In het spiegelpaleis van Philip Roth

In het Zuid-Franse Aix-en-Provence gebeurde eind oktober iets uitzonderlijks. Twaalf critici uit verschillende landen wisselden er van gedachten over het werk van Philip Roth....

NOEM HEM GEEN 'Joodse Schrijver'. Van 'Jewish Writing', een van de talrijke afzonderlijke en nadrukkelijk afgebakende genres waarin de contemporaine Amerikaanse literatuur is verkaveld, maakt zijn werk geen deel uit. Wie het waagt dat toch te opperen of wie zich eenvoudig verspreekt en, kortheidshalve, zijn werk op één noemer wil brengen met dat van Saul Bellow en Bernard Malamud, kan op een scherpe terechtwijzing rekenen.

Maar noem hem evenmin gemakzuchtig of achteloos een 'American Writer', zonder nadere aanduiding. Nee, nee, zo simpel is het niet. Hij is geen 'American Writer' zonder meer: daar hoort een precisering bij.

Maar welke?

En hoe zorgvuldig moet je die onder woorden brengen om zowel de meester te behagen als je eigen hang naar redelijke beknoptheid?

Een van zijn secondanten - kenner van het werk, vriend van de auteur - formuleert het met een grap, geheel in overeenstemming met een zekere traditie, een traditie met een voorkeur voor de parabel boven de analytische definitie.

'Twee mannen lopen in New York over Fifth Avenue', vertelt de doorgewinterde Philip Roth-watcher grijnzend. 'Een van hen is een gebochelde. Ze komen ter hoogte van de grote synagoge en stoppen. ''Kijk'', zegt de een, ''de synagoge. I used to be a jew.''

''And I used to be a hunchback'', antwoordt zijn vriend.'

Vijftien seconden later - de tijd die de tolk nodig heeft om de grap te vertalen - schalt er een bevrijdende lach door het theater van de bibliotheek van Aix-en-Provence: gelukkig, die angel is eruit. En dat we nu met een paradox van heb ik u daar zitten opgescheept, mag niet deren: paradoxen, Fransen zijn er gek op.

Het is een uniek oeuvre, dat van Philip Roth: uniek in de Amerikaanse literatuur, uniek in de Amerikaans-joodse literatuur, uniek in de wereldliteratuur van de tweede helft van de twintigste eeuw - uniek in de wereldliteratuur tout court. Drieëntwintig romans en verhalenbundels en hoe-moet-je-ze-noemen boeken, waarin een schrijver op vrijwel negentiende-eeuwse wijze vertelt over bij uitstek twintigste-eeuwse gevoelens en ervaringen, onmiskenbaar Amerikaanse romans, die al even onweerspreekbaar wortelen in de grote Europese romantraditie. Het is het oeuvre van een ambitieuze schrijver, dat, zo gevarieerd als het is, een grote thematische eenheid vertoont.

Een oeuvre, bovendien, waarin de schrijver algauw met zichzelf en met zijn eigen boeken in gesprek raakte: vanaf het moment dat Philip Roth zo'n 25 jaar geleden zijn alter ego 'Nathan Zuckerman' introduceerde - spreek die achternaam uit alsof ze een vervoeging van het werkwoord 'to suck' is: zuigen, likken, afzuigen; met Duitse suiker heeft Zuckerman niks te maken; een 'sucker' is bovendien een parasiet - brengen zijn boeken zichzelf voort. Het is alsof hij op eigen houtje de 'zelf-reflexiviteit' uitvond, die even later karakteristiek zou gaan heten voor de 'postmoderne' roman, zij het dat je daar in zijn boeken niet voortdurend mee wordt lastig gevallen.

De ervaring van Philip Roth, dertig jaar terug de auteur van het scandaleuze Portnoy's Complaint, wordt die van Nathan Zuckerman, auteur van de al even geruchtmakende roman Carnofsky. Fictie en werkelijkheid, ervaring en verbeelding, ze lopen lustig door elkaar, buitelen over elkaar heen, raken verweven en verstrikt - en het aardige is: het doet er niet toe. Bij zo'n groot schrijver verdampt de vraag naar de realiteit, naar de mogelijke bron van al die verhalen: ze vormen een nieuwe werkelijkheid, en ook al lijkt die op de werkelijkheid van de schrijver zoals we die kennen of vermoeden, ze is te rijk, te complex en te boeiend om er de rekenliniaal van de reductionistische duiding naast te leggen.

Behalve voor sommige critici, dan - vooral Amerikaanse. Zij bleven, talrijke Zuckerman-boeken lang, zaniken over 'de schrijver achter het schrijvende personage', over wat er van Philip Roth in Nathan Zuckerman zat, wat van Portnoy's Complaint in Carnofsky. Dat begon Philip Roth kennelijk zo de keel uit te hangen dat hij in 1989 The Facts publiceerde, ondertiteld: A Novelist's Autobiography.

Niet dat het hielp: het boek is een virtuoze gedachtewisseling tussen de auteur en zijn hoofdfiguur, en daarmee opnieuw een grote schep zand in de ogen van lezers, academische of amateurs, die hom of kuit willen, die voor alles willen weten in welk dom en log genre het boek dat zij lezen, thuishoort. The Facts opent met een openhartige brief van Philip Roth aan Nathan Zuckerman - 'hè, eindelijk klaarheid', denkt de naar eenduidigheid tastende lezer opgelucht.

Maar het eindigt, na een spannende en wilde tocht door de 'feiten' van Philip Roth's biografie, compleet met verwijzingen naar de eerdere romans, in een tweede brief.

Dat is de brief die Nathan Zuckerman op zijn beurt aan Philip Roth meent te moeten schrijven: het personage spreekt terug, bemoeit zich eigengereid en zelfbewust met de schrijver en zijn levensverhaal.

Weg houvast.

Het doet enigszins denken aan Woody Allen's Purple Rose of Cairo, waarin Allen's alter ego uit het doek van een in de film vertoonde film stapt en de werkelijkheid binnenwandelt van de film die we op dat moment zien - zoals Philip Roth's werk overigens wel vaker doet denken aan dat van Woody Allen: zelfde type humor, zelfde soort melancholie.

The Facts dreef de verwarring van de reductionistische lezers op de spits - en wie voor zijn plezier leest, kon zijn lol niet op. 'And as he spoke I was thinking, the kind of stories that people turn life into, the kind of lives that people turn stories into', luidde het motto van The Facts.

Dat citaat kwam uit The Counterlife, een van de eerdere romans van Philip Roth. En het was een uitspraak van Nathan Zuckerman. Het spiegelpaleis dat hij had ingericht, kreeg er nieuwe wanden en daarmee weer nieuwe doorkijkjes bij. Wie verwarring vreest, was de klos; wie van lezen houdt, gezegend.

De jaren negentig zijn een mirakel in het levensverhaal en het oeuvre van Philip Roth. Had hij de jaren tachtig afgesloten met The Facts, meteen in 1990 al verscheen een roman van zijn hand met de in dit verband sarrende titel Deception ('Misleiding'), een jaar later volgde het aangrijpende relaas van de dood van zijn vader, Patrimony en sedertdien publiceerde Roth drie grote autonome romans, stuk voor stuk monumentaal en veelomvattend. Dat waren Operation Shylock in 1993, Sabbath's Theater in 1995 en American Pastoral weer twee jaar later.

Verleden jaar kwam daar het wat kleinere I Married a Communist bij - nu ja, 'kleiner': nog altijd meer dan driehonderd pagina's en ambitieuzer dan de Nederlandse romanproductie van een heel jaar bij elkaar. Intussen is het volgende boek al ter perse (het verschijnt in mei) en maakt Philip Roth zich op om in het nieuwe jaar aan zijn nieuwe roman te beginnen.

ALLE REDEN dus om van een explosie te spreken - en dat was precies wat de organisatie 'Les Écritures Croisées' van de 'Cité du Livre' in het Zuid-Franse Aix-en-Provence deed. Ze constateerde de ook in Frankrijk hoorbare en goeddeels zelfs leesbare ontploffing, trad in contact met de schrijver en slaagde erin hem over te halen zijn landelijke huis in Connecticut te verlaten en af te reizen naar Europa. Dat is op zichzelf al een klein wonder: Roth geldt als moeilijk toegankelijk voor dit soort fratsen en sedert zijn Europese avonturen in de jaren zeventig en tachtig is hij er moeilijk toe te bewegen de Atlantische Oceaan over te steken.

Maar het lukte. 'Voornamelijk doordat ik geen Engels spreek', giechelde de directrice van 'The Roth Explosion' desgevraagd. Al bijna twintig jaar organiseert zij 'Les Écritures Croisées', met opmerkelijke resultaten. 'Ik bel de schrijvers op, vertel hen wat ik wil en voordat ze goed en wel de spraakverwarring te boven zijn, hebben we een afspraak. Dan volgt de rest vanzelf.'

Afspraken gemaakt, tickets geregeld, in overleg met de auteur twaalf vooraanstaande critici uitgenodigd en samen met de universiteit van Aix-en-Provence een vijfentwintigtal studenten Amerikaanse literatuur geselecteerd voor een 'masterclass' met de meester zelf. De critici werden in panels onderverdeeld - Amerikanen, Europeanen en Fransen, want zoveel eenheid kan er in Europa niet zijn, of je houdt toch Europa én Frankrijk -, de studenten aan het lezen en deconstrueren gezet. Ze concentreerden zich op de jongste drie boeken, I Married a Communist niet meegerekend, want je kunt dan wel in Zuid-Frankrijk Amerikaanse literatuur studeren, die boeken lees je in het Frans.

Operation Shylock, dus, dat verwarrende en prikkelende boek waarin een dubbelganger van Philip Roth in Israël onder zíjn naam een lezingentournee houdt. Hij bepleit de terugkeer van de joden naar Europa, terug in de diaspora. 'Twintig eeuwen hebben we het er redelijk goed gehad en er de cultuur kunnen uitdragen die bij ons hoort', beweert hij ongeveer. 'Toegegeven, twaalf jaar lang heeft het wat tegen gezeten, maar wat is twaalf jaar op tweeduizend? En dan: wat moeten we hier in deze zandbak, waar we onmiskenbaar een nieuwe holocaust tegemoet gaan?'

'Echt gebeurd', zegt Philip Roth, de heldere ogen vol plezier, krantenknipsels bij de hand. Maar wat is echt, in de spiegelwereld van Nathan Zuckerman? Levens en tegenlevens, ze springen heen en weer - van het boek in de wereld in het boek, totdat er een boek in de wereld is, een boek waaraan wij ons kunnen uitleveren. Philip Roth - de echte, althans de Philip Roth in Operation Shylock - reisde af naar Israël, ontmoette zijn dubbelganger en was getuige van het proces tegen John Demjanjuk, de beul van de Oekraïne, waarbij de vraag centraal stond of die vent in het beklaagdenbankje de echte was of een ander.

De werkelijkheid lijkt soms op een boek van Philip Roth.

Soms? Al te vaak.

En Sabbath's Theater dan, die roman over de oude poppenspeler Mickey Sabbath met reumatische vingers, die één voor één zijn geliefden verliest? 'Either forswear fucking others or the affair is over': zo begin je een boek, zo begin je een requiem. Het is proza dat als een Mensch op je afkomt, bitter, rauw, maar intens ontroerend, honderden bladzijden lang. Wie het gaat lezen, is verloren - alle parmantige praatjes van geschokte Amerikaanse feministische critici ten spijt. Mickey Sabbath wordt een vriend, een reisgezel - een alter ego van de lezer.

American Pastoral, ten slotte, is de grote evocatie van de jaren zestig in Amerika - en Philip Roth's poging in het reine te komen met de consequenties van het maatschappelijke protest van die jaren. Wat moest er weg, wat moest er anders en wat ging er in een al te ruw gebaar ten onrechte mee verloren? 'What was wrong with their life?', schrijft Roth in de adembenemende slotzinnen van dat boek over een degelijk Amerikaans middle-class-gezin, dat ontwricht werd door de revolte die het einde van 'the American Dream' inluidde. 'What on earth is less reprehensible than the life of the Levovs?', de Levovs die staan voor alles wat het Amerika van Philip Roth's jeugd zo eindeloos zegenrijk maakte?

Dat was de stapel boeken; daar mochten de critici uit alle windstreken, geleerd of journalistiek, het vier dagen mee doen, daar mochten die 25 studenten hun tanden op stuk breken. Overdag in kleine, besloten bijeenkomsten, aan het eind van de dag en een groot deel van de avond in het amfitheater van de bibliotheek. Wie eraan deelnam kon bovendien een aantal films zien die Roth had uitgezocht - over de McCarthy-era, bijvoorbeeld, het onderwerp van I Married a Communist - en een concert horen met muziek van Amerikaanse componisten, Samuel Barber, Elliott Carter en Aaron Copland.

'Want we moeten natuurlijk wel een beetje om de culturele opvoeding van de Fransen denken', grapt Roth.

Drie continenten over een oeuvre, over drie boeken uit een oeuvre: zelden zal duidelijker geworden zijn hoezeer drie culturen van elkaar kunnen verschillen.

Geef een Fransman, hoogleraar, filosoof, dagbladcriticus of student, een boek van Philip Roth en hij heeft een probleem. Vier decennia deconstructivistische literatuurkritiek zijn de gedisciplineerde lezers daar niet in de koude kleren gaan zitten. Als, op de eerste avond, twee hoogleraren Amerikaanse literatuur en de filosoof Alain Finkielkraut onder leiding van Josyane Savigneau, critica van Le Monde, zich over de drie geselecteerde boeken buigen, gaat het algauw over de roman-roman en de vertoog-roman, over de wereld en de wereld in woorden, over de tekst en het verhaal.

Philip Roth, in het centrum van de voorste rij van het theater geposteerd, kijkt er van op: zo had hij zijn verrichtingen nog niet eerder benaderd. 'Hier valt veel op te steken', fluistert hij zijn buurman in het oor. Sabbath's Theatre is Le Théâtre de Sabbath, zoals American Pastoral transformeert in Pastorale Américaine. Daarmee is veel, zo niet bijkans alles gezegd.

Een boek is een tekst is een autonome, gesloten wereld, die slechts op papier bestaat. Ontroering en plezier, ja, zelfs verbeelding en evocatie, het zijn allemaal lokale en uiterst subjectieve begrippen, waar een Frans criticus die zichzelf serieus genomen wenst te zien, niks mee te maken wil hebben. Wat we hebben zijn woorden, zijn zinnen: we bekijken het proza.

Prozaïscher kan het nauwelijks. De Amerikaanse critici, te midden van hun Europese collega's op de voorste rij in het theater, houden zich een half uur lang goed, maar ontsteken dan in verbijsterd gefluister, in licht hysterisch gegiechel dat allengs luidruchtiger wordt. Als de Nederlandse criticus, weliswaar opgevoed met de rug naar Europa maar inmiddels vaak genoeg omgedraaid en teruggelopen, probeert te interveniëren, is het hek van de dam. Niks geen bruggenhoofd tussen Frankrijk en de Verenigde Staten, en op een poging tot verzoening van standpunten zit in een discussie met de Amerikanen geen Fransman te wachten.

Ook de studenten laten zich niet onbetuigd. Kan het zijn, oppert een hunner, dat de achternaam van het belangrijkste personage in Symphonie Américaine, 'Levov', een schalkse verwijzing bevat naar het kabbalistische 'Lev', dat 'huid' betekent, wat weer mooi uit zou komen, omdat de Levovs in het boek een handschoenen-fabriek hebben.

'Kan zijn', mompelt Roth, 'behalve dan dat ik dat niet wist, want ik ken geen Hebreeuws. En de enige huid waar ik tijdens het schrijven weleens aan denk, is de voorhuid.'

Als de Amerikaanse critici en Roth-kenners de impasse trachten te doorbreken en uitbundig wijzen op het reële karakter van Roth's werk - Newark bestaat echt en je hebt er nogal wat joden - zitten de Fransen beteuterd te kijken. 'Het realisme is dood, weet u', stelt de geleerdste hunner. Roth's boeken kunnen dus onmogelijk louter over Amerika gaan, over joden in Newark. En zegt hij nu zelf niet de hele tijd dat hij geen 'Jewish American Writer' is?

Vraag vanaf de bankjes der critici, uit de mond van een der Europese critici.

'Akkoord, geen ''Jewish American Writing''. Maar had Mickey Sabbath, had Seymour ''the Swede'' Levov, ook niet-joods kunnen zijn? De schrijver is immers de baas, hij is de schepper van zijn personages en kan alle kanten uit, hij is de god in zijn eigen universum.'

Lichte huivering onder de toehoorders, zowel die in de zaal als die achter de tafel, als ook die op de voorste rij.

Philip Roth staat op, wandelt met een peinzende blik op zijn gezicht naar de microfoon.

'I used to be God', zegt hij. 'En dus weet ik dat ze evengoed niet-joods hadden kunnen zijn.'

Even houdt hij in, om er vervolgens aan toe te voegen: 'Maar dan had ik die boeken niet kunnen schrijven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden