In de Frogertjes schuilt Calvijn

Hoe kon een relatief kleine groep als de calvinisten zo’n zwaar stempel drukken op de Nederlandse samenleving? Historici hebben daar verschillende verklaringen voor.

Nederlanders zijn calvinisten, zo heet het: sober, somber, ingetogen, wars van pronkzucht, wetende dat de mens ten diepste zondig is en tot het kwade geneigd. Maar is Nederland nog wel zo calvinistisch? Is het onderhand niet één grote partytent waar de psalmen allang zijn verdreven door vuilbekkende hiphop en zorgeloze Sky Radiomuziek? Waar de mensen allang niet meer nietig zijn in het aangezicht van een almachtige God, maar juist het stralende middelpunt vormen van hun eigen, hoogst individuele universum?

Van het calvinisme is veel verdwenen, zegt George Harinck, hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit en directeur van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, zelf lid van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Hij ziet het ook in de protestantse wereld: de donderpreek wijkt voor de jubelende verkondiging van het evangelie, de sombere predestinatieleer voor een blijmoedig geloof in Jezus die zelfs de grootste zondaar kan redden.

Toch is er nog altijd heel veel calvinisme in de Nederlandse samenleving, meent Willem Frijhoff, emeritus-hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit, zelf katholiek. ‘Neem alleen al het beleid van het huidige kabinet: dat is doortrokken van calvinistisch pessimisme’, zegt hij. ‘We moeten alle burgers controleren, anders wordt het een puinhoop. Het elektronisch kinddossier met zijn negenhonderd vragen vind ik daar een goed voorbeeld van. Elk kind moet worden gered, elk kind loopt gevaar, en dat kun je al zien aan het schaamhaar.’

Dit jaar is het 500 jaar geleden dat Johannes Calvijn werd geboren. Vooral in de protestantse wereld wordt dit jubileum uitgebreid herdacht met symposia en herdenkingsboeken. Volgende week houdt de Vrije Universiteit een Calvijnweek, waarin volop zal worden nagedacht over de erfenis van de Franse hervormer.

Het calvinisme leent zich voor knoestige typeringen, die zelden positief bedoeld zijn. Calvinisten worden steevast omschreven als steil, grauw, humorloos en intolerant. Toch wordt het aantal calvinisten aan het begin van de 17de eeuw geschat op slechts 10 procent van de bevolking. Hoe kan zo’n kleine groep zo’n zwaar stempel op de samenleving drukken?

Historici hebben daar grofweg twee verklaringen voor. Volgens sommigen zijn de karaktertrekken die doorgaans als ‘typisch calvinistisch’ worden bestempeld, eigenlijk ‘typisch Nederlands’. Volgens anderen waren de calvinisten lange tijd zo invloedrijk, dat andere groepen, zoals de katholieken en later de socialisten, calvinistische trekjes hebben overgenomen.

Zo hadden strenge socialisten voor de Tweede Wereldoorlog een hekel aan alcohol en dansten socialistische jongeren rond de meiboom als tegenwicht voor de verdorven ‘moderne’ massacultuur. Ook het Nederlandse katholicisme was lange tijd streng en puriteins, niet in de laatste plaats omdat de katholieken zich een belaagde minderheid voelden in een protestants land.

Typisch Nederlands
George Harinck neigt naar de eerste verklaring. ‘Eigenschappen als soberheid of ingetogenheid zou ik eerder typisch Nederlands willen noemen’, zegt hij. ‘Nederland was een burgerlijke samenleving zonder hofcultuur. In Frankrijk was het hof van Versailles met al zijn pracht en praal het grote voorbeeld. Het mooiste hof in Nederland was Het Loo. In internationaal perspectief is dat niet meer dan een aardig buitenhuis.’

Willem Frijhoff neigt meer naar de tweede verklaring: katholieken en andere groepen hebben elementen uit de calvinistische cultuur overgenomen. ‘Het is wel een lastige vraag. De egalitaire inslag van de Nederlandse samenleving bijvoorbeeld heeft duidelijk wortels in het calvinisme. Voor de calvinisten zijn alle gelovigen gelijk, terwijl het katholicisme veel hiërarchischer is. Maar anderzijds was de Nederlandse samenleving al voor de Reformatie betrekkelijk egalitair.’

Waarschijnlijk is er sprake geweest van een wisselwerking, denkt Frijhoff. Vanwege hun egalitaire traditie waren de Nederlanders ontvankelijk voor de Reformatie, die zich verzette tegen het autoritaire en hiërarchische karakter van de Rooms-Katholieke Kerk. Maar vervolgens hebben de calvinisten het ‘horizontale gedragspatroon’ in de Nederlandse samenleving verder versterkt.

In de boeken van Jan Wolkers en Maarten ’t Hart werd het gereformeerde geloof geportretteerd als bekrompen en intolerant. Maar curieus genoeg is juist de gewetensvrijheid de belangrijkste bijdrage van het calvinisme aan het Nederlandse erfgoed, vindt zowel Harinck als Frijhoff.

Het calvinisme van de 16de en 17de eeuw was op dit punt opmerkelijk dubbelzinnig. Tijdens de Opstand tegen Spanje werden de calvinisten machtig omdat zij het best georganiseerd waren en de meeste offers wilden brengen. Veel calvinisten vochten voor een theocratisch ideaal, een waarlijk protestantse staat.

Calvijn zelf had grote invloed op het stadsbestuur van Genève, waar mensen werden vervolgd wegens het verkondigen van ‘valse’ denkbeelden. Hij had in Genève de Consistoire ingesteld, een reformatorische variant van de Spaanse Inquisitie. Ook had hij een belangrijk aandeel in de arrestatie en executie van de Spaanse theoloog Michael Servet, die de Drieëenheid van God, Christus en de Heilige Geest bestreed.

De calvinistische leer legde aan de andere kant grote nadruk op gewetensvrijheid. Geloof berustte op de persoonlijke verhouding tussen het individu en God. Daarom konden mensen niet met geweld worden bekeerd. Afgedwongen geloof was van nul en generlei waarde. In de Republiek woog de gewetensvrijheid zwaarder, omdat de liberale protestanten – zoals Willem van Oranje – sterker waren en het de calvinisten niet lukte hun theocratische idealen door te drukken.

‘Slechts een klein deel van de bevolking was calvinistisch’, zegt George Harinck. ‘De Pilgrim Fathers, Engelse protestanten die naar Nederland waren gevlucht, vertrokken in 1620 weer naar Amerika, omdat ze Nederland veel te losbandig vonden. Vooral Amsterdam vonden ze verschrikkelijk. Tijdens de Synode van Dordrecht van 1618 klaagden Engelse bezoekers over de braspartijen die ze overal in de stad zagen. Ook verbaasden ze zich over het feit dat de winkels op zondag open waren.’

In de meeste Europese landen was de kerk een staatskerk: de vorst bepaalde wat zijn onderdanen moesten geloven. Maar in de Republiek heerste gewetensvrijheid, zegt Harinck. ‘Mensen met verschillende overtuigingen leefden naast elkaar.’

Pluspunt
Ook Frijhoff ziet die gewetensvrijheid als ‘het grote pluspunt’ van het calvinisme. ‘Het idee werd ook overgenomen door andere groepen. In 1685 herriep de Franse koning het Edict van Nantes. De protestantse Hugenoten moesten katholiek worden of uit Frankrijk vertrekken. Overal in de Republiek werden collectes gehouden. Ook katholieken gaven geld. De gewetensvrijheid vonden zij een groot goed.’

In andere landen werd de ware godsdienst wettelijk vastgelegd. In de Republiek was het calvinisme weliswaar het ‘ware’ geloof, maar andere kerken werden gedoogd. Gewetensvrijheid was overigens een rekbaar begrip. Van strenge calvinisten mocht iedereen binnenshuis geloven wat hij wilde, als het maar verborgen bleef voor de buitenwereld.

De regels verschilden per stad en per periode. Als de ‘preciezen’ in het stadsbestuur de overhand kregen, werden de regels aangescherpt'; als de ‘rekkelijken’ domineerden, werden de teugels gevierd. ‘Voor niet-calvinisten was het altijd aftasten’, zegt Frijhoff. ‘Moest je een kerk bouwen als Onze Lieve Vrouwe op Solder in Amsterdam, waar je van buiten niet kunt zien dat het een kerk is? Of was er meer mogelijk? Mocht je naast de kerk een winkeltje openen waar rozenkransen, kruisbeelden en bidprentjes werden verkocht? Calvinistische predikanten fulmineerden daartegen.’

Na de Bataafse Omwenteling van 1795 verloren ook de calvinisten hun publieke status. Voortaan bemoeide de staat zich niet langer met de kerk. Paradoxaal genoeg werden de kerken hierdoor alleen maar sterker. In Nederland waren de kerken van de gelovigen zelf. Als die ontevreden waren – dat gold althans voor de protestanten – scheidden zij zich gewoon af om een nieuwe kerk te beginnen. Zo hielden de lidmaten een sterke binding met hun eigen kerk. Nederland werd tot de jaren zestig dan ook gezien als een van de meest religieuze Europese landen.

Sindsdien is de maatschappelijke rol van religie sterk afgenomen. Maar een historicus ziet de sporen nog overal, zegt Frijhoff. Zelfs op plaatsen waar je ze het minst vermoedt, zoals op de commerciële televisie. Bij een programma als Hart voor Nederland, waarin Wendy van Dijk de wensen van arme of hulpbehoevende Nederlanders vervulde. Of bij René en Natasja Froger, die een maand lang van een minimuminkomen moesten leven. Met een beetje fantasie herken je er een moderne versie van Simon Schama’s Overvloed en Onbehagen in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden