Column Joost Zaat

Huisartsen hebben last van het disfunctioneren van de rest van de zorg

Minutenlang kijk ik vorige week via een livestream naar het paperclipje dat minister Bruno Bruins van Volksgezondheid in een Kameroverleg ronddraait. Van linker- naar rechterhand, hij verbuigt het niet, soms verwisselt de minister het clipje voor een pen en dan weer terug. Ik heb ook alle tijd om naar die machteloze handelingen te kijken, want substantiële toezeggingen om problemen rond werkdruk en tekorten aan huisartsen, doktersassistenten en kraamverzorgers te pakken hoor ik niet. Het stormloopje van Kamerleden loopt stuk op voorgelezen antwoorden. Als het overleg na uren is afgelopen, somt de voorzitter een aantal ongevaarlijke toezeggingen op.

Ik kijk omdat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) de week daarvoor een onthutsend rapport had gepubliceerd over de contractering van de huisartsen door verzekeraars. De NZA keek of de partijen zich wel aan het zogenaamde hoofdlijnenakkoord houden. De groei van de medische specialistische zorg zou in 2023 naar nul moeten, terwijl de uitgave voor de huisartsenzorg met 3 procent zou mogen groeien. 

Vorig jaar spraken overheid, verzekeraars en huisartsenorganisaties dus af dat huisartsen tot 2022 bijna een half miljard extra krijgen voor overname van zorg en voor indexering van de kosten. Daarnaast zou er 133 miljoen komen voor ict-oplossingen en wetenschappelijk onderzoek (8 van de 133 miljoen). 

Gladjes gaat het allerminst, vorig jaar is er zelfs 346 miljoen minder aan de huisartsenzorg uitgegeven dan was begroot. Dat zit dus inmiddels weer in de al overvolle schatkist. Grote verzekeraars zoals Zilveren Kruis maken weinig aanstalten om huisartsen daadwerkelijk te helpen problemen op te lossen. Er is eindeloos gedoe over tarieven en prijsindexatie. De NZA vindt de financiering van de huisartsen zorg nodeloos ingewikkeld. Vrijwel alle ondervraagde huisartsen zijn ontevreden over de verzekeraars. Dát rapport stond op de agenda van dat Kameroverleg. Geen woord heb ik erover gehoord.

Vrijwel elk rapport over de gezondheidszorg begint met struisvogelveren in de kont van huisartsen te steken: fantastische zorg, essentieel voor de gezondheidszorg, super dat huisartsen thuisarts.nl hebben opgezet en dat ze zoveel richtlijnen hebben. 

Daar kopen we weinig voor, want ik geloof zo ook wel dat ik mijn werk goed doe. Werk dat de afgelopen jaren veel ingewikkelder is geworden. Zo sprak ik van de week een uur met een patiënt met een combinatie van lichamelijke en psychische klachten. Een probleem zo ingewikkeld dat een legertje somatische en ggz-specialisten er volstrekt geen raad mee weet en het bij mij parkeert. En dat probleem komt week na week terug. 

Ik houd net als veel van mijn collega’s van complexe problemen, maar we worden door verzekeraars in de steek gelaten om die adequaat aan te (laten) pakken. Huisartsen hebben last van het disfunctioneren van de rest van de zorg, van het personeelstekort, van weinig toeschietelijke zorginkopers en van de besluiteloosheid en het paperclip draaien van een machteloze minister.

Na de vakantie zal dat niet anders zijn. De wetenschapspagina op maandag is er 26 augustus weer en ik dus ook. Met een opgewekte column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden