InterviewHoogleraar geschiedenis Klaas van Berkel

Illusies kunnen in de wetenschap en in een mensenleven ook ‘heel mooie dingen opleveren’

Tot zijn eigen verbazing stelt hoogleraar geschiedenis Klaas van Berkel bij zijn emeritaat vast dat hij zich de afgelopen dertig jaar vooral met illusies heeft beziggehouden.

De Amerikaanse president Woodrow Wilson (midden) in 1919, over wie Schulte Nordholt een biografie schreef. Beeld Hollandse Hoogte / Glasshouse Images

Als een hoogleraar bij zijn emeritaat tot het besef komt dat zijn wetenschappelijk werk in belangrijke mate uit illusies heeft bestaan, kan dat als een erkenning van de vergeefsheid der dingen worden opgevat. Zeker als die hoogleraar ruim dertig jaar geleden zijn oratie al afsloot met de zin: ‘Wat is de cultuurgeschiedenis trouwens anders dan de geschiedenis van illusies.’ 

Maar Klaas van Berkel (66), de hoogleraar in kwestie, geeft daarmee geen uitdrukking aan somberheid, vreugdeloosheid of cynisme. Integendeel: illusies kunnen in de wetenschap en in een mensenleven ook ‘heel mooie, prettige en nuttige dingen opleveren’. In zijn geval een lange reeks publicaties die misschien niet zouden zijn geschreven als hij zich had laten ontmoedigen door het besef dat volledigheid een onbereikbaar streven is. ‘Illusies kunnen ook bouwstenen van beschaving zijn.’ 

Vorige week ging Van Berkel, hoogleraar geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, met emeritaat. Tezelfdertijd verscheen een bundel met opstellen over functionele illusies in de wetenschap. ‘Ik heb mij er zelf enigszins mee verrast: ik was mij er helemaal niet van bewust dat dit de rode draad was in mijn academische werkzaamheden.’

Noemt u eens zo’n functionele illusie?

‘Dat de universiteit een academische gemeenschap is bijvoorbeeld. In die verwachting ben ik echt teleurgesteld. Als geschiedschrijver van de Groningse universiteit nam ik kennis van de hooggestemde idealen waarmee hoogleraren en studenten tijdens de Duitse bezetting uitdrukking gaven aan hun verlangen naar een betere toekomst. Er werd gesproken over ‘de geest van Ter Apel’, een verwijzing naar de academische conferentie die daar in 1940 was belegd. Van dat elan was na korte tijd niet meer zoveel meer over. De huidige universiteit zie ik dan ook niet als academische gemeenschap.’

Wat is ze dan wel?

‘Een soort tredmolen waarin onderzoekers van het ene project naar het andere rennen. Ikzelf verkeerde in de gelukkige omstandigheid dat ik sinds 2000 ten minste de helft van mijn tijd aan onderzoek heb kunnen besteden. Maar dat is mijn jongere collega’s niet vergund. Op hen gaat de verplichting om fondsen voor nieuw onderzoek te verwerven steeds zwaarder drukken. Het komt vaak voor dat het ene project niet goed kan worden afgerond omdat het andere zich alweer aandient. Er is een moordende competitie gaande tussen heel goede en net iets betere onderzoekers. Wetenschappers die zichzelf of hun onderzoek niet goed kunnen verkopen, leggen het af in dit krachtenspel. In de wetenschap zoals die nu wordt beoefend, is de teleurstelling ingebakken.’

Maar is dat ook niet eigen aan wetenschap? De doelen die onderzoekers zichzelf stellen zijn bijna per definitie onbereikbaar.

‘Zeker. Dat heb ikzelf ondervonden bij de wetenschappelijke biografie: die doet maar zelden recht aan de complexiteit van de gebiografeerde. In die zin is de biografie bij uitstek een illusie. De ware biografie zou een uitputtende chronologie van gebeurtenissen zijn: en toen, en toen, en toen. Maar daarmee zou je niemand een plezier doen. De auteur maakt dus een uitsnede van een leven, maar creëert daarmee een schijneenheid.’

Klaas van Berkel, hoogleraar Geschiedenis na de Middeleeuwen Beeld Harry Cock

De biografie is dus ‘geen onschuldig genre’, schrijft u in uw boek.

‘Daarmee heb ik willen zeggen dat de auteur zichzelf bijna onontkoombaar in de biografie schrijft. Als auteur claim je een plaats in een politieke of intellectuele traditie die door de hoofdfiguur van een biografie wordt belichaamd. Zo is Jan Willem Schulte Nordholt, die ik overigens zeer hoog acht, alomtegenwoordig in zijn biografie van de Amerikaanse president Woodrow Wilson. Op het onbeschaamde af. Hij legde sterk de nadruk op het christendom en de poëzie als inspiratiebronnen voor Wilson. Simpelweg omdat dit kwaliteiten waren waarmee Schulte Nordholt zich kon vereenzelvigen. In dit geval heeft het goed uitgepakt, maar het is een riskante onderneming.’

Zou u ook de natuurwetenschap als illusoir kenschetsen?

‘De natuurwetenschap heeft zich er al ten tijde van Galilei bij neergelegd dat de vraag ‘wat betekent de wereld?’ onbeantwoordbaar is. De eeuwen daarvoor, toen geloof en wetenschap nog onlosmakelijk met elkaar waren verbonden, was dat nog de kernvraag. Niet: hoe werken de krachten in de natuur, maar: wat is het bezielde verband van dit alles. Die fundamentele vraag is allang niet meer aan de orde. In die zin zijn we vergeten wat de vraag was die de studie van de natuur oorspronkelijk inspireerde.’

Klaas van Berkel, Een en al illusies. Cultuurhistorische opstellen. Uitgeverij Prometheus, 24,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden