Huh?!Wetenschapsblog

Huh?! – Dit zijn echte beelden van hoe diep in de kosmos een nieuwe wereld ontstaat

Opmerkelijke inzichten uit de wetenschap, voor u bij elkaar geblogd door onze wetenschapsredacteuren. 

Beeld Foto Eva Fache / Illustratie Matteo Bal

Dit zijn echte beelden van hoe diep in de kosmos een nieuwe wereld ontstaat (21 mei)

Beeld ESO/Boccaletti et al.

Daar, op het ingezoomde beeld aan de rechterkant zie je het het beste. Die felgele klont, net onder het midden, dat is waar het om draait. Op die plek, zo’n 520 lichtjaar bij de aarde vandaan, een piepklein vlekje aan de nachtelijke hemel, gelegen in het sterrenbeeld Voerman - dáár gebeurt het. Rond ster AB Aurigae zet een nieuwe wereld zijn eerste voorzichtige stapjes op het kosmisch toneel. En wij mogen meegenieten.

Wat voor plek het zal worden, weet nog niemand. Een reusachtige, opgezwollen gasplaneet, een zwartgeblakerde levenloze hellewereld of een blauwgroen mirakel waarop over enkele miljarden jaren buitenaards leven zal floreren... het kan nog alle kanten op.

Nooit eerder zagen astronomen in zoveel detail het ontstaan van een nieuwe planeet. Want vergis u niet: dit is geen computertekening of een artistieke interpretatie. Dit zijn échte beelden, gemaakt  door exoplaneetcamera Sphere, een instrument op de Very Large Telescope in Chili, bedoeld om verre planeten te ontdekken. 

Of die felgele blob het straks daadwerkelijk tot planeet schopt, is overigens nog de vraag. Zeker is dat kosmisch stof uit de schijf rond een jonge ster hier langzaam samenklontert, dwarrelend over de spiraalvormige paden die je op de foto kunt zien. Een ‘protoplaneetkandidaat’, noemen de astronomen het in het artikel dat ze in vakblad Astronomy & Astrophysics over de beelden schreven. Iets dat mogelijk kan uitgroeien tot protoplaneet dus, een voorloper van een planeet. 

Of het voor deze babywereld ooit zover komt, is afhankelijk van een breed scala factoren. Nog vormende planeten botsen regelmatig op elkaar, en ook later kunnen ze onder invloed van de zwaartekracht van andere jonge planeten per abuis de ster ingeslingerd worden, of het planeetsysteem uit. 

Toch zeggen deze beelden uit de diepe kosmos vooral iets over onszelf. Ooit was ook onze planeet immers niets meer dan zo’n dans van gas. Een beloftevolle klont in een uitgestrekt heelal. (GvH)

Ansjovis met sabeltand terroriseerde de prehistorische zeeën (18 mei)

Ze waren wel iets groter dan de gepekelde exemplaren die je tegenwoordig op je pizza of in een salade niçoise kunt vinden. Paleontologen ontdekten restanten van reusachtige ansjovissen in gesteente van respectievelijk 41 en 54 miljoen jaar oud. Dat schrijven ze in de huidige editie van het vakblad Royal Society Open Science.

De twee vissen – gevonden in België en Pakistan – waren een halve meter en een meter lang. Een flinke slag groter dus dan de hedendaagse exemplaren. Die zwemmen met lijven van gemiddeld zo’n 10 tot 15 centimeter door het water. 

De oeransjovissen bleken bovendien ook ietsje, eh… gríezelliger dan hun moderne tegenhangers. De vissen hadden bekken met vol vlijmscherpe tanden, inclusief een extra lange sabeltand in de bovenkaak, aan de voorkant van de bek.

De onderzoekers besloten de horrorachtige aanblik die de vissen door hun gebit moeten hebben gehad nog eens extra kracht bij te zetten door het Pakistaanse exemplaar de wetenschappelijke naam Monosmilus chureloides te geven. Een naam waarbij het tweede deel verwijst naar het woord Churel, geleend uit het in Pakistan gesproken Urdu. Een woord dat grofweg zoveel betekent als ‘een van vorm veranderende vampierachtige demon met grote tanden of slagtanden’. Slik.

De horroransjovissen zwommen tientallen miljoenen jaren terug als roofdieren door de prehistorische oceanen. Met hun lange sabeltand spiesden ze vissen, die ze vervolgens tot rafelige brokken kauwden met de rest van hun scherpe gebit. En dat terwijl de hedendaagse variant met zijn minitandjes hooguit wat plankton een kopje kleiner maakt.

De versteende restanten van de Belgische oeransjovis.Beeld Royal Society Open Science

Dat de dieren zo groot waren, heeft vermoedelijk te maken met de uitsterfgolf die volgde op een catastrofale inslag van een komeet, zo’n 65 miljoen jaar geleden. Dat stuk ruimtesteen maakte destijds een einde aan de heerschappij van de dinosauriërs. Doordat in die periode ook veel zeeroofdieren stierven, konden andere vissen evolueren en die ecologische niche vullen. 

Of zoals onderzoeker Alessio Capobianco het zei tegen het Britse weekblad New Scientist: ‘Na die uitsterfgolf volgde er een vreemde samenkomst van bekende vissen en totaal maffe afgeleiden van die vissen – bizarre evolutionaire experimenten.’ Door dit soort dieren te catalogiseren, kunnen wetenschappers in kaart brengen hoe de grillige evolutionaire processen na zo'n uitsterfgolf precies verlopen.

Of de horroransjovis uit de oertijd ook een beetje lekker is, weet niemand, al is Capobianco er naar eigen zeggen erg benieuwd naar. ‘Ik zou dolgraag willen weten hoe zo'n sabeltandansjovis smaakt’, zegt hij. ‘Waarschijnlijk anders dan de hedendaagse varianten, omdat ze geen plankton maar andere vissen eten.’ Helaas zijn de versteende restanten van 54 miljoen jaar geleden niet langer geschikt voor consumptie. (GvH)

Astronomen fotografeerden een planeet die helemaal niet bestaat (21 april)

Het klinkt als het begin van een breinbrekend raadsel: hoe maak je een foto van een planeet die niet bestaat? We verklappen alvast: het antwoord is niet ‘doe zoals met Pluto’, de voormalige planeet die sinds een definitiewijziging in 2006 door het leven gaat als dwergplaneet. Nee, achter het verhaal van Formalhaut b, zoals deze niet-bestaande planeet heet, schuilt een veel fundamenteler raadsel.

Deze veronderstelde verre wereld werd voor het laatst gesignaleerd terwijl hij rondjes draaide om zijn moederster, op een grove 25 lichtjaar afstand van de aarde. Ruimtetelescoop Hubble ontdekte haar als klein, onooglijk bewegend stipje op foto’s die hij tussen 2004 en 2006 nam. 

Sindsdien is de planeet spoorloos verdwenen. ‘Het was duidelijk dat Formalhaut b dingen deed die een bona fide planeet niet zou moeten doen’, zegt astronoom Andras Gaspar (University of Arizona), met het nodige gevoel voor understatement.

Je zou immers denken: wanneer je een planeet eenmaal op de foto hebt, dan bestaat hij gewoon. Toch? Fout, schrijft Gaspar deze week met collega's in vakblad PNAS. Of, zoals hij het zelf stelt: ‘We analyseerden de archiefdata van Hubble en ontdekten verschillende eigenschappen die tezamen een beeld schetsen van een planeet die misschien wel nooit heeft bestaan.’

Maar Hubble heeft natuurlijk wel íets gezien. En als het geen planeet was, wat dan wel? Het blijkt, zo stellen de onderzoekers, dat men er oorspronkelijk ook weer niet zó ver naast zat. Wat tot voor kort een planeet leek, is vermoedelijk het restant van twee verre voorlopers van planeten − planetesimalen, in vakjargon − die vlák voordat Hubble z’n foto’s schoot op elkaar klapten. Het stipje op de foto’s van Hubble is daarom geen planeet, maar de steeds ijler wordende wolk van gruis en stof die na die kosmische klapper resteert.

Simulatie van de Hubble-gegevens. Links ster Formalhaut en omringend materiaal, rechts de uitvergroting van Formalhaut b. Wat eerst een planeet lijkt, blijkt later een langzaam uit elkaar vallende verzameling kosmische brokstukken en ruimtegruis.Beeld NASA, ESA, A. Gáspár and G. Rieke (University of Arizona)

Volgens de onderzoekers kan hun verklaring elke gekke eigenschap van ex-planeet Formalhaut b verklaren: van zijn plotselinge verdwijning (en de geleidelijke afname in helderheid die daaraan voorafging) tot zijn eigenaardige baan, die de planeet juist bij de ster vandaan voert.

Het goede nieuws? Dat is eigenlijk véél spannender dan een planeet. ‘Dit soort botsingen zijn heel zeldzaam, dus het is een big deal dat we er nu bewijs van vinden’, zegt Gaspar. Volgens zijn berekeningen komt een botsing als deze  rond ster Formalhaut slechts eens in de 200 duizend jaar voor. Een kosmisch geluk bij een ongeluk, dus. (GvH)

Oudste draadje is 50 duizend jaar oud en werd gemaakt door... Neanderthalers (15 april)

We leven in een wereld tjokvol draden, gesponnen uit afzonderlijke vezels − van de stroomkabels in uw muren tot de kleren die u draagt. Dat mensen 50 duizend jaar geleden ook al draadjes konden maken, lijkt zo bezien niet zo bijzonder. Maar dat het nu juist de Neanderthalers waren, en niet onze directe voorouders, die we als maker mogen noteren van Het Oudste Gesponnen Draadje Ter Wereld, is wel degelijk opmerkelijk, schreven onderzoekers deze maand in het vakblad Scientific Reports

De vondst past in een trend. De laatste jaren duikt in de wetenschappelijke literatuur een steeds nadrukkelijker beeld op van Neanderthalers als, nou ja, mensen. Slimme mensen, niet de domme oerbruten die soms de hoofdrol spelen in stripboeken en tekenfilms. In de woorden van de onderzoekers: ‘Samen met eerder bewijs [...] is het idee dat Neanderthalers cognitief de minderen zijn van moderne mensen steeds minder goed houdbaar.’

Het touwtje (hier te zien in close-up) is 6 millimeter lang en 0,5 millimeter dik. De onderzoekers ontdekten het in een grot in Frankrijk, achteloos vastgekleefd op een stukje steen. De draad werd gemaakt van de schors van coniferen − wat de kans klein maakt dat de onderzoekers het touwtje per abuis zélf meebrachten op bijvoorbeeld hun kleding. Of, zoals onderzoeker Bruce Hardy (Kenyon College) het met een knipoog tegen weekblad New Scientist zei: ‘Op dat moment droeg toevallig net niemand zijn conifeer.’ (GvH)

Dit toilet herkent je aan je anus (10 april)

Het klinkt als een grap, maar is toch echt bloedserieus wetenschappelijk onderzoek: arts en wetenschapper Sanjiv Gambhir (Stanford Universiteit) ontwierp een toiletpot die de zitter herkent aan de anus. Via technische snufjes als een camera, bewegingssensoren en plasstrips kan de pot ontlasting en urine analyseren op verschijnselen van onder meer suikerziekte, blaasontsteking en zelfs darmkanker. Onlangs beschreef Gambhir zijn uitvinding in het vakblad Nature Biomedical Engineering.

Daartoe moet de pot wel herkennen wiens grote of kleine boodschap door de analyseapparatuur glijdt. Zijn eerste ingeving – een vingerafdrukscanner op de doortrekker – serveerde Gambhir al snel af. Die optie zou niet werken bij toiletten die automatisch doorspoelen, of als een toiletbezoeker eerst de behoefte van zijn voorganger moet doorspoelen. Daarom koos hij voor een foto van de anus als herkenningspunt. Net als bij een vingerafdruk is de vorm daarvan uniek.

Van de potentiële slimmetoiletgebruikers – mensen met een hoog risico op bepaalde ziekten – voelde 1 op de 7 zich ‘zeer comfortabel’ bij het idee om zo’n wc-pot in huis te halen, bleek uit een enquête onder 300 deelnemers. Via een beveiligde app gekoppeld aan het elektronisch patiëntendossier krijgt de dokter automatisch een waarschuwing wanneer de slimme toiletpot vermoedt dat er iets mis is. De geschoten anusfoto’s blijven daarbij overigens altijd verborgen, zelfs voor de arts.

Hoeft een slimmetoiletbezitter dan nooit meer met een potje plas of poep naar de huisarts? Dat toch wel. Uiteindelijk moet een dokter de diagnose stellen of besluiten tot nader onderzoek, stelt Gambhir. Voor wie het kleinste kamertje al op korte termijn van een upgrade wil voorzien, heeft hij overigens slecht nieuws: op dit moment is de toiletpot nog niet verkrijgbaar. (Eva Kneepkens)

Meer wetenschapsnieuwtjes lezen? Het Huh?!-blog van maart vindt u hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden