In Rijswijk is de bunker klaar voor de bom van Kim Jong-un

Op pad met een historische-bunkerfanaat

Genoeg erwten met varkensvlees en pasta met gehakt in de bunker in Rijswijk om het een tijd uit te zingen. Maar deze schuilplaats is allesbehalve representatief.

De ingang van de atoombunker in het Rijswijkse Park Overvoorde. Foto Freek van den Bergh

'Hier moeten we het wel twee weken kunnen uithouden', stelt Raphaël Smid vast naast een metershoge stellage vol dozen surrogaatmaaltijden. Mocht Kim Jong-un zijn waterstofbom boven op Rijswijk laten neerploffen, dan zijn er genoeg doperwten met varkensvlees en macaroni met gehakt voorhanden om niet te bezwijken door de honger.

Weinig ondergrondse schuilplaatsen in Nederland zijn zo goed geconserveerd gebleven als de atoombunker in het Rijswijkse Park Overvoorde. Op dagen als Open Monumentendag gaat Smid of een andere vrijwilliger het publiek weer voor door de aparte slaapzalen voor mannen en vrouwen, die ontspanden met een potje schaak in de kantine en in ploegendiensten van twaalf uur tot diep in de jaren tachtig het uitheemse gevaar beloerden.

Bunkers fascineren Smid mateloos. De voormalige locatiemanager van de commandopost bezocht er talloze in Europa. De mooiste die hij zag? 'Die waar we nu zijn.' Want waar veel naoorlogse bunkers een beetje heimelijk liggen weg te rotten - als ze al niet gesloopt zijn - is die in Rijswijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht. 'De belangstelling voor bunkers is er de laatste weken niet kleiner op geworden', stelt Smid. Hij krijgt de vraag vaker van pers en publiek: waar zijn we veilig als hier de bom valt? 'Hier, al is dat relatief', zegt Smid, als hij de dikke blauwe buitendeur met een doffe klap in het slot heeft geworpen. 'Fysiek kun je je niet beschermen tegen een atoombom, alleen tegen de straling.'

Toch diende de in 1969 gebouwde atoombunker in Rijswijk niet als schuilplaats voor het gewone volk, maar als commandopost van de 'BB'. De dienst Bescherming Bevolking lichtte Nederland voor en stond paraat bij een kernaanval of andere rampspoed.

Foto Freek van den Bergh
Het verbindingscentrum. Foto Freek van den Bergh

De paar honderd schuilplaatsen die Nederland vermoedelijk telde toen de dreiging van een Koude Oorlog op zijn grootst was, waren bij lange na niet genoeg om alle burgers een veilig heenkomen te bieden. Toen niet, nu niet.

Volgens Smid is dat ook niet wat de regering met het aanleggen van de bunkers heeft beoogd. 'Het idee is altijd geweest dat je jezelf thuis in veiligheid bracht. Dat geldt nog steeds.' De folder Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf, waarin mensen het advies kregen om bij gebrek aan een kelder onder de trap of desnoods onder een 'schrijfbureau' te schuilen, heeft vijftig jaar later een digitale opvolger gevonden in de vorm van crisis.nl. De tips zijn onveranderd. Ramen en deuren gesloten houden, radio aan, genoeg eten en flessen water paraat.

zonnebloemen in de kantine. Foto Freek van den Bergh

129 schuilplaatsen

Naast het koninklijk huis beschikten vrijwel alle ministeries in de hoogtijdagen van de koudeoorlogsdreiging over een eigen noodzetel. Bunker-kenners als Smid en René Ros bezochten een aantal markante exemplaren. Smid: 'Het ministerie van Binnenlandse Zaken had een noodzetel van twee etages boven elkaar, heel indrukwekkend was dat. Maar die is door wateroverlast beschadigd geraakt.'

Ros houdt zich ook bezig met de schuilplaatsen die Nederland telt. Beter gezegd: telde. Hoeveel bunkers nog intact zijn, is onmogelijk te zeggen. Een centraal archief ontbreekt, het ministerie van Binnenlandse Zaken weet het evenmin. Op Forten.info komen Ros en andere vrijwillige onderzoekers tot 129 openbare schuilgelegenheden. Daarvan zouden er 42 nog bestaan en zijn er zeker 14 gesloopt. Hoe de 73 andere eraan toe zijn, weet Ros niet. Daarvoor zou hij er een kijkje moeten nemen - als hij tenminste de beheerder weet te achterhalen. Uit eerdere bezoeken bleek in wat voor een beroerde staat de meeste bunkers verkeren. Ze staan vol water, de schimmel woekert, deuren zijn voor eeuwig in het slot blijven zitten. Erin schuilen in geval van nood is niet te doen. En niet alleen omdat de wc-rol, die soms nog keurig in de houder hangt, is verworden tot een stuk perkament. De bunkers hebben geen prioriteit meer.

Zweedse bunkers

Op het Zweedse eiland Gotland worden de 350 atoombunkers aan een inspectie onderworpen. Niet vanwege de oorlogsretoriek vanuit Noord-Korea, maar als voorzorgsmaatregel na 'toenemende druk' in de regio. Verondersteld wordt dat de Zweedse regering daarmee doelt op een eventuele Russische aanval. Op het eiland in de Oostzee zijn Zweedse militairen gestationeerd. De bunkers kunnen 35 duizend personen herbergen.

In de commandopost in Park Overvoorde dokterde de BB uit hoe de bevolking zo min mogelijk pijn zou lijden van een atoomaanval. De bunker is zelfvoorzienend: er was voor twee weken voedsel, een dieselgenerator leverde stroom en het grondwater werd met een bronpomp opgepompt en gefilterd. Via meetpunten in de openlucht werd gemonitord of er gevaar dreigde. Zou de bom vallen, dan was binnen een paar minuten duidelijk hoeveel tijd de omliggende plaatsen hadden om hun inwoners in veiligheid te brengen. Met rode strepen is op een wandkaart een kernbom boven op het buurtschap Westerlee gesimuleerd. Smid: 'Binnen een uur kwam Delft in de problemen, Zoetermeer binnen drie uur. Dat lijkt heel wat, maar moet je voorstellen dat je nu 125 duizend inwoners in drie uur moet evacueren.'

Smid weet van de 'preppers'; lieden die noodrantsoenen aanleggen en de knijpkat altijd binnen handbereik hebben. 'Dat kan geen kwaad.' Maar hoewel hij de adviezen kan dromen, volgt hij ze niet op. 'Elke keer na een rondleiding neem ik me voor om blikken eten in te slaan. Maar dan kom ik thuis en denk ik: laat toch maar zitten.'

Aan alles is gedacht. Foto Freek van den Bergh