Huh?!Wetenschapsblog

Huh?! – Astronomen zijn een ster kwijt die tweeënhalf keer zo helder is als de zon

Opmerkelijke inzichten uit de wetenschap, voor u bij elkaar geblogd door onze wetenschapsredacteuren. 

Beeld Foto Eva Fache / Illustratie Matteo Bal

Astronomen zijn een ster kwijt die tweeënhalf keer zo helder is als de zon (30 juni)

Je sleutelbos, je mobieltje, een losse sok − er zijn genoeg voorwerpen waarvan het alleszins redelijk is dat je ze een keertje verliest. Maar een complete ster, een reusachtige, stralende bol gas tweeënhalf keer zo helder als de zon… Zoiets kwijtraken is op z’n minst knap, zou je denken.

Dat schoot wellicht door het hoofd van astronomen die onderzoek deden naar een zware ster in het Kinman-dwergstelsel. Was ze er nog toen ze hem in 2010 en 2011 in kaart brachten, in 2019 vonden ze haar plotsklaps nergens meer terug. ‘Tot onze verrassing kwamen we erachter dat de ster verdwenen was’, zegt astronoom Andrew Allan (Trinity College Dublin) in een persverklaring

Hij zette zijn verbazing samen met collega’s om in een vakartikel dat leest als een astronomische Sherlock Holmes-vertelling. The possible disappearance of a massive star in the low-metallicity galaxy PHL 293B, luidt de titel van hun artikel in het bekende sterrenkundige vakblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.

Dat ze spreken van een ‘possible disappearance’, een mogelijke verdwijning, is overigens logisch. Want of de ster écht weg is, weten zelfs de astronomen niet zeker. Duidelijk is dat de ster zich aan het einde van zijn levenscyclus bevond en binnenkort zou instorten tot een zwart gat. Alleen gaat dat normaliter gepaard met een supernova-explosie, een van de spectaculairste megaklappers in het kosmisch vuurwerkpakket.

‘Dat zo’n massarijke ster verdwijnt zonder een heldere supernova-explosie te produceren, is uitermate ongebruikelijk’, zegt Allan, nog altijd een beetje verbaasd. ‘Mogelijk hebben we een van de meest massarijke sterren in het lokale heelal als een nachtkaars zien uitgaan’, voegt teamlid Jose Groh er in dezelfde persverklaring aan toe.

Is de ster dus ontploft zonder, eh, ontploffing? Of is er iets anders aan de hand? In Nederland vond onder meer Nu.nl het verhaal raadselachtig genoeg om er bovenop te springen. ‘Mysterie in de kosmos: astronomen zien ster voor hun neus verdwijnen’, kopte de nieuwssite enthousiast.

Maar zó gortig was het echt niet. De ster die de astronomen kwijt zijn, staat op een duizelingwekkende 75 miljoen lichtjaar van de aarde. Dat is zó ver dat zelfs de krachtigste telescopen hem niet direct kunnen zien, als zichtbaar puntje licht. De astronomen moesten zijn bestaan na afloop met het nodige rekenwerk uit de verzamelde meetgegevens vissen. Bovendien keken ze niet naar dat deel van de hemel op het moment van verdwijning, maar zagen ze pas na afloop dat hij weg was. Kortom: niet bepaald ‘voor hun neus’. 

De waarschijnlijkste verklaring is overigens veel eenvoudiger dan een ster die zonder ontploffing ontploft. Vermoedelijk is de ster simpelweg minder helder geworden en deels verduisterd door stof, denken de astronomen. Elementary, my dear Watson. (GvH)

Computertekening van de ‘verdwenen’ sterBeeld ESO/L. Calçada

Schatting: de Melkweg huisvest 35 intelligente buitenaardse beschavingen (15 juni)

Ons thuissterrenstelsel telt, naast ons, nog 35 technologisch geavanceerde beschavingen. Dat is de uitkomst van een schatspelletje van galactische proporties waarover astronomen schrijven in het huidige nummer van het vakblad The Astrophysical Journal.

35 klinkt misschien niet als veel, gegeven de grofweg 300 miljard sterren met planeten in de Melkweg, maar vergis je niet. Het gaat hier niet om planeten die zomaar wat kosmische korstmossen of astronomische amoeben bevatten, maar om een telling van verre werelden waarop complexe, intelligente beschavingen floreren. Beschavingen die - net als wij - kunnen communiceren met radiosignalen.

De astronomen komen tot die uitkomst door te schatten hoeveel planeten die op de aarde lijken door ons sterrenstelsel dobberen. Die planeten moeten dat bovendien doen rond sterren die wel wat weghebben van de zon. 

De onderzoekers gaan er verder vanuit dat op elke planeet waarop leven kán ontstaan ook daadwerkelijk intelligent leven zál ontstaan. Of dat terecht is, weet niemand. Ook zij zelf niet. Biologen snappen namelijk nog altijd niet precies hoe - en hoe gemakkelijk - leven ontstaat. De onderzoekers nemen daarnaast aan dat het altijd tussen de 4,5 en 5,5 miljard jaar duurt totdat dergelijk leven verschijnt,  opnieuw gebaseerd op het enige succesverhaal dat we kennen: wijzelf.

Die aannames stoppen ze samen met alle beschikbare gegevens in een iets aangepaste versie van de zogeheten Drake-vergelijking. Dat is een onder liefhebbers van de wetenschappelijke jacht op buitenaards leven beroemd geworden schattingsmodel uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Uit die formule rolt vervolgens hun eindresultaat: 36 beschavingen, inclusief wijzelf. Of eigenlijk, met wat extra statistische slagen om de arm, ergens tussen de 4 en 211.

De kans dat E.T. naar huis kan bellen, zoals de koddige alien in de gelijknamige kinderfilm van Steven Spielberg steeds aan z’n maatje Elliott vraagt, is overigens klein. Gemiddeld genomen zitten die 36 beschavingen namelijk zo’n 17 duizend lichtjaar uit elkaar, een afstand waar radio- en lichtsignalen 17 duizend jaar over doen. Tenzij E.T. dus werkelijk astronomisch oud kan worden, zit een kosmisch belletje van onze planeet naar die van hem - of omgekeerd - er voorlopig niet in.

Althans: dat geldt wanneer je aanneemt dat die planeten niet op een kluitje zitten maar min of meer gelijkmatig verdeeld zijn over de gehele Melkweg. Met wat meer geluk zit een beschaving wel wat dichter in de buurt. Het meest optimistische scenario waar de onderzoekers rekening mee houden stelt dat zo’n beschaving dan nog altijd zo’n 1030 lichtjaar bij ons vandaan zit. 

Zelfs bij die flink kortere afstand is de vertraging niet te vergelijken met die in het gemiddelde Zoom of Hangouts-gesprek. Over één vraag en één antwoord doe je dan immers minstens 2060 jaar, zo’n twintigmaal langer dan onze beschaving nu radiosignalen de kosmos in slingert. Het is nog maar de vraag of een beschaving het voldoende lang kan uitzingen om zo’n gesprek ook daadwerkelijk te voeren. (GvH)

Voor het eerst is een kever (‘beetle’) vernoemd naar the Beatles (4 juni)

Het werd inderdaad tijd. Als één groep iets gedaan heeft voor de populariteit van kevers (beetles, in het Engels), dan zijn het wel the Beatles. Vandaar dat een groep mensen op expeditie in het Amsterdamse Vondelpark aan de Fab Four dacht toen ze een nieuw kruipertje ontdekte tussen de grassprieten.

De ontdekking werd gedaan door een groep buurtbewoners, onder leiding van een team professionele insectenonderzoekers. In de bodem stuitten ze op het minikevertje. Hoewel zijn ware formaat slechts 2 millimeter is, oogt hij uitvergroot een stuk indrukwekkender: 

Kever Ptomaphagus thebeatles, ontdekt in de bodem van het Amsterdamse Vondelpark.Beeld Taxon Expeditions

De expeditie werd uitgevoerd onder de paraplu van het bedrijfje Taxon Expeditions van biologen Iva Njunjić en Menno Schilthuizen, dat met deelnemers zoekt naar nog onbeschreven diersoorten. Er zijn nog zó veel dieren − vooral insecten − onontdekt, dat het eigenlijk elke keer wel raak is. 

Het initiatief past bovendien in een bredere trend waarbij mensen, ook zonder wetenschappelijke achtergrond, met hulp van experts wetenschap kunnen bedrijven. Citizen scientists, heten ze dan, of in iets studentikozer aandoend Nederlands: burgerwetenschappers. 

Uiteraard fotoshopten de ontdekkers de kevers ook nog even op de beroemde oversteekplaats bij Abbey Road.Beeld Taxon Expeditions

Het kevertje werd precies vijftig jaar ontdekt nadat John Lennon en Yoko Ono hun ‘Bed in’ voor de vrede hielden in het Amsterdamse Hilton hotel, benadrukt het persbericht. Het diertje kreeg daarom de wetenschappelijke naam Ptomaphagus thebeatles. De onderzoekers beschrijven hun ontdekking in het vakblad Contributions to Zoology

Of het beestje ook een beetje lekkere popmuziek uit de pootjes weet te wrijven, is overigens onbekend. (GvH)

Je smartphone draait op ontplofte sterren (2 juni)

Lithium zit in vuurwerk, smeermiddel, sommige soorten glas, en vooral in batterijen en accu’s. Zonder lithium-ion batterij zou de gemiddelde smartphone niet eens aangaan. En nu hebben astronomen ontdekt dat al dat lithium ontstaat bij sterexplosies diep in de kosmos.

Meer poëtisch ingestelde sterrenkundigen staan erom bekend dat ze met enige regelmaat benadrukken dat ieder van ons niets meer is dan sterrenstof. De fundamentele bouwstenen waaruit alles om ons heen bestaat, van onze lichamen tot de aarde onder onze voeten, zijn namelijk ooit geproduceerd in het anonieme duister van het heelal. 

Zo ontstaat ijzer – dat terwijl u dit leest in rode bloedlichamen op wandelsnelheid door uw lichaam stroomt – bijvoorbeeld in het binnenste van sterren. Het metaal belandt vervolgens in de ruimte wanneer die sterren sterven in een krachtige supernovaexplosie.

Astronomen zijn nu ook meer te weten gekomen over de kosmische productieketen van lithium, zo schrijven ze in vakblad Astrophysical Journal. Hoewel grofweg een kwart van het lithium in het heelal kort na de oerknal ontstond, blijft de vraag waar de rest van het spul vandaan komt. Al langer bestond het vermoeden dat het moest zijn ontstaan in sterexoplosies van iets kleiner kaliber. Het nieuwe onderzoek bevestigt dat nu. 

In tegenstelling tot een supernova wordt bij dat meer bescheiden type ontploffing de ster niet vernietigd. Zogeheten nova’s ontstaan altijd op een witte dwerg, een klein type ster dat overblijft wanneer sterren als de zon na miljarden jaren met kosmisch pensioen gaan. 

Af en toe draait zo’n witte dwerg om een grotere ster. In die gevallen trekt de dwerg met zijn zwaartekracht waterstofgas weg uit de buitenlagen van zijn grotere kompaan. Dat materiaal danst vervolgens als een soort sierlijke spaghettisliert van de ene ster naar de andere, totdat zich op het oppervlak van de dwerg zoveel gas verzamelt dat de boel explodeert. In ons sterrenstelsel, de Melkweg, komt zo’n nova grofweg vijftigmaal per jaar voor. 

Bij de explosie worden de verzamelde buitenlagen weggeblazen, lagen waarin de druk en temperatuur zó hoog oplopen dat door kernfusie van lichtere atomen onder meer lithium ontstaat. Lang voordat wij op het kosmisch toneel verschenen, moet het materiaal van dergelijke nova’s de stofwolk ingedwarreld zijn waaruit moeder natuur miljarden jaren geleden de zon en aarde boetseerde. 

Later pulkten mensen dat lithium weer uit de aarde en stopten het in het binnenste van smartphones. Iets om bij weg te dromen wanneer je op je telefoon langs de berichten op je favoriete sociale medium scrollt. (GvH)

Dit zijn echte beelden van hoe diep in de kosmos een nieuwe wereld ontstaat (21 mei)

Beeld ESO/Boccaletti et al.

Daar, op het ingezoomde beeld aan de rechterkant zie je het het beste. Die felgele klont, net onder het midden, dat is waar het om draait. Op die plek, zo’n 520 lichtjaar bij de aarde vandaan, een piepklein vlekje aan de nachtelijke hemel, gelegen in het sterrenbeeld Voerman - dáár gebeurt het. Rond ster AB Aurigae zet een nieuwe wereld zijn eerste voorzichtige stapjes op het kosmisch toneel. En wij mogen meegenieten.

Wat voor plek het zal worden, weet nog niemand. Een reusachtige, opgezwollen gasplaneet, een zwartgeblakerde levenloze hellewereld of een blauwgroen mirakel waarop over enkele miljarden jaren buitenaards leven zal floreren... het kan nog alle kanten op.

Nooit eerder zagen astronomen in zoveel detail het ontstaan van een nieuwe planeet. Want vergis u niet: dit is geen computertekening of een artistieke interpretatie. Dit zijn échte beelden, gemaakt  door exoplaneetcamera Sphere, een instrument op de Very Large Telescope in Chili, bedoeld om verre planeten te ontdekken. 

Of die felgele blob het straks daadwerkelijk tot planeet schopt, is overigens nog de vraag. Zeker is dat kosmisch stof uit de schijf rond een jonge ster hier langzaam samenklontert, dwarrelend over de spiraalvormige paden die je op de foto kunt zien. Een ‘protoplaneetkandidaat’, noemen de astronomen het in het artikel dat ze in vakblad Astronomy & Astrophysics over de beelden schreven. Iets dat mogelijk kan uitgroeien tot protoplaneet dus, een voorloper van een planeet. 

Of het voor deze babywereld ooit zover komt, is afhankelijk van een breed scala factoren. Nog vormende planeten botsen regelmatig op elkaar, en ook later kunnen ze onder invloed van de zwaartekracht van andere jonge planeten per abuis de ster ingeslingerd worden, of het planeetsysteem uit. 

Toch zeggen deze beelden uit de diepe kosmos vooral iets over onszelf. Ooit was ook onze planeet immers niets meer dan zo’n dans van gas. Een beloftevolle klont in een uitgestrekt heelal. (GvH)

Ansjovis met sabeltand terroriseerde de prehistorische zeeën (18 mei)

Ze waren wel iets groter dan de gepekelde exemplaren die je tegenwoordig op je pizza of in een salade niçoise kunt vinden. Paleontologen ontdekten restanten van reusachtige ansjovissen in gesteente van respectievelijk 41 en 54 miljoen jaar oud. Dat schrijven ze in de huidige editie van het vakblad Royal Society Open Science.

De twee vissen – gevonden in België en Pakistan – waren een halve meter en een meter lang. Een flinke slag groter dus dan de hedendaagse exemplaren. Die zwemmen met lijven van gemiddeld zo’n 10 tot 15 centimeter door het water. 

De oeransjovissen bleken bovendien ook ietsje, eh… gríezelliger dan hun moderne tegenhangers. De vissen hadden bekken met vol vlijmscherpe tanden, inclusief een extra lange sabeltand in de bovenkaak, aan de voorkant van de bek.

De onderzoekers besloten de horrorachtige aanblik die de vissen door hun gebit moeten hebben gehad nog eens extra kracht bij te zetten door het Pakistaanse exemplaar de wetenschappelijke naam Monosmilus chureloides te geven. Een naam waarbij het tweede deel verwijst naar het woord Churel, geleend uit het in Pakistan gesproken Urdu. Een woord dat grofweg zoveel betekent als ‘een van vorm veranderende vampierachtige demon met grote tanden of slagtanden’. Slik.

De horroransjovissen zwommen tientallen miljoenen jaren terug als roofdieren door de prehistorische oceanen. Met hun lange sabeltand spiesden ze vissen, die ze vervolgens tot rafelige brokken kauwden met de rest van hun scherpe gebit. En dat terwijl de hedendaagse variant met zijn minitandjes hooguit wat plankton een kopje kleiner maakt.

De versteende restanten van de Belgische oeransjovis.Beeld Royal Society Open Science

Dat de dieren zo groot waren, heeft vermoedelijk te maken met de uitsterfgolf die volgde op een catastrofale inslag van een komeet, zo’n 65 miljoen jaar geleden. Dat stuk ruimtesteen maakte destijds een einde aan de heerschappij van de dinosauriërs. Doordat in die periode ook veel zeeroofdieren stierven, konden andere vissen evolueren en die ecologische niche vullen. 

Of zoals onderzoeker Alessio Capobianco het zei tegen het Britse weekblad New Scientist: ‘Na die uitsterfgolf volgde er een vreemde samenkomst van bekende vissen en totaal maffe afgeleiden van die vissen – bizarre evolutionaire experimenten.’ Door dit soort dieren te catalogiseren, kunnen wetenschappers in kaart brengen hoe de grillige evolutionaire processen na zo'n uitsterfgolf precies verlopen.

Of de horroransjovis uit de oertijd ook een beetje lekker is, weet niemand, al is Capobianco er naar eigen zeggen erg benieuwd naar. ‘Ik zou dolgraag willen weten hoe zo'n sabeltandansjovis smaakt’, zegt hij. ‘Waarschijnlijk anders dan de hedendaagse varianten, omdat ze geen plankton maar andere vissen eten.’ Helaas zijn de versteende restanten van 54 miljoen jaar geleden niet langer geschikt voor consumptie. (GvH)

Astronomen fotografeerden een planeet die helemaal niet bestaat (21 april)

Het klinkt als het begin van een breinbrekend raadsel: hoe maak je een foto van een planeet die niet bestaat? We verklappen alvast: het antwoord is niet ‘doe zoals met Pluto’, de voormalige planeet die sinds een definitiewijziging in 2006 door het leven gaat als dwergplaneet. Nee, achter het verhaal van Formalhaut b, zoals deze niet-bestaande planeet heet, schuilt een veel fundamenteler raadsel.

Deze veronderstelde verre wereld werd voor het laatst gesignaleerd terwijl hij rondjes draaide om zijn moederster, op een grove 25 lichtjaar afstand van de aarde. Ruimtetelescoop Hubble ontdekte haar als klein, onooglijk bewegend stipje op foto’s die hij tussen 2004 en 2006 nam. 

Sindsdien is de planeet spoorloos verdwenen. ‘Het was duidelijk dat Formalhaut b dingen deed die een bona fide planeet niet zou moeten doen’, zegt astronoom Andras Gaspar (University of Arizona), met het nodige gevoel voor understatement.

Je zou immers denken: wanneer je een planeet eenmaal op de foto hebt, dan bestaat hij gewoon. Toch? Fout, schrijft Gaspar deze week met collega's in vakblad PNAS. Of, zoals hij het zelf stelt: ‘We analyseerden de archiefdata van Hubble en ontdekten verschillende eigenschappen die tezamen een beeld schetsen van een planeet die misschien wel nooit heeft bestaan.’

Maar Hubble heeft natuurlijk wel íets gezien. En als het geen planeet was, wat dan wel? Het blijkt, zo stellen de onderzoekers, dat men er oorspronkelijk ook weer niet zó ver naast zat. Wat tot voor kort een planeet leek, is vermoedelijk het restant van twee verre voorlopers van planeten − planetesimalen, in vakjargon − die vlák voordat Hubble z’n foto’s schoot op elkaar klapten. Het stipje op de foto’s van Hubble is daarom geen planeet, maar de steeds ijler wordende wolk van gruis en stof die na die kosmische klapper resteert.

Simulatie van de Hubble-gegevens. Links ster Formalhaut en omringend materiaal, rechts de uitvergroting van Formalhaut b. Wat eerst een planeet lijkt, blijkt later een langzaam uit elkaar vallende verzameling kosmische brokstukken en ruimtegruis.Beeld NASA, ESA, A. Gáspár and G. Rieke (University of Arizona)

Volgens de onderzoekers kan hun verklaring elke gekke eigenschap van ex-planeet Formalhaut b verklaren: van zijn plotselinge verdwijning (en de geleidelijke afname in helderheid die daaraan voorafging) tot zijn eigenaardige baan, die de planeet juist bij de ster vandaan voert.

Het goede nieuws? Dat is eigenlijk véél spannender dan een planeet. ‘Dit soort botsingen zijn heel zeldzaam, dus het is een big deal dat we er nu bewijs van vinden’, zegt Gaspar. Volgens zijn berekeningen komt een botsing als deze  rond ster Formalhaut slechts eens in de 200 duizend jaar voor. Een kosmisch geluk bij een ongeluk, dus. (GvH)

Oudste draadje is 50 duizend jaar oud en werd gemaakt door... Neanderthalers (15 april)

We leven in een wereld tjokvol draden, gesponnen uit afzonderlijke vezels − van de stroomkabels in uw muren tot de kleren die u draagt. Dat mensen 50 duizend jaar geleden ook al draadjes konden maken, lijkt zo bezien niet zo bijzonder. Maar dat het nu juist de Neanderthalers waren, en niet onze directe voorouders, die we als maker mogen noteren van Het Oudste Gesponnen Draadje Ter Wereld, is wel degelijk opmerkelijk, schreven onderzoekers deze maand in het vakblad Scientific Reports

De vondst past in een trend. De laatste jaren duikt in de wetenschappelijke literatuur een steeds nadrukkelijker beeld op van Neanderthalers als, nou ja, mensen. Slimme mensen, niet de domme oerbruten die soms de hoofdrol spelen in stripboeken en tekenfilms. In de woorden van de onderzoekers: ‘Samen met eerder bewijs [...] is het idee dat Neanderthalers cognitief de minderen zijn van moderne mensen steeds minder goed houdbaar.’

Het touwtje (hier te zien in close-up) is 6 millimeter lang en 0,5 millimeter dik. De onderzoekers ontdekten het in een grot in Frankrijk, achteloos vastgekleefd op een stukje steen. De draad werd gemaakt van de schors van coniferen − wat de kans klein maakt dat de onderzoekers het touwtje per abuis zélf meebrachten op bijvoorbeeld hun kleding. Of, zoals onderzoeker Bruce Hardy (Kenyon College) het met een knipoog tegen weekblad New Scientist zei: ‘Op dat moment droeg toevallig net niemand zijn conifeer.’ (GvH)

Dit toilet herkent je aan je anus (10 april)

Het klinkt als een grap, maar is toch echt bloedserieus wetenschappelijk onderzoek: arts en wetenschapper Sanjiv Gambhir (Stanford Universiteit) ontwierp een toiletpot die de zitter herkent aan de anus. Via technische snufjes als een camera, bewegingssensoren en plasstrips kan de pot ontlasting en urine analyseren op verschijnselen van onder meer suikerziekte, blaasontsteking en zelfs darmkanker. Onlangs beschreef Gambhir zijn uitvinding in het vakblad Nature Biomedical Engineering.

Daartoe moet de pot wel herkennen wiens grote of kleine boodschap door de analyseapparatuur glijdt. Zijn eerste ingeving – een vingerafdrukscanner op de doortrekker – serveerde Gambhir al snel af. Die optie zou niet werken bij toiletten die automatisch doorspoelen, of als een toiletbezoeker eerst de behoefte van zijn voorganger moet doorspoelen. Daarom koos hij voor een foto van de anus als herkenningspunt. Net als bij een vingerafdruk is de vorm daarvan uniek.

Van de potentiële slimmetoiletgebruikers – mensen met een hoog risico op bepaalde ziekten – voelde 1 op de 7 zich ‘zeer comfortabel’ bij het idee om zo’n wc-pot in huis te halen, bleek uit een enquête onder 300 deelnemers. Via een beveiligde app gekoppeld aan het elektronisch patiëntendossier krijgt de dokter automatisch een waarschuwing wanneer de slimme toiletpot vermoedt dat er iets mis is. De geschoten anusfoto’s blijven daarbij overigens altijd verborgen, zelfs voor de arts.

Hoeft een slimmetoiletbezitter dan nooit meer met een potje plas of poep naar de huisarts? Dat toch wel. Uiteindelijk moet een dokter de diagnose stellen of besluiten tot nader onderzoek, stelt Gambhir. Voor wie het kleinste kamertje al op korte termijn van een upgrade wil voorzien, heeft hij overigens slecht nieuws: op dit moment is de toiletpot nog niet verkrijgbaar. (Eva Kneepkens)

Meer wetenschapsnieuwtjes lezen? Het Huh?!-blog van maart vindt u hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden