Column Tech

Iedereen schijnt het best te vinden: de bulk van de audio klinkt slechter dan vijftien jaar geleden

Bard van de Weijer bespreekt de logica en onlogica van technologica. Deze week: knerpende rotspeakertjes. 

Bard van de Weijer Beeld Cigdem Yuksel

Internet heeft de mensheid natuurlijk veel moois gebracht, zoals dansende gifjes en Gangnam Style en de blauwe dozen van bol.com. Maar er is ook een negatief bijeffect: audio is lelijker geworden. Geluid klinkt nu minder mooi dan vroeger, ondanks technische vooruitgang.

Dat is gek en het is de schuld van internet. Nee, het komt niet per se door mp3, het geluidsformaat van de duivel, dat vijftien jaar geleden noodzakelijk was om muziekbestanden via het net te kunnen versturen. Mp3-muziek klonk even lekker als een Lada over een kasseienweg. Maar de technologie is verbeterd en eigenlijk valt er nu prima mee te leven. Neem Spotify, dat ook nog altijd gebruik maakt van een mp3-achtige technologie om muziek efficiënt bij de luisteraar te bezorgen. Die heet ‘Ogg Vorbis’ en is iets minder goed dan cd-kwaliteit, maar je moet heel erg je best doen om het verschil te horen.

Het is dus niet de schuld van mp3. De oorzaak van slechte audio is ons veranderde mediagebruik. Waar de familie zich vroeger rond de speakers schaarde om gezamenlijk een album van Steely Dan te beluisteren, of waar de kinderen op vrijdagavond met een bakje chips naar AVRO’s Wie-kent-kwis keken, zitten alle gezinsleden tegenwoordig met hun eigen device hun eigen media te consumeren. Zoon één kijkt Enzo Knol op de iPad mini, zoon twee vermaakt zich met Fortnitefilmpjes, mama kijkt La casa de papel en papa ergert zich aan de kakofonie aan audiogruis die uit al die kleine rotspeakertjes stroomt.

Daar zit je dan met je klasse-A-versterker met ringkerntrafo, die via kinderarmpjesdikke kabels verbonden is met tweeters van door oempaloempa’s opgedampt titaniumoxide. Een godsvermogen kostte die set. Hij klinkt alsof je erbij bent. Maar ik kan nooit meer lekker luisteren, door dat constante tabletgekraak van Dylan Haegens en Royalistiq.

Nu kan ik een koptelefoondecreet uitvaardigen aan de iPadluisteraars. Of gewoon even overleggen als papa zijn spleen wil loslaten op Tori Amos – ongelooflijk slecht opgenomen cd’s zijn dat trouwens, maar het gaat om het idee. We kunnen exabytes per seconde door het net pompen, en desondanks klinkt de bulk van de audio slechter dan vijftien jaar geleden. Iedereen schijnt het best te vinden.

Er zijn ergere zaken. Zeker. Bovendien: er zijn muziekdiensten als Qobuz en Tidal die cd-kwaliteit bieden. Er zijn de laatste jaren geweldige koptelefoons op de markt gekomen. Wie echt wil, kan zijn audiofiele neigingen prima botvieren. Dat doe ik ook, maar zodra ik mijn koptelefoon afzet, knerpt Enzo Knol weer m’n gehoorgang in. Ik vind dat jammer. Misschien moet ik maar eens een mancave in de tuin laten zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.