ColumnIonica Smeets

In mijn werk wilde ik alles zo eerlijk mogelijk delen. Tot ik een pleidooi hoorde voor de 70-20-10-regel

null Beeld

‘Relaties zijn nooit vijftig-vijftig. Soms zijn ze zestig-veertig, soms zijn ze tachtig-twintig. Soms zul jij die tachtig zijn, de andere keer ben jij de twintig. De sleutel is om dit te accepteren en daar vrede mee te hebben.’ Deze getalsmatige kijk op menselijke relaties las ik deze week in Win, de nieuwste thriller van Harlan Coben. Wijsheid kan soms op onverwachte plekken opduiken.

Van nature wil ik in vriendschappen alles het liefst zo eerlijk mogelijk delen. Zo weet ik bijvoorbeeld vrij precies wie er een lunch van me te goed hebben, omdat zij de laatste keer hebben getrakteerd. Ook als die laatste keer in 2007 was (ik zou willen dat ik hier een grapje maakte). Het zal mijn wiskundige achtergrond zijn, ik moest ook denken aan de cartoon waarbij een illusionist voor een zaal wiskundigen een meisje doormidden zaagt en het publiek boos schreeuwt: ‘Dat is niet precies het midden!’ Je hebt wel gelijk, maar je mist de magie als je op die manier denkt. In mijn menselijke relaties probeer ik steeds meer te accepteren dat het oké is als je niet allebei evenveel erin investeert, zolang je dat allebei prima vindt.

Ook in mijn werk wilde ik lange tijd alles zo eerlijk mogelijk delen. Als we in onze afdeling met acht mensen veertig afstudeerstages moesten begeleiden, dan leek het me vanzelfsprekend dat we er elk vijf deden. Tot ik een lezing zag van een manager die een pleidooi hield voor de 70-20-10 regel.

Als je op een uitvoerend niveau werkt, dan moet je 70 procent van je tijd besteden aan het soepel draaiend houden van je afdeling, 20 procent aan plannen maken voor de nabije toekomst en 10 procent aan het nadenken over de lange termijn. Dat klonk heel logisch en ik zat instemmend te knikken.

Maar toen ging de manager verder: degenen die een organisatie leiden, die moeten het precies andersom doen. Zij moeten dus juist 70 procent van hun tijd besteden aan een langetermijnstrategie, 20 procent aan de nabije toekomst en slechts 10 procent aan de dagelijkse praktijk. Daarmee kom je als organisatie het verst, aldus die manager dan.

Ik vroeg me af of dit overal zo werkte. Had Frank de Boer 70-20-10 moeten doen in plaats van 3-5-2? En waarom was de verdeling precies 70-20-10 en niet iets gezelligs met priemgetallen en palindromen zoals bijvoorbeeld 71-22-7?

Maar net als in het advies van Harlan Coben gaat het bij deze regel natuurlijk niet om de precieze getallen, maar om het idee erachter. De 70-20-10-regel liet me inzien dat ik als hoofd van onze afdeling veel meer tijd moet besteden aan vooruitdenken. Als ik daarnaast dan ook nog een heleboel afstudeerders begeleid, dan heb ik óf te weinig tijd voor mijn studenten óf te weinig tijd voor het uitdenken van een langetermijnstrategie. Dus nu begeleid ik wat minder studenten en besteed ik meer tijd aan het maken van plannen waarin we over vijf jaar nog meer en nog betere afstudeerstages hebben en vooral ook meer collega’s om die stages dan goed te begeleiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden