Identiteit

De bijeenkomst was eigenlijk gepland in de plaatselijke schouwburg - maar ja, het geld hè? Het was dus het jongerencentrum geworden, zo een met zwartgeschilderde wanden en een richel voor glazen bier op ooghoogte....

Het zaaltje stroomde langzaam vol maatschappelijk werkers, die zich al netwerkend opmaakten voor een fijn dagje nascholing. De grijze wollen sok is uit, kan ik u berichten, maar het grijze pagekopje is helemaal bon ton. Om van de felrode Hema-bril aan grappig blauw koord maar te zwijgen. Hoor ik hierbij?, dacht ik.

'Ha JeePee.' Een mij onbekende, allervriendelijkst glimlachende dame haalde me uit mijn gepeins. We schudden handen, een handeling die een beetje merkwaardig aanvoelde. Zij had me liever gedag gezoend, maar omdat ik haar niet kende had ik verzuimd naar haar toe te buigen om dit ritueel te volbrengen.

'Kom je een praatje houden?', vroeg zij. Haar tutoyeren betekende ook al dat we elkaar kenden. Ze zag er niet uit als een maatschappelijk werkster. Haar zwartgeverfde haren stonden rechtovereind en aan de slapen had zij het weggeschoren. Zij ging gekleed in een zorgvuldig gescheurd, zwart T-shirt en een wijde broek met steekzakken, waaruit kabels en microfoons staken. Aan haar voeten legerkistjes.

'Ja ja', zei ik onbenullig.

'Je kent me niet meer hè?' Dat was een nuttige opmerking, die mij verloste van allerlei gestuntel. Nu volstond een verontschuldigende glimlach. 'Ik ben een vriendin van Annemiek, uit N.!'

Er begon iets te dagen. Ik kon haar plaatsen in een vriendenkring waarvan ik ooit deel had uitgemaakt. We spraken over onze wederwaardigheden sinds de goeie ouwe tijd. Zij was tegenwoordig geluidsvrouw bij popconcerten; deze lezing deed ze er voor de aardigheid bij.

'Nou, er is een hoop gebeurd met jou', zei ik ten slotte op de afsluitende toon, die ik ook gebruik om een therapeutisch gesprek te beëindigen. Ik hoorde het in mijn stem en had er meteen spijt van. 'Pfff', schamperde de vrouw, 'anders met jou wel.' Zij wierp mij daarbij een laatste, geringschattende blik toe en beende weg.

Ik keek naar mijn glimmende schoenen, mijn jasje, mijn dasje. Zo gaan die dingen, dacht ik dapper. Maar ik voelde me een verrader. Een verrader van mijn oude vrienden, die misschien nog steeds op kistjes rondlopen. Een verrader van mijzelf, van een oude identiteit.

'Patiënten met een persoonlijkheidsstoornis zijn, net als hun hulpverleners, geen eendimensionale wezens. De kern van een andere, gezondere persoonlijkheid is latent aanwezig', las ik later in een tijdschrift over directieve therapie.

Zo is het maar net, dacht ik. Alle mensen veranderen, van de ene identiteit naar de andere. Hoeveel personen zijn wij niet tijdens ons leven? Soms veranderen we van punk naar pak, soms van 'ziek' naar 'gezond'. Maar verandering is altijd moeilijk, het voelt als een verraad. Dat is voor hulpverleners iets om rekening mee te houden.

Met deze gedachten kon ik mijn schuldige geweten enigszins sussen. Maar ik voelde me nog steeds een overloper.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden