'Ik wil tot de verbeelding van de lezer spreken' MARIA STAHLIE VOERT PERSONAGES STAP VOOR STAP HUN REALISTISCHE WERELD UIT

'Ik wil tot de verbeelding van de lezer spreken' MARIA STAHLIE VOERT PERSONAGES STAP VOOR STAP HUN REALISTISCHE WERELD UIT..

0 EN ETAGE boven een winkelpand in de Amsterdamse Pijp. Woon- en werkruimte van Dick Schouten en Maria Stahlie. Neerlandici. Schrijvers. Hij verwierf de doctorstitel met een studie over zestiende-eeuwse 'cluchtboecken', zij liet de neerlandistiek definitief varen (Dick: 'Terwijl ze toch cum laude was afgestudeerd') toen bleek dat ze nogal cynisch werd van het recenseren, dat ze een tijdlang voor Vrij Nederland deed. Binnen een jaar gaf ze er de brui aan.

Tijdens het schrijven van kritieken dreigde haar het lachen te vergaan. Terwijl ze juist zo van grappen hield. Toen ze zelf verhalen ging schrijven - 'een verademing, alsof ik thuisgekomen was' - had het virus van de humor zich van de weeromstuit zo krachtig door haar teksten verspreid dat sommige voormalige collega's-critici er niet goed van werden.

'Melig' vonden zij Unisono, haar debuut. 'Bij nader inzien', zegt ze nu, 'was het een tamelijk riskant boek, omdat ik er volstrekt ongepantserd van uitging dat iedereen van nature eigenlijk 't liefst onafgebroken grapjes maakt. Dat was voor mij zo vanzelfsprekend. Het was een van de grotere teleurstellingen in mijn leven dat dit niet het geval bleek.

Ze leerde snel, nam meer afstand tot zichzelf en haar personages, besteedde meer aandacht aan de compositie en vergrootte haar literaire kennis (die in haar studie had geleid tot een doctoraalscriptie over het zogenoemde 'Revisor-proza') door verderweg gelegen regionen met een bezoek te vereren. Dick: 'Via mij de Nederlandse Middeleeuwen, oudere literatuur.' Maria: 'Dick is de erudiet van ons tweeën.'

Dat Dick Schouten en Maria Stahlie - het pseudoniem blijkt de naam van haar moeder te zijn - een wel heel bijzondere literaire tweeëenheid vormen, wordt tijdens het gesprek regelmatig en liefdevol bevestigd. Als kenner van Maria's werk mag Dick graag bijspringen als het gaat om moeilijke theoretische vragen die ook dit oeuvre onvermijdelijk aan de beschouwer stelt, terwijl Maria die beker - 'o nee, komen we toch nog bij de Grote Levensvragen uit' - het liefst aan zich voorbij laat gaan. Mild merkt zij op: 'Ik laat Dick altijd graag praten.'

Er is overduidelijk sprake van een eensgezindheid die herinneringen aan andere schrijversparen in het verleden oproept: Lucretia van Merken en Nicolaas van Winter, Carel Scharten en Margot Antink (in de thrillers van Rinus Ferdinandusse versmolten tot het personage van de speurder Schartenantink), Henriëtte Roland Holst-van der Schalk en Richard Nicolaüs Roland Holst, Betje Wolff en Aagje Deken. En wie moet, in het huidige tijdsgewricht, niet denken aan Leon de Winter en Jessica Durlacher, A.F.Th van der Heijden en Mirjam Rotenstreich, Willem Jan Otten en Vonne van der Meer? Geïnteresseerden in 'de man of de vrouw achter de schrijver' zullen ongetwijfeld nog vele andere voorbeelden kunnen noemen.

Maar echtpaar of niet, de zeven boeken die Maria Stahlie sinds 1987 heeft gepubliceerd, zijn onvervreemdbaar haar eigen, strikt persoonlijke aangelegenheid. Haar werk is, om met Arjan Peters te spreken (die er in de Volkskrant over schreef), 'een ongebruikelijk oeuvre-in-uitvoering'. Met elke aflevering biedt het de lezer zowel nieuwe als vertrouwde dingen. Dezelfde namen duiken op (bijvoorbeeld die van, uiteraard, Dick Schouten, of Maud Labeur, voor overigens zeer verschillende personages). Dat zijn 'plaagstootjes' waarvan Maria Stahlie houdt. Ze mag graag een beetje spelen met de lezer.

'Een beetje pesten' noemt ze dat, en als ze dat zo zegt, zit je al niet meer tegenover de volwassen Amsterdamse Madelien Tolhuisen (zoals ze werkelijk heet), maar tegenover de schrijfster Maria Stahlie, of een van haar literaire vermommingen, het personage Maud Labeur bijvoorbeeld, dat zich nu eens als 10-jarige wildebras, dan weer als doodsbenauwde, maar ijselijk kalme hypochonder (in De sterfzonde) doet gelden.

Wie is de echte Maria Stahlie?

Die zit even verscholen in haar boeken als de schrijfster in de sound and the fury van alledag, waarmee ze het liefst zo weinig mogelijk te maken heeft. 'Toch', zegt Dick, 'is ze, als het moet, heel nuchter en praktisch.'

Aan het letterlijk-autobiografische heeft ze geen boodschap. Het gaat haar om de fantasie, 'hoe de verbeelding werkt'. Het gaat haar om de toon die ze met haar verhalen componeert en die in al haar boeken met steeds wisselende ritmes klinkt. Die toon draagt bij aan het idee dat dit werk 'een ongebruikelijk oeuvre-in-uitvoering' is. En een verrassing voor de lezer is het dat er boek na boek zovéél te voorschijn komt, iets wat voor de schrijfster zelf ook een verrassing is, want wat er tijdens het schrijven allemaal gebeurt, weet zijzelf van tevoren ook maar tot op zekere hoogte.

Ze begint niet met een onderwerp, een 'thema', ze begint met wat 'plotlijntjes'. En al wapent ze zichzelf met het klimmen der jaren wat meer, met schema's en zelfs door 'onderzoek' te doen, ze moet het hebben van de 'vondsten' die haar tijdens het schrijven in de schoot vallen. 'Dan', zegt ze, 'ontstaan er patronen, tegenstellingen, overeenkomsten, dwarsverbindingen, die alles in beweging zetten, die het doen wervelen. Dan ontstaat er een compositie, een weefsel, vallen de dingen op hun plaats en krijgen ze betekenis. Dat is niet iets wat je van tevoren kunt verzinnen. Ik tenminste niet.

'Ik wil tot de verbeelding van de lezer spreken', voegt ze eraan toe. 'De ontvankelijke lezer. Ik wil niet zijn geweten aanspreken, of zijn verstand, ik wil zijn fantasie aanspreken. Door het boek moet er een ontmoeting plaatsvinden tussen de verbeelding van de lezer en die van de schrijver. Ik hecht eraan een nieuwe wereld te maken en daarbij heb ik er een voorkeur voor te beginnen met iets vertrouwds. Ik hou ervan personages in een vertrouwde omgeving neer te zetten. Ze kunnen moeder zijn, getrouwd, het kan niet schelen wat, als het maar zo realistisch is dat de lezer zich onmiddellijk thuis kan voelen.

'Als ik, om een groot woord te gebruiken, talent heb, dan is het het talent om een driedimensionale wereld te scheppen, met personages van vlees en bloed. Alsof je ze kunt aanraken. Aanraakbaar. Ze moeten aanraakbaar zijn. Echt. En dan voer ik, stap voor stap, die personages hun realistische wereld uit, zodat ze in sferen komen waar bijvoorbeeld het mythische de maat is, of het excessieve, excessief gedrag, zoals het afzagen van een hoofd in Honderd deuren.

'Doordat ik stap voor stap te werk ga, wordt zulk gedrag voor de lezer, hoop ik, aanvaardbaar, normaal. Want, en daar gaat het om, pas als je de grens van de realiteit overschrijdt, kom je tot ongewone, andersoortige inzichten. Die zijn je niet vergund, als je aan het realistische oppervlak blijft.'

Dan gaan betekenissen schuiven? 'Dan gaan betekenissen schuiven. Als realiteit en verbeelding door elkaar gaan lopen, veranderen de dingen die we voor vanzelfsprekend hielden. Dan zie je dat niets vaststaat. Dat begrippen, ideeën, voorstellingen meer kanten hebben dan je aanvankelijk dacht. Dat is wat je wilt laten zien, in de vorm van een bepaalde ontwikkeling, en dat is voor mij belangrijker dan een verhaal dat je kunt samenvatten. Nabokov heeft gezegd dat je, als je Madame Bovary samenvat als een aanklacht tegen de bourgeoisie, dat boek verschrikkelijk tekortdoet. Zo wil ik niet dat een boek van mij samengevat kan worden.

'Eerlijk gezegd hoop ik dat dit voor mijn hele werk opgaat, dat het één geheel is, één levend organisme, één ademend geheel. Dat het niet óver iets gaat, maar dat het iets ís. Dus als mensen mij tijdens lezingen vragen waarover een boek van mij gaat, vind ik het verschrikkelijk moeilijk daarop antwoord te geven. Dat lijkt reuze aanstellerig, maar het is niet anders.'

Ontwapenend blijft haar werk doordat ze het naïeve, kinderlijke en onschuldige na de teleurstelling van haar debuut niet heeft prijsgegeven. Ze verpakt het alleen beter. Ze hangt het op aan kinderen, die in haar boeken even 'volwassen' personages zijn als de grote mensen.

Het is nog niet geconstateerd, of ze reageren beiden als uit één mond: 'Ha, de 10-jarige.' Kennelijk iets wat in huize Schouten-Stahlie als een gemeenschappelijk geheim wordt gekoesterd. Maria: 'Tien jaar. Dat is voor mij een magische leeftijd. Daarmee kan ik de ideale toon pakken. Op die leeftijd heeft een mens verstand genoeg om goed te kunnen nadenken, maar is hij nog niet gevoed door twintig jaar onderwijs, kranten lezen en weet ik wat. Heeft hij nog een frisse, of beter: een vergezochte kijk.'

Wordt die door steeds meer ervaring en zelfs 'research' niet bedreigd? 'Nou ja', zegt ze, 'een zwaktebod is dat laatste wel. Ik doe het om iets zekerder van mezelf te zijn. Ik ben niet echt een erudiet mens. Ik moet het toch meer hebben van mijn verbeelding dan van mijn kennis en daarom zoek ik, als ik me op moeilijke paden begeef, dingen uit.'

Deed ze dat ook met De sterfzonde, waarin door de hypochondrische Maud Labeur een hele reeks 'kandidaatsziekten' over de lezer wordt uitgekieperd? 'Nee', zegt ze, 'ik wil niet zeggen dat ik de medische encyclopedie uit mijn hoofd ken, maar alles wat ik heb gelezen, voegde niet veel toe aan wat ik al wist.'

Ze kent het fenomeen uit eigen ervaring. 'Sinds mijn drieëntwintigste. Ik weet het nog precies. Ik zat op de stoep van de Bijenkorf op Dick te wachten en daar overviel me ineens een enorme duizeling. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Ik werd onderuit gehaald, opgetild, ongelooflijk.'

En met haar aanstekelijke, vrolijke lach laat ze erop volgen: 'Toen wist ik dat ik sterfelijk was.'

Willem Kuipers

Maria Stahlie (1955) debuteerde in 1987 met Unisono. Daarna volgden: Verleden - Hemel - Toekomst (1988), In de geest van de Monadini's (1989), De sterfzonde of de ingebeelde dode (1991), De vlinderplaag (1992), Het beest met de twee ruggen (1994) en Honderd deuren (1996), dat onlangs werd bekroond met de Multatuli-prijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden