'Iedereen denkt: dit win ik wel even'

Burgeroorlogen slepen zo lang voort omdat beide strijdende partijen hun eigen kracht overschatten. Welke lessen zijn uit deze Groningse studie te trekken?

Een RUF-strijder in de straten van Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone, in 1997. Beeld AFP

De burgeroorlog in Sierra Leone duurde bijna twaalf jaar, van 1991 tot in 2002. Morgen promoveert Kars de Bruijne (33) aan de Rijksuniversiteit van Groningen op het extreem gruwelijke gewapende conflict. Hij sprak strijders van beide partijen in het Afrikaanse land.

Kun je zeggen dat de oorlogvoerende partijen allebei wat naïef zijn?

'De strijdende partijen beschikten over geheime informatie over de tegenpartij, ze voerden een uitgekiende strategie, kenden elkaars zwakke plekken. Toch ontbreekt altijd cruciale informatie, waardoor ze optimistisch kunnen zijn over de eigen kansen. Ik noem dat rationeel optimisme in plaats van naïef optimisme.

'Dat optimisme was de ontbrandingsmotor van het conflict en bleef het gedurende al die jaren voortstuwen. Niemand wil tien jaar vechten. Iedereen dacht dat de strijd in een half jaar ten einde zou zijn. Ik heb zo'n dertig voormalige RUF-rebellen (Revolutionary United Front, red.) gesproken en twintig hoge afgevaardigden van de kant van de overheid: oud-presidenten, ministers en legerleiders. Stuk voor stuk dachten ze: even vechten en dan winnen we.'

Kars de Bruijne.

U noemt oorlog een gewelddadig onderhandelingsproces. Waarom is praten geen optie?

'Je moet het zo zien: elke partij heeft informatie, over het eigen vermogen, de manschappen, de hoeveelheid wapens, maar die informatie delen ze bewust niet met de andere groep. Zo kan een tragische status quo ontstaan waarin onderhandelen onmogelijk is en partijen alleen kunnen kiezen voor vechten. Beide partijen weten dat oorlogvoeren een inefficiënt onderhandelingsproces is, maar geweld is de enige geloofwaardige manier om zich te uiten.

'Op het slagveld laten de partijen als pauwen hun veren laten zien. Kijk mij, met mij valt niet te spotten. De bedoeling is de ander minder optimistisch te maken.'

Is oorlogvoeren dan een spel zonder ideologische basis?

'Er is wel degelijk sprake van ideologie in Sierra Leone: de strijd voor meer gelijkheid en minder onderdrukking van de boerenbevolking. Maar dat is niet waarmee krijgsheren dagelijks bezig zijn. De praktijk is natuurlijk pragmatischer: we vallen aan via die route, als we in die regio winnen, hebben we kans door te breken tot aan de kust.'

Toch kende de burgeroorlog in Sierra Leone perioden van staakt-het-vuren. Hoe ontstaan die dan?

'Mijn veronderstelling is dat veel onderhandelingen slechts plaatsvinden voor de bühne, omdat de internationale gemeenschap toekijkt.'

Het conflict staat als extreem gewelddadig en gruwelijk te boek: amputaties, verkrachtingen, veel kindsoldaten. Hoe was het om langs te gaan bij voormalige krijgsheren uit dit conflict?

'Mensen vermoorden was hun werk, persoonlijk vind ik daar wel iets van, maar ik was daar als onderzoeker. Op een bepaalde manier was het vragen naar hun gruweldaden ook een manier om hun betrouwbaarheid te testen. Als iemand toegeeft dat er vrouwenbuiken werden opengesneden om te kijken of de baby een jongetje of een meisje was, maakt dat diegene een betrouwbaardere bron dan iemand die het geweld ontkent.

'Ik heb veel tijd met deze mannen doorgebracht, over van alles en nog wat met hen gesproken. Ik moest hun vertrouwen winnen voordat ik met ze kon praten. Eén man met wie ik het goed kon vinden, bleek veel vrouwen te hebben verkracht. Dat ontdekte ik pas toen ik hem al een tijdje kende. Dat veranderde mijn blik op hem natuurlijk. Maar ik wist goed waarom ik daar was, dat hielp.'

Archieffoto: kindsoldaten in Sierra Leone. Beeld afp

Was het lastig hen aan de praat te krijgen?

'Veel oud-rebellen waren belangrijk en rijk ten tijde van het conflict, nu zijn ze berooid, staan buiten de maatschappij. Soms doen ze zich voor als iemand anders om niet herkend te worden. Veel van die mannen waren amper 18 jaar oud toen ze in het conflict verzeild raakten, nu naderen ze de 40 en is hun leven mislukt. Ze waren blij hun verhaal te vertellen. Aan overheidskant was het soms lastiger.'

U stelt dat een internationale interventie juist averechts kan werken.

'In 2000 intervenieerde een Britse troepenmacht in Sierra Leone. De interventie wordt vaak als een succesverhaal gezien. Maar het ironische is: er was al sprake van een staakt-het-vuren tussen de partijen. Zowel de rebellen als de overheid zagen geen kans meer op winst en legden zich knarsetandend bij dit gegeven neer. Juist vanwege een klein beetje steun van de Britten aan de overheid laaide het conflict weer op. De mogelijkheid tot internationale steun kan dus nieuw optimisme creëren en paradoxaal genoeg een interventie nodig maken. Het is belangrijk bij deze dynamiek stil te staan als het om internationale interventies gaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden