Iedereen houdt van Spinoza

Drie eeuwen na zijn dood is er een enorme Spinoza-revival. Er is een monument, er zijn websites, lezingen en exposities....

De twee monumenten voor Baruch de Spinoza kunnen nauwelijks meer verschillen: het massieve beeld bij het stadhuis van Amsterdam van Nicolas Dings en het houten bouwwerk in de Bijlmer van Thomas Hirshhorn. Die twee symboliseren, ongewild of gewild, hoe de beroemdste filosoof uit de lage landen voor soms heel tegengestelde wereldbeelden wordt ingezet. Iedereen is tegenwoordig dol op Spinoza. Of je nu nog van de multicultuur houdt of juist de Nederlandse identiteit een nieuwe zwieper wil geven.

Hirshhorn zit niet voor niets in de Bijlmer. Daar staat bij de oude Bijlmerflat Kruitberg een enorme Ethica – het bekendste boek van Spinoza – op het dak van Hirshhorns paviljoen. Voor hem is Spinoza de inspiratie van het openstaan voor allerlei culturen, ongehinderd door conventies en georganiseerde religie.

Zijn kunstwerk is tijdelijk (tot 28 juni), doet geïmproviseerd aan, zet aan tot denken. Er is een bibliotheek met enkele tientallen werken van en over de bewonderde filosoof, een computerkamer en video’s waarop Spinozakenner Theo van der Werf de bezoekers de kneepjes van het spinozisme uitlegt. Voor het bouwwerk, dat doet denken aan de vaak verrassende zelfbouwarchitectuur uit krottenwijken, staat een autowrak met allerlei spulletjes, leuzen, uitspraken en opschriften. Bezoekers, liefst Bijlmerinwoners, moeten de hele zaak tot leven brengen. Lezingen, elke avond een Spinoza-toneelstuk, vele middagen Bijlmerkinderen die kunstfoto’s naspelen.

De opkomst is vaak mager (zie de foto’s op de website bijlmerspinozafestival.nl). Maar in het zonovergoten Pinksterweekend was dat anders, meldden ooggetuigen, toen vermaakte een groot publiek uit de buurt zich met de kindervoorstelling.

De vraag is: waaróm Spinoza hier in de Bijlmer? Is het een missie, hebben we meer Spinoza nodig? Thomas Hirshhorn schrikt ervan: ‘Nee, nee, nee! Dat is het niet. Het is alleen maar omdat ik het zo’n geweldige denker vind. Dat wil ik delen met de mensen hier. Spinoza’s gedachten zijn universeel.’ Een missionaris van het spinozisme, dat is een tegenstrijdigheid in zichzelf, vindt hij. Tien jaar geleden wilde hij al een dynamisch monument voor Spinoza in het centrum van Amsterdam. Dat kwam niet erg van de grond, vindt hij. Dus nu grijpt hij deze kans. Het was wel een idee dat hij had ingediend voor het Spinoza-monument. Maar er is gekozen voor het beeld van Dings.

Hirshhorn: ‘Ik ben heel verbaasd: hoe kan iemand in deze tijd nog zo’n beeld neerzetten? Het lijkt wel uit de renaissance, toen een prins een kunstnaar betaalde om een imposant beeld van hem te maken. En dan staat het daar bij de het stadhuis, pal naast het centrum van de macht!’

Bijna een belediging voor Spinoza, vindt hij het. Zelf werd hij ooit op de Ethica gebracht door de Franse filosoof Gilles Deleuze. Spinoza was een belangrijke inspiratiebron voor de situationisten uit de jaren zestig en zeventig, met wie Hirshhorn zich verwant voelt. Dat was een groep fantasierijke anarchisten die zich afzetten tegen de vervreemding in de consumptiemaatschappij. Of zoals Guy Debord, de bekendste theoreticus van die beweging, het noemde ‘de spektakelmaatschappij’. Het was vooral een tegencultuur van intellectuelen en kunstenaars die niets moesten hebben van de kapitalistische orde, noch van het arbeiderisme en de autoritaire structuur van de communistische partij in Frankrijk.

Lijnrecht daartegenover staan de Spinoza-bewonderaars die waarschuwen dat de westerse cultuur van de Verlichting wordt bedreigd door de intolerante dogma’s van de islam. Zij wijzen erop dat Spinoza weliswaar voor de onbegrensde vrijheid van denken van het individu was, maar ook vond dat de staat het individu dient te beschermen tegen de georganiseerde godsdiensten.

Spinoza raakte zo verwikkeld in de discussie, na 11 september 2001 en de moord op Theo van Gogh, over immigratie, integratie en de multiculturele samenleving. Twee van zijn kernbegrippen stonden daarin centraal: tolerantie en vrijheid van meningsuiting. Die kunnen bij Spinoza niet zonder elkaar, maar staan ook vaak op gespannen voet. In de discussie zegt de ene partij dat de vrijheid van meningsuiting gevaar loopt door te veel tolerantie voor moslims. De repliek van links: de vrije mening wordt misbruikt door neocons om de basiswaarde van tolerantie te ondermijnen. Zo ontstond een debat tussen doven. Geen gelukkige herwaardering voor Spinoza.

Het is opmerkelijk hoe Spinoza (1632-1677) opeens weer opduikt na ‘meer dan driehonderd jaar marginale aandacht’ (Hirshhorn). In de vorige eeuw was hij een filosoof voor fijnproevers als Herman Gorter. De bewonderende biografie werd geschreven door de communistische romancier Theun de Vries.

De Britse denker George Steiner vertelde vorig jaar hoe hij en zijn vrouw ooit vergeefs hadden gezocht naar Spinoza-monumenten in Nederland. Ze gingen naar Rijnsburg, op zoek naar het Spinozahuis, waar Spinoza aan de Ethica schreef (postuum verschenen), en níemand wist hen de weg te wijzen. Hij vond het absoluut verbijsterend hoe de Nederlanders zo nonchalant omgingen met de grootse denker uit hun land. Kwam dat doordat hij een immigrantenkind was met Joodse ouders uit Portugal? Of omdat hij door de rabbijnen in de ban was gedaan? Hielden de Hollanders, tolerant als het uitkomt maar streng tegen lastige dissidenten, niet van hem?

De buitenlandse schrijvers die de afgelopen paar jaar verbleven in de schrijversresidentie van het Fonds voor de Letteren (op het Spui) begonnen er ook steeds over in hun essays voor de Volkskrant. De Poolse Olga Tokarzcuk benijdde de Hollanders om hun geschiedenis, die na een dag geld tellen op kantoor, ‘zich ’s avonds overgeven aan discussies over Spinoza’. De Soedanese schrijver Jamal Mahjoub mijmerde in Amsterdam over Spinoza die ook lenzen sleep. Wat Mahjoub een mooie metafoor vond voor helder en scherp leren kijken , ook naar paradoxen. Eindelijk in het land van Spinoza, was de teneur. Maar die Nederlanders weten haast niets over hem en zijn gedachten.

Vooral de Macedonische schrijver Goce Smilevski, die op grond van zijn fantasie de roman Gesprek met Spinoza schreef, was geschokt. Jonge mensen die hij naar Spinoza vroeg, antwoordden: ‘nooit van gehoord’. In Macedonië weten de gewone burgers meer van hem, beweerde Smilevski. Hij had een schrijvershuis aan de Geldersekade, en ging naar de Dirk van Hasseltsteeg, waar Jan Riewertsz de Ethica heeft gedrukt. Tot zijn verbazing vond hij geen gedenkplaatje, ook niet op de plaats bij de Amstel waar Baruch werd geboren.

Inmiddels staat daar wel Dings monument, maar dat vond Smilevski weer een zwaktebod. Hij ontdekte dat er ook een standbeeld voor André Hazes is, dus er moet een passender manier zijn om Spinoza te eren. Zijn advies: steek het geld in filosofieonderwijs op school!

Helemaal terecht is al die kritiek niet meer. Inmiddels is er wel wat veranderd. Vorig jaar was er veel ruimte voor Spinoza in Amsterdam Wereldboekenstad. Dings’ Spinoza-monument werd in november 2008 onthuld, een succes voor de Amsterdamse Spinoza Kring, die die maand ook nog een Spinoza-dag hield. De filosoof heeft een eigen venster in de geschiedeniscanon van Van Oostrom. Het Spinozahuis is opgeknapt. Symposia te over in het land. En vanaf begin mei loopt in Amsterdam de kunstzinnige manifestatie My name is Spinoza (Zie: spinozamanifestatie.nl). Dat gaat door tot eind juni en wordt in september nog een maandje voortgezet. Hishhorns paviljoen heeft zich erbij aangesloten. Er zijn lezingen en debatten. In september laat kunstenaar Job Koelewijn de Ethica voorlezen. Zijn Spinoza Mondial Reading zal klinken op zestien plekken verspreid over alle continenten, in het Engels.

De ster van Spinoza heeft een forse duw gehad van Jonathan Israel. In twee geweldige studies over de ‘radicale verlichting’ toonde hij aan hoe groot de invloed van Spinoza was als voorloper van de Verlichtingsdenkers, vooral in Frankrijk. Niet zozeer op de hoofdstroming, zoals dat later in de geschiedenisboeken is terechtgekomen, maar op de radicalen, die geen enkel compromis met de kerkelijke autoriteiten en theologen wilden. Die radicale Verlichting is in de geschiedschrijving verdoezeld, maar heeft wel verreweg de meeste invloed gehad op de vrije, westerse democratieën van na de Tweede Wereldoorlog en ook op een cruciaal document als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, is de stelling van Israel.

In november 2007 toerde Israel weer eens door Nederland. Toen onder meer om de Thomas More-lezing te geven. Hij greep de gelegenheid aan om sterk te pleiten voor het onderwijzen van de spinozistische waarden en gedachten in het onderwijs. De vrijheid van denken komt op de eerste plaats in onze cultuur en ook moslimmigranten moeten daarvan doordrongen zijn en het accepteren. Dat is de enige manier om onze huidige vrije samenleving te behouden, betoogde hij met vuur.

Die conclusies over het heden trekt Israel helemaal zelf en daarvoor mag hij Spinoza niet in stelling brengen, zei de populaire dwarse Britse denker John Gray in diezelfde tijd. Ook voor hem was Spinoza zo’n beetje de enige filosoof die er nog mee door kon, maar ‘om héél andere redenen dan die van Israel’. Gray heeft kritiek op het ‘marktfundamentalisme’ en de dogmatische arrogantie van de neoconservatieven. Israel mag dan prachtig, gedegen werk hebben geleverd met zijn studies, zijn politieke pleidooi riekt volgens Gray te veel naar bescherming van superieur gewaande westerse waarden.

Daarmee deed Gray Israel geen recht: met neoconservatieven wil die niet worden vereenzelvigd. Die hameren indachtig Spinoza naast de Verlichting ook op ‘onze judeo-christelijke cultuur’, waarvan de instituten juist onder de duim moet worden gehouden.

In ieder geval blijkt: iedereen kan wat van zijn gading vinden bij de filosoof. In een tijd dat de grote ideologieën verdacht werden en –ismen als belachelijk dan wel gevaarlijk bij het grof vuil werden gezet, kreeg Spinoza’s werk het aura van puur, integer en boven kritiek verheven.

Zou Spinoza daar blij mee zijn geweest?

Het heeft een wrange kant als gedachtengoed van een dode filosoof te pas en te onpas wordt ingezet. Zeker bij een filosoof die vooral pleit voor een oefening in zo vrij mogelijk je gedachten laten gaan en doordenken voorbij elke grens. Dogma past niet bij vrijdenkers. Verketteren van andersdenkenden en schelden evenmin.

Dan is de kunstzinnige ode aan Spinoza op het festival My name is Spinoza passender. Op een groot scherm zijn op het ‘Zuidplein’ in Amsterdam films te zien van dansvoorstellingen ter ere van de held. Bij de ingang van Art Amsterdam, voorheen de Kunst Rai, waren onlangs vreemde teksten te lezen, die ook al in de geest van Spinoza bleken te zijn verzonnen. Onder leiding van schrijver Dirk van Weelden gaan studenten van het Sandberg Instituut aan de haal met spinozistische uitspraken en aforismen, die op reclameborden in de stad worden getoond, met neplogo’s van bedrijven en instellingen. ‘Wat denk je dat god nu zit te doen.’

Ook te zien in de Mediamatic Bank aan de Vijzelstraat. In de kraakpandachtige ruimte staan schoolborden opgesteld, waarop iedereen zijn vrije mening mag krijten. Bijvoorbeeld de vraag: ‘Welke ideeën zijn zo gevaarlijk dat ze beter niet openbaar kunnen worden?’ Een van de antwoorden: ‘de mijne’. ¿

De hard core Spinoza-fans kunnen zich afvragen wat het een en ander nog van doen heeft met de bewonderde filosoof. De levenshouding, ja dat is wel wat heel algemeen. Maar in de loodzware en uitzichtloze discussie over ‘onze identiteit’, de ‘nationale normen en waarden’ of zelfs het ‘Nationaal Historisch Museum’ is deze onbevangen benadering van Spinoza een verademing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden