CO2 borrelt omhoog in zeewater op een van de onderzochte locaties.
CO2 borrelt omhoog in zeewater op een van de onderzochte locaties. © Ivan Nagelkerken

In door CO2 verzuurde oceaan holt de biodiversiteit achteruit

In een verzuurde oceaan verdringt een klein aantal vissoorten de rest, waardoor de biodiversiteit achteruit holt. Dat blijkt uit onderzoek dat wetenschappers van onder meer de universiteit van Adelaide publiceren in Current Biology.

CO2 veroorzaakt meer dan alleen opwarming: wanneer het oplost, verhoogt het de zuurtegraad van water. Vermoedelijk gaat het zeeleven hiervan hinder ondervinden, maar hoeveel is lastig te zeggen. De effecten op vissen werden tot nu toe vooral bestudeerd in aquaria met individuele soorten. Wat anders is dan de natuurlijke situatie, waarin ook voedsel, roofdieren en concurrenten een rol spelen.

Verandering van leefgebied

Vissoorten die normaal gesproken al domineren, waren nog dominanter

Tijd om een meer natuurgetrouwe situatie onder de loep te nemen, meenden de Australische onderzoekers. Op een rotsachtig rifsysteem nabij Nieuw Zeeland bestudeerden ze een plek waar het water van nature zuurder is door CO2-uitstotende vulkanische uitlaten. De soortenrijkdom onder bodemvissen bleek hier lager dan in omringende gebieden. Vissoorten die normaal gesproken al domineren, waren nog dominanter, terwijl zeldzamere vissoorten nog minder voorkwamen.

Dat komt volgens de onderzoekers mede door de verandering van het leefgebied, doordat turfalgen profiteren van verhoogde CO2-concentraties, ten koste van het zeewier kelp. Uit laboratoriumexperimenten blijkt dat de dominante vissoorten deze turfalggebieden sneller bezetten dan hun concurrenten, doordat ze agressiever zijn en gemakkelijker hun dieet aanpassen. Ook komen de roofdieren die deze soorten in bedwang houden er minder voor, vermoedelijk door het verdwijnen van het beschuttende kelp.

Gevoelig voor verstoringen

Wat hen betreft is dit onderzoek dan ook een waarschuwing voor wat er mogelijk op stapel staat voor het oceaanleven

Zo'n soortverarming zorgt niet alleen voor monotone duikervaringen, maar maakt ecosystemen ook gevoeliger voor verstoringen, stelt Ivan Nagelkerken, eerste auteur van de publicatie. In dat geval is er veel meer ecologische schade als één soort wordt getroffen door bijvoorbeeld ziekte of vervuiling. Er ontbreken immers andere soorten om in te springen en ecologische functies op te vullen.

Volgens Arthur Bos, marien bioloog aan de Amerikaanse Universiteit in Caïro, is de schaalvergroting in de studie een 'stap in de goede richting'. Het blijft echter onmogelijk om conclusies voor de hele oceaan te trekken. Dat zegt ook Mardik Leopold, marien bioloog aan de Universiteit van Wageningen. De bestudeerde gebiedjes en vissoorten zijn volgens hem weinig representatief voor andere delen van de oceaan. Volgens Leopold moet je ook evolutie niet uitvlakken: mogelijk kunnen vissen zich aanpassen aan de verzuring.

Nagelkerken onderschrijft de kanttekeningen, maar merkt op dat de gevonden resultaten passen bij een veelvoorkomend ecologisch principe. Het is als met muizen in de stad, zegt hij. Dieren die zich snel vermenigvuldigen en flexibel zijn, doen het vaak goed in uitdagende omstandigheden, terwijl minder algemene dieren juist achteruitgaan. Dat klopt, zeggen zowel Bos als Leopold. Wat hen betreft is dit onderzoek dan ook een waarschuwing voor wat er mogelijk op stapel staat voor het oceaanleven.