'Ik werd even op mijn nummer gezet'

Sinds kort weet Ferdinand Rusch (34) weer hoe leuk het is om 's ochtends na het opstaan de krant te lezen, koffie te zetten en op het balkon te zitten....

Noodgedwongen zit hij nu thuis - de prijs van de jarenlange drukte. 'Vroeger vond ik het wel stoer om te zeggen dat ik tot drie uur 's nachts was doorgegaan en om zes uur alweer naast mijn bed stond. Later ging ik me ervoor schamen. Al die mensen die zeggen dat ze het druk, druk, druk hebben, zijn gewoon niet in staat goed te plannen en prioriteiten te stellen.'

In 1990 begon Rusch, na een kortstondig bestaan in de plaatselijke journalistiek, zijn eigen bureau voor zogeheten pre-press: hij verzorgde drukwerk in de fase voordat het bij de drukker lag. Het computerwerk was meteen booming bussiness: 'Ik heb al die jaren nooit de tijd genomen een visitekaartje voor mezelf te ontwerpen. Dat hoefde ook niet, de klanten kwamen vanzelf.'

Op kantoor was het elke dag hectisch. 'Ik begon ervan te houden 's avonds te werken. Dan werd je tenminste niet gestoord. Overdag belden altijd wel klanten om de druk te verhogen, waardoor je weer sneller ging werken.'

De avonden werden nachten; Rusch maakte werkweken van 72 uur. Achteraf weet hij waarom het zo snel ging: 'Ik was zonder dat ik het wist veel te goedkoop, ook daardoor kreeg ik het steeds drukker. Mijn uurtarief was toen nog 75 gulden, maar vaak bracht ik minder in rekening. Ik was veel te vriendelijk. Onzeker ook. Pas vrij laat kreeg ik door dat ik ergens goed in was. Ik dacht ook dat het normaal was aan de wensen van klanten te voldoen. Zij hadden altijd haast, en ik nam dat serieus. Totdat ik doorkreeg dat veel opdrachten bij de klant nog dagen bleven liggen.'

Ondanks alles bevielen die eerste jaren Rusch goed. 'Ik miste natuurlijk veel - nachtrust bijvoorbeeld. Maar toch genoot ik, van de complimenten die je kreeg na het afleveren van een opdracht, en van het sturen van een factuur. Ik vond het prettig dat ik niet maandelijks een vast salaris kreeg, maar een beloning voor elke concrete prestatie.'

Het werk beheerste elke minuut van zijn leven. Vrienden die hem bezochten, kwamen steevast op kantoor. Thuis was hij toch nooit. Rusch: 'Mijn bedrijf was mijn huis. Eten deed ik ook nooit thuis. Brood was er niet. Als ik 's ochtends opstond, ging ik douchen, daarna had ik haast. Onderweg haalde ik een broodje, tijdens het opstarten van de computer at ik het op. Kon ik meteen weer aan het werk.'

Achteraf bezien was het totale gekte natuurlijk, maar Rusch vond het wel prettig. 'Ik ontdekte dat ik in staat was mijn leven efficiënt in te richten.'

Twee jaar geleden kwam de kink in de kabel. Toen openbaarden zich de eerste pijntjes in de arm. Rusch weet nog goed hoe hij kort daarvoor lacherig had gedaan over een vriend die over RSI-klachten repte. Een beetje pijn in je pols, dat gaat er met een beetje schudden toch wel weer uit? Een paar maanden later ondervond Rusch eigenhandig dat dat onzin was. Wisselende pijnen in beide armen hielden steeds langer aan, om op den duur ook niet meer te verdwijnen. Rusch: 'Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren. Ik begon met wat ergonomische speeltjes: een andere muis, dat soort dingen. Het hielp maar even. Een halfjaar later ging ik naar de fysiotherapeut en een jaar geleden ben ik min of meer officieel tot RSI-patiënt bestempeld.'

Rusch is al die tijd gewoon door blijven werken. 'Ik had me steeds voorgenomen het rustiger aan te gaan doen, maar het lukte gewoon niet. Als er weer een telefoontje kwam van een opdrachtgever met een klein dingetje, dacht ik: ach, dat doe ik er wel even tussendoor.' Zo hield hij zichzelf voor de gek. Want zijn handicap is dat hij geen nee kan zeggen. 'Ik had het prettig gevonden als opdrachtgevers zelf hadden afgehaakt, want ik durfde ze niet teleur te stellen. Stom natuurlijk.'

Afgelopen maart dwong de RSI hem zijn bedrijf volledig stil te leggen. Een verzekering daarvoor heeft hij nooit afgesloten. Omdat zijn jaarinkomsten de laatste jaren steeds verdubbelden, kan hij het van een opgebouwd buffertje een jaar uitzingen. Over de toekomst wil hij in elk geval tot oktober nog niet nadenken: 'Daar word ik alleen maar zenuwachtig van. Nu valt toch nog niet te zeggen wanneer de klachten over zijn.'

Uitbreiden en meer delegeren is een van de mogelijkheden. Maar dat ligt de vormgever niet. Hij is te perfectionistisch om iets uit handen te geven. 'Mijn werk bestaat toch grotendeels uit gevoel: klikken en klooien. Na een hoop geklik en geklooi heb ik een ingewikkeld boek in elkaar gezet. Hoe ik dat doe, kan ik een ander niet uitleggen.'

En dus zit hij nu fulltime thuis - slachtoffer van zijn eigen succes. Medisch gezien is hij dagelijks alleen nog in overtreding met het ophalen van zijn e-mail en het beantwoorden ervan. Verder resteert het gedwongen niets doen, met wisselend resultaat. 'Wat het meest pijn doet, is niet dat ik niet kan werken; dat heb ik langzamerhand wel geaccepteerd. Daar zie ik zelfs een positieve kant van, ik ben even op mijn nummer gezet. Het erge is dat ik ook veel leuke dingen niet meer kan doen. Ik deed alles met mijn handen: schrijven, gitaar spelen, op de piano pingelen of met de computer muziek maken. Autorijden gaat ook al moeilijk.'

Simpelweg lanterfanten is nu zijn voornaamste bezigheid. Op doktersadvies sport hij wat meer, iets waar Rusch altijd een hekel aan had. Hij volgde skateles en is voorzichtig begonnen met hardlopen en zwemmen. Ook heeft hij sinds kort een abonnement op Artis. Grijnzend: 'Zit ik op een bankje aapjes te kijken tussen de gepensioneerde mannetjes.'

Tijd genoeg dus ook om na te denken over een verstoorde illusie. 'Ik begon een eigen bedrijfje omdat ik vrijheid wilde en mijn eigen tijd kon indelen. De praktijk is anders. Voor je het weet maak je jezelf slaaf van je klanten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.