InterviewNanofysicus Cees Dekker

‘Ik heb de sterke intellectuele overtuiging dat geloven rationeler is dan niet geloven’

Nanofysicus Cees Dekker (TU Delft) verbindt in zijn nieuwe boek OER het verhaal van oerknal en evolutie met een moderne hervertelling van de Bijbel. We spreken hem over wetenschap, religie en het spanningsveld dat daartussen nog altijd bestaat.

Auteur van OER is Cees Dekker, Nederlandse natuurkundige, die als universiteitshoogleraar verbonden is aan de Technische Universiteit Delft. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Hoe je het eerste exemplaar van een boek overhandigt in de anderhalvemetersamenleving? Simpel: bel aan bij de ontvanger en laat het boek bungelen aan het uiteinde van een hengel, terwijl zo’n 130 geïnteresseerden meekijken via videochatprogramma Zoom. Zo ging het althans toen chemicus en Nobelprijswinnaar Ben Feringa OER in ontvangst nam, het nieuwe boek van nanofysicus Cees Dekker (TU Delft) en zijn twee co-auteurs: schrijver Corien Oranje en theoloog Gijsbert van den Brink (Vrije Universiteit). 

In het dagelijks leven is Dekker wetenschapper, met vele invloedrijke vakartikelen op zijn naam en de Spinozapremie, de ‘Nederlandse Nobelprijs’, op zijn erelijst. Maar hij is ook overtuigd christen. Vanuit die achtergrond schreef hij mee aan zeven boeken over de combinatie van wetenschap en geloof. OER is het achtste. ‘Dit boek heeft als ondertitel ‘het grote verhaal’. Dat is het ook, het grote verhaal van oerknal tot coronacrisis’, zegt Dekker. 

Dat verhaal lijmt een uitleg van wetenschappelijke inzichten uit de biologie en kosmologie aan een hervertelling van de belangrijkste momenten uit de Bijbel.  Zo krijgen lezers naast de wetenschappelijke verklaring voor het ontstaan van de eerste sterren, bijvoorbeeld ook een moderne variant voorgeschoteld van het verhaal van de klassieke zondeval, het punt waarop de mensheid Gods vertrouwen beschaamt. En dat allemaal vanuit het oogpunt van een bijzondere hoofdpersoon: een proton dat na miljarden jaren kosmische omzwervingen op aarde terechtkomt. 

Waarom weer een boek over wetenschap en geloof?

‘Dit boek is anders dan mijn bijdragen aan vorige boeken. Dat waren toch vooral academische essays. Dit is een vertelling. Een verhaal waarmee we, bijvoorbeeld aan orthodoxe christenen, willen laten zien dat geloof en wetenschap, schepping en evolutie, prachtig samengaan. Het boek is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in dat grote verhaal.’

Dekker verwierf in 2005 nationale faam toen zijn eerste boek over wetenschap en religie verscheen. In een Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp? verkende hij Intelligent Design, een religieus ingestoken tegenhanger van de evolutietheorie. Later nam hij afstand van die beweging, omdat hij naar eigen zeggen teleurgesteld was in de wetenschappelijke waarde van de theorie. 

Uw ‘flirt’ met Intelligent Design is u destijds op scherpe kritiek komen te staan. Heeft u spijt van die periode?

‘Spijt... tja, weet je, achteraf denk ik wel: ik had liever meteen ingezien dat ‘ontwerp’ inderdaad niet goed past in de natuurwetenschap. Maar die discussie, nu vijftien jaar terug, heeft ook wat positiefs opgeleverd. Meer zichtbaarheid van de christenen in de wetenschap, bijvoorbeeld. En mensen zijn beter gaan nadenken over de relatie tussen geloof en wetenschap.’

Bent u niet bang dat mensen dit boek zien als wéér een poging om religie via de achterdeur de wetenschap in te praten? 

‘Nee hoor. Dit boek neemt alle wetenschappelijke kennis over kosmologie, stervorming, evolutie en dergelijke volstrekt serieus. Daar voeren we geen discussie over. Tegelijk is het natuurlijk wel geschreven door drie christenen, mensen die ook de openbaring uit de Bijbel serieus nemen.

‘Voor ons is de komst van Jezus Christus dé centrale gebeurtenis uit de wereldgeschiedenis. De oerknal, het ontstaan van leven, de eerste ontmoeting tussen mens en God... het zijn allemaal onderdelen van hetzelfde grote verhaal.’

Jullie beschrijven de mensheid als ultieme uitkomst van de evolutie, de vervolmaking van Gods plan, iets waar hij al ‘miljarden jaren naar uitkijkt’. Is dat niet in strijd met de evolutieleer? 

‘Inderdaad is de mens in de evolutiebiologie niets meer dan één van de vele diersoorten. Maar in het christelijk geloof is de mens wel degelijk bijzonder, door God uitgekozen. Het gaat hier dan ook niet om een wetenschappelijk statement, maar om ons geloofsperspectief.

Er zijn overigens wel onderzoekers die menen dat in de evolutie richting zit. Simon Conway Morris (een christelijke evolutiebioloog van de universiteit van Cambridge, red.) denkt bijvoorbeeld dat evolutie op den duur onherroepelijk zal leiden tot iets als de mens. Dat vind ik een interessante gedachte, al zijn de meeste evolutiebiologen inderdaad huiverig om te spreken over een richting in de evolutie.’

Aan het eind van het boek volgt een discussie in het nu, tussen astronauten aan boord van een ruimtestation in een baan om de aarde. Een van hen zegt dan het volgende: ‘Ik geloof dat het leven een bedoeling heeft. Ik geloof in de waardigheid van elk mens. Ik geloof dat sommige dingen moreel absoluut fout zijn. Ik ervaar de aanwezigheid van God in mijn leven. En ál die dingen zou ik als illusies moeten beschouwen als ik atheïst zou worden [...]. Nou, het spijt me, dat wil er bij mij niet in. Ik heb te weinig geloof om atheïst te zijn.’ 

Is dat hoe u de wereld ziet?

‘Ja, je mag wel zeggen dat dit uit mijn koker komt. Ik heb de afgelopen twintig, dertig jaar veel discussies gevoerd over geloof en wetenschap. Mijn intellectuele afweging is dat een religieus wereldbeeld redelijker is. Godsgeloof zorgt voor zingeving, en staaft bijvoorbeeld ook de waardigheid van mijn gehandicapte dochter. Ik kan dat niet rijmen met een atheïstisch beeld waarbij we niets meer zijn dan een verzameling willekeurig bewegende atomen.’

Er bestaat ook een rijke filosofische traditie van moraliteit en zingeving zónder God. Meent u echt dat die ideeën intellectueel minder houdbaar zijn?

‘Ja. Uiteindelijk is er natuurlijk geen keihard bewijs, zijn er tegenargumenten mogelijk. Het gaat hier niet om wiskunde, waar één correct antwoord bestaat. Het vraagstuk is niet eens louter intellectueel. Geloof is ook opoffering, liefde, verbondenheid, troost, genade – al dat soort zaken. Maar ik kan niet ontkennen dat ik de intellectuele overtuiging voel dat een gelovige blik op de werkelijkheid rationeler is dan een atheïstische.’

Religie als pad naar de wetenschap

Op de eerste pagina van OER prijzen diverse prominente denkers en wetenschappers het boek aan. Onder hen ook Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in de Verenigde Staten, onder meer bekend van zijn televisiecolleges. 

Dijkgraaf – zelf niet gelovig – ziet geen probleem in hoe OER wetenschap en geloof tot één verhaal smeedt. ‘Ik zie wetenschap als een lange weg naar steeds diepere inzichten. Voor iedereen begint dit pad op een ander punt. Het kan de liefde voor de natuur zijn of de fascinatie met een historisch figuur’, zegt hij, maar ook religie kan volgens hem zo’n startpunt zijn. 

Terwijl natuurwetten universeel zijn, wordt religie volgens Dijkgraaf steeds individueler ingekleurd. ‘De vraag hoe je de inzichten van de wetenschap combineert met de uitgangspunten van het geloof heeft volgens mij evenveel antwoorden als dat er gelovige wetenschappers zijn. Mijn hoop is dat de presentatie van wetenschappelijke kennis in een boek als dit voor een bepaald gelovig publiek de aanzet is om meer te willen weten en ook het pad van de wetenschap op te gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden