Nieuws Dolhuizen

Horrorbeeld psychiatrische zorg in 17de en 18de eeuw blijkt niet te kloppen

Krankzinnigen die langdurig in eenzame opsluiting wegkwijnden in een dolhuis, dat is het beeld dat mensen vaak hebben van de zorg voor psychiatrische patiënten in de 17de en 18de. Tijd om dat cliché te nuanceren, vindt medisch historica Martje aan de Kerk.

Het beeld De Razernij van Artus Quellinus stond vroeger in de tuin van het Dolhuys in Amsterdam.

Thuiszorg iets van nu? Welnee, ontdekte medisch historica Aan de Kerk, die onlangs haar proefschrift over het dagelijks leven van krankzinnigen in de 17de en 18de eeuw verdedigde aan de Universiteit van Amsterdam. Ze bestudeerde stapels notariële, gerechtelijke en institutionele bronnen uit de stadsarchieven van Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Zo ontdekte ze hoe de zorg voor deze groep patiënten in de vroegmoderne Nederlandse stedelijke samenleving georganiseerd was.

Op Wikipedia staat dat dolhuizen werden opgericht om stadsbewoners te beschermen tegen ‘gevaarlijke en onrustige mensen’. ‘Krankzinnigen’ werden vastgebonden en met de ‘bullenpees’, een soort zweep, geslagen. Dat beeld klopt dus niet?

‘Nou, het is belangrijk om te beseffen dat de meeste mensen met psychische problemen helemaal niet vaak in zo’n dolhuis terechtkwamen. Mijn onderzoek laat zien dat het grootste deel van de zorg in de samenleving plaatsvond en dat familie een enorme belangrijke rol speelde. Thuiszorg was zo lang mogelijk van toepassing en het was meer de uitzondering op de regel dat mensen in zo’n instituut terecht kwamen.’

‘Krankzinnigen hielden zich niet aan de sociale en culturele conventies van de samenleving.’ Beeld Martje aan de Kerk

En wat gebeurde er dan met mensen die wel in zo’n dolhuis belandden?

‘Er was nog geen psychiatrische zorg zoals wij die nu kennen, maar de kwaliteit van zorg in het dolhuis kwam overeen met de standaard in die tijd. Mensen kregen goed te eten en er werd op ze gelet door de zogenoemde binnenvaders en -moeders. Krankzinnigen verbleven bovendien slechts voor een bepaalde periode in de dolhuizen, en de familie bleef dan betrokken door bijvoorbeeld bezoekjes te brengen of de wekelijkse was te doen. Er is weinig terug te vinden over mishandeling of verwaarlozing.’

Waarom beklijft dan juist dat horrorbeeld van de dolhuizen?

‘Het dolhuis was wel het enige instituut dat specifiek bedoeld was voor de ‘razende’ krankzinnigen en daardoor extra vatbaar voor horrorbeelden en een stigma van misbruik. Ik denk dat het daarom een makkelijk cliché is om op terug te vallen. Veel historici herhaalden de weinig rooskleurige indruk van die periode, en ook in de literatuur is het een vaak geschetst beeld. Denk aan Shakespeare, Don Quichot: men vindt het mooi stereotypes van krankzinnigen in kunst en literatuur te gebruiken.’

Wat voor mensen waren die ‘krankzinnigen’?

‘Ze kwamen voornamelijk uit de midden- en armere klassen en waren tussen de 20 en 29 jaar. Ze hielden zich niet aan de sociale en culturele conventies van de samenleving: ze vormden een gevaar voor andere mensen, ze gilden ’s nachts de hele buurt wakker, liepen naakt rond. Er blijkt wel een tweedeling te zijn: ‘krankzinnigheid’ werd getypeerd als een tijdelijke staat van zijn waarbij iemand zijn verstand verliest en uitbarst in schadelijk of agressief gedrag. Daarnaast werd ‘simpelheid’ gebruikt voor wat wij misschien nu zwakbegaafdheid zouden noemen, waardoor iemand niet in staat is om voor zichzelf te zorgen.’

Kunnen we uit je onderzoek nog lessen trekken voor het heden?

‘De vraag hoe we het best voor psychische patiënten kunnen zorgen was in de 17de en 18de eeuw even actueel als nu. Maar omdat de samenleving verandert, gaan we er anders mee om. Daarin zie je fluctuatie: in de vroegmoderne periode was er zorg vanuit de samenleving en speelden instituten een kleine rol. Vanaf de 19de eeuw zie je in Nederland een grote institutionalisering en worden enorme psychiatrisch gestichten opgericht, zoals Meerenberg in Bloemendaal. Natuurlijk zijn er nu nog steeds instituten en zoeken we naar manieren om op elke ziekte een label te plakken, maar er is ook een trend van ambulante zorg (waarbij patiënten niet in een instelling hoeven te verblijven, red.). In die veranderingen in zorg voor psychische patiënten zit een golfbeweging, toen en dus ook nu.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden