven migranten trekken binnen en gaan op in de al aanwezige bevolking, veroveraars trekken erop uit en verkrachten erop los. We zien volksverhuizingen en vluchtelingen, epidemieën en oorlogen, hongersnoden en tijden van voorspoed.

Er is eigenlijk maar één probleem. Niemand die snapt hoe je de film moet afspelen. Want alle scènes zijn van elkaar losgeknipt, in een grabbelton gegooid, door elkaar geklutst.

‘We zien hier slechts de stand van zaken van vandaag’, wijst hoogleraar populatie- en evolutiegenetica Peter de Knijff (LUMC) op de kleurige kaartjes van Nederland die voor ons op tafel liggen. ‘Het resultaat van vele gebeurtenissen in het verleden.’

Bloed

‘Behoorlijk verrast’, was archeoloog en dna-expert Eveline Altena (LUMC) toen de kaartjes met de golvende bevolkingsgroepen voor het eerst uit haar computer rolden. Samen met De Knijff en haar collega’s van onder meer de KU Leuven en het Erasmus MC was ze het dna aan het analyseren van ruim tweeduizend bloeddonoren, die enkele jaren geleden bloed gaven bij de bloedbank én toestemming gaven voor dna-onderzoek. Misschien kun je aan de hand van dat dna herleiden wie welke herkomst heeft, hoopte het team. Ongeveer zoals je aan iemands huidskleur ruw kunt inschatten waarvandaan iemand stamt.

Eerdere pogingen leverden al vergelijkbare, maar nog heel ruwe kaarten op. Zo vond een team van vier Nederlandse universiteiten na dna-onderzoek van 769 Nederlanders subtiele verschillen tussen noorderlingen en mensen uit het zuiden. En in 2013 was Altena zelf betrokken bij de ontdekking in het dna van regionale genetische verschillen in Nederland, die weleens de weerslag zouden kunnen zijn van historische migraties zoals de vestiging in nieuw ingepolderde gebieden.

Maar dat was op basis van ‘gewoon’ dna, het erfelijk materiaal dat bij iedere nakomeling opnieuw wordt samengesteld uit het dna van de vader en de moeder. Voor een nauwkeuriger beeld moesten Altena en De Knijff te rade gaan bij een ‘puurdere’ vorm van dna, beseften ze. Een stuk dna, dat nagenoeg onveranderd wordt doorgegeven door de generaties.

Zodoende richtten ze hun pijlen op het Y-chromosoom. Het mannelijkesekseschromosoom, dat net als een achternaam alleen van vader op zoon wordt doorgegeven.

Sterk verhaal

Wie weet zijn er diep verstopt in dat mannen-dna subtiele, regionale verschillen zichtbaar, veronderstelden de onderzoekers. Want zoals in een achternaam soms kleine veranderingen sluipen naarmate die meer wordt doorgegeven  Jansen wordt Janssen – zo ontstaan er ook in het Y-chromosoom soms wijzigingen, als het van vader op zoon wordt gekopieerd. Kleine, toevallige kopieerfoutjes, van vaak niet meer dan één chemisch dna-bouwsteentje lang. In totaal 92 plekken waar zulke verschrijvingen voorkomen, nam het team onder de loep.

En toen ontdekte Altena die vlekkenkaarten. Zo wonen er in Zeeland relatief veel mannen met in hun Y-chromosoom een verschrijving die experts de catalogusnaam ‘R1b-M405’ geven, zag ze. In Noord-Brabant en Overijssel wonen opvallend veel mannen met in hun dna de mutatie genaamd ‘R1b-S116’. En als u een man uit Friesland of Drenthe bent: goede kans dat uw dna de plaatselijke verschrijving ‘I-M170’ bevat.

De aantallen zijn in sommige regio’s nog klein, benadrukt Altena; van lang niet alle genetische groepen zijn de cijfers ‘statistisch significant’, zoals dat heet. Maar toch. Zo’n postzegel als Nederland, waar iedereen al eeuwen van hot naar her trekt, en waar jan en alleman het met iedereen doet. En dan nog kun je de regionale groepen, diep verstopt in het dna, herkennen. 

Zo behoort in Zuid-Limburg een op de twintig mannen die Altena bekeek tot de stam der G-M201’en, terwijl dat er in Zuid-Holland maar een op de honderd is. En hoog in Groningen, daar wonen de R1a-SRY10831’tjes – aan pakkende namen voor de volksstammen moeten de genetici duidelijk nog wat werken.

‘Wat je hier ziet’, wijst Altena op de kaartjes die het team onlangs publiceerde in vakblad European Journal of Human Genetics, ‘is de geschiedenis van de gewone man. Wij vertellen het verhaal van de doodnormale mensen, over wie je in de geschreven historische bronnen eigenlijk nooit iets leest. Maar genen liegen niet.’

Allerlei wonderlijke inkijkjes, levert dat op. Kijk daar eens: de stam van de Zeeuwse J2-M172-mannen is uitgeveegd naar de Betuwe:

Zouden er ooit, in een ver verleden, een stel Zeeuwse mannen richting Gelderland zijn getrokken, met hun J2-M172-verschrijving? Of is het precies andersom, en is er ooit een club Betuwnaren geweest die naar Zeeland ging en daar het merkteken J2-M172 verspreidde?

Of was er een veroveraar, die zijn J2-M172 aan de Zeeuwen heeft opgedrongen met verkrachting en veelwijverij? Een groep migranten van buiten, die zich zowel vestigde in Zeeland als in de Betuwe?

En waarom is het dna met het merkteken E1b-V13 oververtegenwoordigd in Friesland, maar gek genoeg ook rondom Almelo en 200 kilometer verderop weer rond Bergen op Zoom? Door welke gebeurtenis of reeks gebeurtenissen is het Friese dna daar beland?

En waarom zit er trouwens een dot R1b-L23-dna rondom Hillegom, Gouda, Meppel en Doetinchem – en nergens anders?

Altena weet het: het is verleidelijk om te speculeren, de punten op de kaart met elkaar te verbinden. ‘Maar ik weet hoe je daarmee op je bek kunt gaan. Het klinkt misschien lafjes, maar er is in de Nederlandse geschiedenis zo ontzettend veel gebeurd, dat ik bewust zeer terughoudend ben’, zegt ze.

Een paar uitspraken durft het team wel aan:

1. Vrouwen zijn mobieler dan mannen (of nou ja, dat waren ze)

Vreemd. Toen De Knijff drie jaar geleden probeerde te achterhalen hoe het dna van vrouwen over het land zit verdeeld, ‘kon in onze data geen populatiestructuur worden gedetecteerd’, zoals hij achteraf plechtig noteerde in een vakblad. In gewone taal: het erfelijk materiaal van Nederlandse vrouwen is te veel door elkaar gehusseld om er patronen in te zien.

Dat er in het mannen-dna wél regionale verdichtingen zitten, kan maar één ding betekenen. ‘Onze gedachte is dat mannen meer op hun plek blijven’, zegt De Knijff. Zo gaat dat in traditionele boerensamenlevingen: ‘De vrouwen halen ze uit de wijde omgeving, die worden uitgehuwelijkt en komen overal terecht. Maar de jongens blijven zitten waar ze zitten. Dat patroon zie je nog steeds in landen zoals Ghana.’

2. We zijn een mengelmoes

Zeker 32 ‘stambomen’ vond het team, uitgesmeerd over het land. Dat is dan nog het opgeschoonde beeld: de grote steden lieten de onderzoekers bijvoorbeeld achterwege, vanwege de grote verscheidenheid aan mensen met een migratieachtergrond.

Maar ook de Nederlandse groepen hebben lijntjes naar het buitenland. Zo komt de ‘Zeeuwse’ R1b-M405-verschrijving ook veel voor in Scandinavië en Duitsland, en is de ‘Friese’ E-V13-mutatie normaler in Polen, Tsjechië en de Balkan dan bij ons.

De boodschap is diepzinnig en relevant. Schop een willekeurige autochtone Nederlander eens goed tegen de stamboom en een waaier van verbintenissen met het buitenland dwarrelt naar beneden. ‘Mensen zijn altijd in beweging’, zegt Altena. ‘We zien zóveel migratie.’

3. Twee op de drie mannen hebben een Russische oorsprong

Kijk nog wat verder terug in het verleden, en er komt nog iets aan het licht: de meeste Nederlandse Y-chromosomen stammen niet eens af van de oorspronkelijke mannen van Europa.

Liefst 62 procent van de onderzochte Nederlandse mannen loopt rond met een Y-chromosoom dat teruggaat op de prehistorische mammoetjagers van Siberië. Naar men aanneemt, is het chromosoom hierheen gekomen met prehistorische herders, die zo’n vijfduizend jaar geleden vanuit de Oekraïne met hun karren en vee onze kant op trokken.

Van de overige mannen hebben de meeste een Y-chromosoom dat al zeker 35 duizend jaar van vader op zoon wordt doorgegeven in Europa. Erfgoed van de steentijdmensen die de grottekeningen maakten en de Venus van Willendorf uit ivoor sneden. ‘We zijn heus niet uit de Hollandse klei opgetrokken’, zegt De Knijff. ‘Dat is een idee-fixe waar we echt vanaf moeten.’

Puzzel

Nu maar puzzelen, zeggen Altena en De Knijff. Uitpluizen welke rode vlek precies past bij welke historische gebeurtenis of trend. ‘We hebben de historici nodig. Om kaas te maken van wat we hier eigenlijk zien, om het in Nederlandse termen te zeggen’, zegt Altena.

De archeologie moet daarbij helpen. Verspreid over de depots en musea van Nederland liggen immers talloze oude botten en menselijke resten. Wie weet wat voor genetische informatie die nog over de stambomen bevatten.

Dat is een ‘shitload aan werk’, zegt Altena het maar gewoon zoals het is. ‘Dit verhaal is nog maar net op gang aan het komen.’

Alle kaartjes: Eveline Altena, LUMC

Verwacht leuke inzichten, geen wonderen

‘Ik kijk ernaar uit om met deze mensen samen te werken. Ik denk dat we elkaar veel te vertellen kunnen hebben.’ Middeleeuws-archeoloog Johan Nicolay (Rijksuniversiteit Groningen) reageert verheugd op de dna-kaarten uit Leiden. Om te begrijpen hoe bevolkingsgroepen rondtrekken, zijn onderzoekers zoals hij aangewezen op tastbare objecten uit opgravingen, zoals gebruiksvoorwerpen en sieraden. ‘Maar het dna kan belangrijk ondersteunend bewijs leveren’, weet hij.

Daarbij past wel een kanttekening, vindt hoogleraar Griekse archeologie Sofia Voutsaki, ook in Groningen. ‘Je moet wel voor ogen houden dat de definitie van groepen in geografische termen vaak een andere is dan die in historische termen. Wat betekent het bijvoorbeeld om joods te zijn? Is dat een genetisch of een historisch gegroeid begrip?’, vraagt ze retorisch. De kaartjes van De Knijff en  Altena mogen dan aangeven dat alle Noorderlingen genetisch gezien verwant zijn – leg dat maar eens uit aan de trotse Friezen en Groningers. ‘Mensen gaan met elkaar in oorlog om hun gevoelde historische en culturele identiteit’, zegt Voutsaki.

Onderzoeksdirecteur van het instituut voor sociale geschiedenis (IISG) Leo Lucassen is enthousiast over het dna-onderzoek, maar verwacht niet dat er door de nieuwe kaarten ‘een heel nieuw beeld’ zal ontstaan. ‘Van de Nederlandse migratiegeschiedenis van het afgelopen millennium hebben we al een aardig beeld.’

Wel kan de genetica bepaalde deelvragen helpen oplossen, denkt Lucassen. ‘Hoeveel dna hebben de Spaanse soldaten hier in de 80-jarige oorlog achtergelaten?’, noemt hij als voorbeeld. Een andere mogelijkheid is dat het dna-onderzoek genetische ‘eilandjes’ aan het licht brengt, denkt hij. Die kunnen duiden op sociaal isolement, door bijvoorbeeld discriminatie of zelfgekozen langdurige afzondering van een gemeenschap.

Acteurs spelen de 80-jarige oorlog na voor een documentaireserie van de NTR. Beeld NTR
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden